FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 01 July 2014 09:00

Soms gaat liefhebben tot het uiterste

De liefde voor een moeder met alzheimer. De liefde voor een moeder met alzheimer. Tekst: Claudia Hoekx, Beeld: Diana van Houten

Sinds enige tijd leeft mijn moeder van 83 jaar in een verpleeghuis. Een hele zegen want het thuis wonen ging echt niet langer. Zij heeft een vorm van Alzheimer. Voor alle duidelijkheid, dat is een ziekte waarbij mensen vergeten wie ze zijn; het leidt tot verlies van de persoonlijkheid. De ziekte deelt zichzelf niet mee, het valt slechts af te leiden uit fasegewijs veranderend gedrag. Eerst wordt de betrokken persoon vergeetachtig, vergeet namen of plaatsen en gebeurtenissen, iets wat ons allemaal wel eens overkomt.

Er lijkt dan nog helemaal niets aan de hand te zijn. Een fase later worden er handelingen vergeten of niet afgemaakt, zoals een pan van het vuur (vergeten te) halen. Dit is de potentiële kleine ongelukjes fase. Nog een fase later weten mensen niet meer hoe ze een handeling moeten uitvoeren. Ze beginnen er aan, maar constateren onderweg dat ze niet meer weten wat ze aan het doen zijn, waaraan ze begonnen zijn en weten dus ook niet waar het heen moet. Lege ogen, ontdaan van elk besef van tijd en plaats, kijken verward en doelloos voor zich uit.

Hebt uw naaste lief als uzelf
‘Hebt uw naaste lief als uzelf’ speelt door mijn hoofd als ik weer eens de berg op fiets waarop het verpleeghuis van mijn moeder ligt. Ik ga mijn moeder een bezoekje brengen. Dat vergt telkens de nodige moed. De zin dient als katalysator om mijzelf mentaal voor te bereiden op wat mogelijk komen gaat. Van tevoren is het moeilijk in te schatten in welke toestand – van vrolijk tot depressief – ik mijn moeder op haar kamer aantref. Reageren vanuit universele liefde op de ander lijkt mij daarbij een goed startcriterium. Bij binnenkomst word ik begroet met de naam van mijn broer; de mijne weet ze niet meer. Ik stoor mij daar al lang niet meer aan. Ik ben de jongste in het gezin en bekend is dat Alzheimerpatiënten zaken die verder in het verleden liggen, beter onthouden dan meer recente. Het hoort bij haar ziekte dat zij mij niet meer bij naam kan noemen. Toch lijkt zij wel te weten dat ik geen verpleegster, maar een kind van haar ben; het moederinstinct blijft blijkbaar feilloos functioneren. Ik neem plaats op een stoel die het tot nu toe overleefd heeft. Soms heeft mijn moeder woede-uitbarstingen. Eén keer moest een stoel het daarbij ontgelden. Op zich niets vreemds, ook dat hoort volgens deskundigen bij de ziekte. Zelf vind ik het natuurlijk nog steeds ‘een beetje raar’.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda