FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 10 September 2014 11:54

'We leven niet als engelen van de lucht'

Trappisten: 'reli-ondernemers' avant la lettre Trappisten: 'reli-ondernemers' avant la lettre Tekst: Nynke Sietsma Beeld: Frank Penders

Monniken zijn ‘reli-ondernemers avant la lettre’. De trappisten van de abdij Koningshoeven zijn niet alleen contemplatieve monniken, ze zijn ook bezige baasjes.  En soms een beetje dwars. “Winst is voor ons geen vies woord.”
Abt Bernardus is een druk bezet man. Het hoofd van abdij Koningshoeven is laat teruggekomen uit Indonesië en staat de volgende ochtend alweer opgewekt paraat om te praten over ondernemerschap. Zijn telefoon gaat regelmatig af in zijn pij. Hij wacht al, bij de voordeur van het klooster.
Rondom abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven, in het Brabantse Berkel-Enschot, heerst een sfeer van bedrijvigheid. Een jongen maait het gras. Er rijden bouwvakkerbusjes door de abdijpoort en verderop, bij de bierbrouwerij lopen allerlei mensen heen en weer. Het is een gewone werkdag. Er staan 45 werknemers op de loonlijst bij de brouwerij en één daarvan stapelt bierkratjes op z’n heftruck.
“Ik ben vanmorgen eerst maar eens begonnen met de e-mails”, zegt de abt terwijl hij een dienblad met koffie en kloosterkoekjes neerzet in de voortuin. Je merkt daar niets van het rumoer rondom de brouwerij. Dat is maar goed ook, want in het klooster is het stil. Zeven keer per dag bidden de monniken samen, te beginnen met de metten om half 5 ’s ochtends.
Broeder Bernardus was op werkbezoek in Indonesië, vertelt hij. “In 1953 hebben we een klooster op Java gesticht. Daar zijn wij hier verantwoordelijk voor. Dus eens in de twee jaar breng ik daar een werkbezoek.” De trappisten op Java hebben een koffieplantage, een kleine bakkerij en een veestapel. De kloosterlingen bottelen er ook chocolademelk. “Toen het klooster werd gesticht, hebben we een Fries soort koe naar het eiland verscheept. Daar hebben ze kunstmatige inseminatie mee gedaan. Ze zijn er beroemd om.”
Bij zijn visumaanvraag zegt hij niet dat hij een katholieke geestelijke is, maar dat hij naar Java komt voor ‘business’. En daar is geen woord aan gelogen. “Wat is er ook op tegen? Het ís ook een bedrijf, maar dan met een specifieke inslag. Ik ben niet bang om mezelf te zien als zakenman.”

Geen bedelmonniken
Ondernemers zijn het, de trappisten. “We zijn geen bedelmonniken”, zegt de abt stellig. Volgens de regel van Benedictus moeten de kloosterlingen in hun eigen levensonderhoud voorzien. En dus brouwen de trappistenbroeders bier. Dat doen ze al sinds 1884. “Van oorsprong heeft onze orde zich altijd toegelegd op veeteelt. Tot 1999 hadden we dan ook een grote veestapel. Maar men kwam er eind negentiende eeuw al achter dat de grond schraal is en dat er dus weinig mee valt te verdienen. Toevallig was de overste een zoon van een bierbrouwer uit Duitsland. Hij stuurde een aantal broeders naar München om bier te leren maken. Ze kwamen terug met een Münchener brouwtype. Zo is het begonnen.”
Inmiddels is de bierbrouwerij een industrie geworden met een omzet tussen de tien miljoen en vijftien miljoen euro per jaar. “Zeg gerust een industrie ja, daar moeten we ook niet moeilijk over doen. In de huidige tijd heb je zo’n soort industrie nou eenmaal nodig om een klooster zoals deze te kunnen onderhouden.”
Afgevaardigden van alle 178 abdijen komen volgende maand bijeen voor de driejaarlijkse bijeenkomst in het moederklooster La Trappe in het Franse Normandië, vertelt de abt. “Ruim 75 procent van onze kloosters is niet meer in staat om in het eigen levensonderhoud te voorzien. We hebben dus heel wat uitdagingen te bespreken. Veel gemeenschappen hebben mooie, kleine artisanale bezigheden. Maar daar redden ze het niet meer mee. Een grotere onderneming betekent echter een andere manier van management. Daarvoor zijn we eigenlijk niet in het klooster gekomen. Toch dwingt het huidige economische systeem om erin mee te gaan. Maar hoever ga je erin mee, dat is de uitdaging.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda