FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 25 August 2014 12:08

Johnny Cash, zanger en zondaar

Portret van The Man in Black Portret van The Man in Black Tekst: Tom Engelshoven

Zanger Johnny Cash (1932-2003) was bezeten van Goed en Kwaad. Ruim tien jaar na zijn dood heeft het werk  van de ‘Man In Black’ nog altijd  niet aan overtuigingskracht ingeboet. Zijn onlangs postuum verschenen album ‘Out Among The Stars’ stamt uit een periode waarin hij helemaal de weg kwijt was. Wie van zijn muzikale meesterschap wil genieten, kan beter terecht bij de monumentale alburmreeks ‘American Recordings’.
Johnny Cash, Man In Black, was een vroom christen, opgevoed in de traditie van de Southern Baptist Church. Hij vereerde het psalmenboek van zijn moeder en was zijn geloof zo toegewijd dat hij een cd uitbracht waarop hij Nieuwe Testament voorlas (in de New King James-versie) en een roman schreef over Paulus (Man In White).
Cash was echter ook een overspelige amfetaminejunk en alcoholist. Hij had een diepe fascinatie voor moord en misdaad en hen die de verleiding van het Kwaad niet konden weerstaan. Met masochistische zelfkennis verklaarde hij zichzelf “de grootse zondaar van hen allemaal”. Het thema van de zware crimineel die genade denkt te vinden in de dood, waar de mens hem niet langer de maat kan nemen, past Johnny Cash als een zwartlederen handschoen. Al in 1955, op zijn tweede, zelf geschreven single, Folsom Prison Blues, kruipt Cash in het hoofd van een killer achter de tralies: “I shot a man in Reno, just to watch him die.”
Gedurende zijn carrière treedt hij vaak op in gevangenissen, in Amerika, maar ook in Europa. Voor hem is dat een kwestie van christenplicht. Hij wil hen de gedetineerden laten zien dat er wel degelijk nog steeds iemand om hen geeft. De twee beroemde ‘gevangenisplaten’  (Johnny Cash In Folsom Prison en Johnny Cash in San Quentin) hebben zijn carrière overigens geen kwaad gedaan.

Obscene rebellie
Op de beroemdste foto die van hem bestaat zien we hem zijn middelvinger opsteken naar een niet nader bepaalde, intolerabele autoriteit. Zo ziet rebellie eruit. Die intens agressieve grimas, de mond vol overgave bezig om het F-woord uit de lippen te persen. De vinger boven de akoestische gitaar geheven in een gebaar van verontwaardigde obsceniteit. De foto waarop hij in 1969 tijdens de soundcheck voor zijn optreden in de gevangenis van San Quentin zijn middelvinger opsteekt naar een lastige fotograaf, is inmiddels uitgegroeid tot een icoon. In 1998 haalt producer Rick Rubin deze Fuck You-foto uit de kast als wapen in de advertentiecampagne rond Unchained, het tweede album uit de monumentale American Recordings-reeks, waarmee hij de dan in het slop geraakte carrière van Cash nieuw leven inblaast. Het Fuck You-teken is door Rubin bedoeld als statement jegens de gladde, commerciële, hypocriete countrymuziekindustrie van Nashville, de stad waarmee Johnny Cash altijd verbonden zal blijven, maar die hem op dat moment uitkotste. Nashville, waar plastic countrypop voor all american families de dienst uitmaakt, zielloos en opgepoetst. Nep als een tandpastareclame. In deze quasirimpelloze vijver gooit Rubin een steen. Johnny Cash, zo wil Rubin zeggen, toont geen opgepoetste buitenkant, maar de rauwe, helse kant van het bestaan. Rubin komt uit de wereld van de punk, hiphop en metal, genres waar het opsteken van de middelvinger gemeengoed is.
Uitgerekend in de handen van deze New Yorkse nieuwlichter van joodse komaf heeft de nurkse, wantrouwende, eigengereide en verbitterde plattelandsziel Cash zijn muzikale lot gelegd. Rubin is zijn muzikale leidsman en gids geworden. Zonder Rubins visie en koersvastheid zou Cash waarschijnlijk niet zijn uitgegroeid tot de artiest van waarlijk bijbelse grandeur, voor wie we hem nu houden. Voordat Rubin in zijn leven komt is Cash artistiek volstrekt de weg kwijt. Het onlangs verschenen postume album Out Among The Stars, met afgekeurde opnames uit het begin van de jaren tachtig, toen hij ook qua alcohol- en drugsverslaving op een zoveelste dieptepunt aanbeland was, is hiervan een schrijnend bewijs. Nog schrijnender is dat hij in die stuurloze jaren een hit scoort met het nummer Chicken In Black, een quasilollig nummer waarin hij de draak steekt met zijn reputatie als Man In Black en hoogstpersoonlijk zijn eretitel door de drek haalt, een zeldzaam staaltje van muzikale zelfvernedering.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda