FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 25 September 2014 12:06

Gevraagd: een verlicht kalifaat

Gevraagd: een verlicht kalifaat Tekst: Bert Ummelen Beeld: ANP

Voor terreurorganisaties als IS (Islamitische Staat) of Boka Haram is het ‘wij’ tegenover ‘zij’. “Ik geniet ervan te doden wie God wil”, aldus een van hun leiders. Voor mededogen of nuancering is in dit extremistische wereldbeeld geen plaats. Maar ‘wij’, hun tegenstanders, zullen beter moeten weten. Wie de terreur wil voorkomen of bestrijden, moet de motieven van (potentiële) terroristen willen doorgronden.

Sinds het positieve optreden van de paus in het publieke domein is bij Het nieuws over de gruwelijke moord op journalist James Foley kreeg vorige maand een scherp accent toen op de videoband die van het handwerk werd gemaakt, te horen was dat de beul een Brit was. Dat onder de strijders van de Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) houders van een Europees paspoort te tellen zijn, wisten we natuurlijk wel. Inlichtingendiensten schatten hun aantal op zo’n drieduizend.
Ook Nederlandis als rekruteringsmarkt van betekenis. Sinds 2012 zijn er volgens de AIVD zo’n 130 aspirant-jihadisten richting Syrië vertrokken. Verontrustend is ook het aantal supporters: enkele duizenden moslimjongeren zouden met hun zaak sympathiseren, al doen de meesten dat liever vanuit de leunstoel thuis.
Wat maakte dat Britse accent zo akelig als we van de Europese jihadisten in Syrië en Irak al lang wisten? Het moet het besef zijn geweest dat ze niet de naïevelingen zijn waarvoor de braven onder ons hen wel wilden houden. Geen slachtoffers van lepe rattenvangers van Hamelen, die rechtsomkeer zouden maken zodra ze de barbaarse kant van hun ideaal leerden kennen – of daar minstens tegen zouden rebelleren. Maar ook dat was geen nieuws. In maart zond het Franse tv-station BFMTV een documentaire uit over ‘le quotidien de jihadistes en Syrie’ (het dagelijks leven van jihadisten in Syrië). Het ging over een ISIS-brigade van zo’n veertig Franse en Belgische jihadisten. Er zat een videoclip in waarop je een pick-up ziet die minstens zes lijken door de velden van het noorden van Syrië trekt. De brigadisten hebben er duidelijk schik in. ‘Takfir’ roepen ze, ‘ongelovige’, terwijl ze gieren van het lachen.

Het modernisme weerstaan
Hardheid, wreedheid: het zijn geen randverschijnselen in de wereld van het radicale islamisme. Het zijn eigenschappen die door IS en verwante extremistische organisaties gecultiveerd worden, net zoals dat binnen Himmlers SS gebeurde. In het manicheïstische wereldbeeld van de jihadisten is geen plaats voor mededogen en barmhartigheid. Er zijn enkel de goede krachten van de ‘zuivere islam’ en de kwade krachten van de ‘ongelovigheid’. Hun ‘ongelovigen’ en ‘afvalligen’ zijn de Untermenschen van de nazi’s. Niet alleen vijanden die verslagen moeten worden, maar wezens die het leven eigenlijk niet waard zijn. “Ik geniet ervan te doden wie God wil”, aldus Abubakar Muhammad Shekau, leider van Boko Haram, de Nigeriaanse beweging die wereldwijd het nieuws haalde met de ontvoering van honderden schoolmeisjes.
De oerhabitat van al het verwerpelijks op aarde is het Westen – evenmin een jihadistische uitvinding. Ian Buruma en Avishai Margalit beginnen hun in deze dagen weer van de plank gehaalde boek Occidentalisme met de gespreksstof tussen vooraanstaande Japanse geleerden en intellectuelen die zeven maanden na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (1941) in Kyoto congresseren. Thema: hoe kunnen we het modernisme weerstaan? Dat ‘modernisme’ is eigenlijk een codewoord voor het Westen, een niet minder vaag begrip, maar in de palavers van Japans knapste koppen krijgt het contouren. Over ‘een giftige materialistische beschaving’ gaat het, die de eigen cultuur, spiritueel en diepzinnig, met haar oppervlakkige rationalisme infecteert. Het is een schema dat zich moeiteloos met allerlei tegenstellingen laat invullen: de goddeloze, decadente stad tegenover het zuivere, rechtschapen platteland, materie tegenover geest, handel tegenover heroïek, de geïndustrialiseerde samenleving tegenover de organische völkische samenleving. Het confronterende van het boek van Buruma en Margalit is dat al die motieven herleid blijken te kunnen worden tot westerse schrijftafels. Daar hadden de Japanse cultuurdragers het vandaan en daar hebben de ideologen van de jihad het vandaan. Het is moeilijk te verteren, maar we oogsten in de Oriënt, in de gedaante van salafisme/wahabisme, de zaden die westers intellect heeft geplant.

Stoere taal
Evengoed zijn die jongens die met zoveel bravoure de lichamen van hun slachtoffers door de woestijn trekken, veelal tweedegeneratie-immigranten, gezoogd aan de borst van moeder Europa – bastion en hoedster van menselijke waardigheid en rechtsstatelijkheid. Ze zijn toch bij ons naar school gegaan, ze zijn toch deel geweest van ons? Ze hebben toch ook de vruchten geplukt van onze beschaving, ons type samenleving met haar welvaart, goed onderwijs en genereuze sociale voorzieningen? Dat is nog moeilijker te verteren.
Zoals altijd als eigenwaarde of het idee van onontkoombare waarheid een knauw krijgt, is op het Britse accent van Foley’s beul gereageerd met stoere taal. “Met de rituele verzekering dat moslimterrorisme niets met de islam te maken heeft kan niet meer worden volstaan”, peperde de commentator van de Volkskrant islamitisch Nederland in. “Zolang terroristen zich op de zuivere islam beroepen, heeft hun terreur alles met de islam te maken – of de gematigden dat nu leuk vinden of niet.”
Ik denk aan mijn jonge jaren. Een heleboel moest anders – ik was niet voor niks links. Toen kreeg je in Duitsland de Rote Armee Fraktion. Die kidnapte en moordde uit naam van mijn ideeën over een fatsoenlijke samenleving. Maakten hun misdaden, omdat die gelegitimeerd werden met een beroep daarop, die ideeën, en dus mij, schuldig? Moest ik mij verantwoorden? “De kogel kwam van links”, riep toenmalig LPF-voorzitter Langendam na de moord op Pim Fortuyn door een dierenactivist. Er is toentertijd terecht schande van gesproken dat premier Balkenende geen afstand nam van die uitspraak van een coalitiegenoot.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda