FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 10 June 2014 09:20

De poëzie van een polygame asceet

Het miskende en hartstochtelijke leven van Max de Jong Het miskende en hartstochtelijke leven van Max de Jong Tekst: Nico Keuning

Een van zijn beste vrienden noemde hem een compromisloos romanticus, anderen karakteriseerde hem als een pathologisch fantast en Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve) zag hem als ‘een nieuwe uitgave van Jezus’, omdat de dichter-essayist Max de Jong, de man om wie het hier gaat, zo’n treurig leven leidde en zoveel leed uitstraalde. Het is dan ook een ironisch toeval dat De Jong (1917-1951) op 10 juni 1951 op 33-jarige leeftijd overleed.

In 1974 las ik voor het eerst over hem in een artikel van K. Schippers in de Haagse Post, onder de titel ‘De lente en het zonder zitten’. Een fascinerend portret van een tobber, die een wurgende eenzaamheid paarde aan een hautaine houding van onmaatschappelijk gedrag. Hij had overal een mening over en publiceerde in tal van naoorlogse literaire tijdschriften. Onder het pseudoniem Essayist schreef hij over communisme en intellect, over het malthusianisme (geboorteregeling), over altruïsme, over neokantianisme, Nietzsche, christendom, humanisme, ascese, God en fictie. Maar ook schreef hij over de stilte.

Heel zijn leven leed hij als kamerbewoner onder de terreur van de stofzuiger van de hospita en de radio van de buren. Zijn radiohaat keert terug in Heet van de naald (1947), een autobiografisch gedicht van 91 kwatrijnen dat in 1974 en 1982 werd herdrukt en onlangs als vierde druk is verschenen:

een kamer heeft vijf wanden
van vijf kanten
begonnen radio’s te spelen
denken verboden

en uit het open raam
nog twee en dertig
gooi een atoombom
op Hilversum

Ook in zijn dagboek dat hij bijhield van oktober 1947 tot 26 mei 1951 klaagt hij regelmatig over radiolawaai: “Ik ben zo treurig zielig door de radio van de buren.” Als er geen herrie is van radio’s zijn er wel de stemmen van het ‘tinnef’ waarmee hij op één etage moet wonen: “Door die open deuren praten ze met elkaar – Boeken lezen ze niet, de hele dag zijn ze aan het praten. De hele dag heb ik hun stemmen aan mijn hoofd. Wat poep is voor je neus, dat zijn de stemmen van het tinnef voor je oren. Altijd het tinnef om je heen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda