FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 26 September 2014 10:36

In crisistijd moet je doorpakken

In crisistijd moet je doorpakken Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Martine Sprangers

Religiewetenschapper Aloys Wijngaards houdt namens De Nederlandsche Bank toezicht op de financiële sector. “Wat je met regels kunt doen, is beperkt”, zegt hij. “Ik wil dat ze snappen wat ik graag wil: een andere vorm van gedrag.”

Aloys Eduard Hans Maria, zo luiden zijn voornamen. Hij is dus van katholieke komaf, de 33-jarige religiewetenschapper die ontspannen plaatsneemt op het zonovergoten terras. Aloys Wijngaards heeft een zonnebril gehaakt in het borstzakje van zijn lichtblauwe overhemd. Vandaag hoeft hij niet naar het kantoor van De Nederlandsche Bank, in Amsterdam. Dus drinkt hij een cappuccino op het binnenplein van brouwerij De Hemel in het centrum van zijn woonplaats Nijmegen. Precies hier vierde hij in 2012 zijn promotiefeest, nadat hij klaar was met zijn onderzoek naar de kruisbestuiving tussen theologie en economie.
Een religiewetenschapper die bij De Nederlandsche Bank werkt als toezichthouder van de financiële sector, vóór de economische crisis was dat ondenkbaar geweest. Maar niet lang na zijn promotie werd hij tot zijn verbazing aangenomen. “De vriendin van een goede vriend van mij werkte al bij De Nederlandsche Bank. Anders was ik überhaupt nooit op het idee gekomen om er te gaan kijken. Ik dacht: bij DNB werken economen, juristen, accountants. Wat heb ik daar te zoeken? Ik heb uiteindelijk gesolliciteerd op een functie als Specialist Governance. Het eerste wat mijn afdelingshoofd to be tegen mij zei, was: ‘Jij bent een religiewetenschapper, dus je kijkt op een andere manier naar mensen dan wij. Dat vinden wij leuk.’ O? Oké!’
Hij is een kind van twee sociaal bewogen katholieken. Zijn ouders werkten beiden in de diaconie. Zijn vader, Aloys senior, als hoofd van de opleiding voor diakens, zijn moeder als docent sociale wetenschappen en sociale leer van de kerk. “Ze hebben mij en mijn zussen geprobeerd het mooie van de katholieke traditie mee te geven, maar ons tegelijkertijd heel kritisch opgevoed. Dat heeft mij gevormd: ik voel een verbondenheid met het christendom, maar ik was absoluut geen fan van de twee voorgangers van de huidige paus. Ik ben zeker religieus, maar ik ben wel echt een zoeker. Door mijn studie heb ik een veelheid aan religieuze tradities voorbij zien komen en me daarin verdiept, zoals in bepaalde vormen van het boeddhisme en het soefisme. Dan zie je wat voor enorme rijkdom er aan tradities is, die allemaal bouwstenen aanbieden voor je eigen zoektocht.”
In zijn promotieonderzoek keek Wijngaards waar het mogelijk is om ‘de theologie’ in gesprek te laten gaan met ‘de economie’. Hij bekeek vier economische benaderingen: de standaard neoklassieke economie, waarin het individu wordt gezien als een geïnformeerd rationeel wezen dat probeert zijn ‘nut’, zijn plezier, te maximaliseren; de gedragseconomie, die psychologische inzichten meeneemt in haar benadering; de gelukseconomie, waarin met het oog op een gelukservaring aandacht is voor de rol van waarden en levensbeschouwing; en de capability approach van de Indiase econoom Amartya Sen, die de nadruk legt op de ruimte voor welzijn en vrijheid.
“Ik ben gaan kijken in hoeverre er binnen die benaderingen ruimte is om het over de betekenis van economisch gedrag te hebben, en aan de andere kant in hoeverre zij voor zichzelf een rol zien om het over zoiets als een common good te hebben.”

De neoklassieke opvatting is de standaard en dus de belangrijkste opvatting. Vond je daar een aanknopingspunt?
“Nee, daar zag ik heel weinig mogelijkheden. Standaardeconomen gaan ervan uit dat je menselijke voorkeuren kunt gelijkstellen aan smaken. Dus als ik binnen het economische keuzeproces zeg: mijn lievelingskleur is blauw en niet rood, ik eet liever chocola dan zuurtjes, dan zijn dat hiërarchieën van wat ik lekker en minder lekker vind. Er zit geen dynamiek in het systeem. Er is geen ruimte voor de overdenking waarom je iets belangrijk of zinvol vindt. Standaardeconomen zeggen: wij beschouwen het resultaat van een economische keuze als een bepaald nut wat iemand haalt uit zijn of haar keuze. Elke economische actor probeert zijn nut te maximaliseren. Maar dat ‘nut’ is een volledig leeg begrip.
Er is een heel mooi voorbeeld van een gedragseconoom. Als je ouders vraagt: ‘Hoeveel nut ervaar je bij het hebben van kinderen?’, dan zie je dat ouders zichzelf een lagere nutscore geven dan mensen zonder kinderen. Maar als je tegen die mensen zou zeggen: ‘Het krijgen van kinderen was niet zo’n verstandige beslissing, want je algehele nut is lager’, dan zeggen diezelfde mensen: ‘Je bent gek. Die kinderen zijn mij zo dierbaar, ook al heb ik er vaak nachten van wakker gelegen en zat ik nagelbijtend aan hun bed toen ze koorts hadden, maar dat is allemaal juist heel betekenisvol.’ Dat past alleen niet in dat systeem.”

De dieperliggende waarden worden dus niet in dat ‘nut’ weerspiegeld. Maar bedoel je ook dat de langetermijnvisie erin ontbreekt? Dat als iemand een hypotheek neemt, hij dus niet beseft dat hij op de langere termijn in diepe schulden kan komen?
“Volgens de mainstream neoklassieke economie zit dat er wel in. Want zij gaan ervan uit dat mensen in staat zijn om de consequenties van hun keuzes volledig te overzien en dat ze ook informatie hebben over wat er gaat gebeuren als ze die keuze maken. Dus als jij een hypotheek afsluit waarbij je de eerste twee jaar weinig betaalt, maar daarna belachelijk veel, dan is dat kennelijk jouw voorkeur.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda