FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 20 January 2014 14:41

‘Een sluitend verhaal hebben we niet meer’

James Kennedy in maandblad Volzin James Kennedy in maandblad Volzin

Eind deze maand valt het eerste nummer van het vernieuwde Volzin bij u op de deurmat. Het blad verschijnt voortaan één keer per maand en is aanzienlijk dikker geworden. Door die extra pagina's is er meer ruimte ontstaan voor verdieping, wat onder andere vorm krijgt in een maandelijkse ‘special’ waarin telkens een ander thema centraal staat. De special in het januarinummer heeft als titel meegekregen: “De toekomst van ons verleden. Over tradities die vergaan én voortgaan.” Historicus James Kennedy, theoloog Theo van de Kerkhof, de Syrisch-orthodoxe familie Aslan en etiquettedeskundige Reinildis van Ditzhuyzen gaan op zoek naar die tradities en hun betekenis in een wereld van ‘zelf denken’ en ‘zelf kiezen’. Een deel van het interview met James Kennedy kunt u alvast hieronder lezen.

Door Jurgen Tiekstra

“Dit zijn beslissende jaren voor Nederland.” Die korte, maar krasse uitspraak deed historicus James Kennedy vier jaar geleden in de inleiding van Bezielende verbanden, een bundel waarin hij schreef over het Nederland dat sinds de jaren zestig in een verbazingwekkend hoog tempo een volledige gedaanteverwisseling ondergaan heeft.
De oorzaken van die metamorfose zijn in steen gebeiteld: de ontzuiling vanaf de jaren zestig, de radicale leegloop van de kerken na 1970, de individualisering die daarmee samen opging, de opkomst van de multiculturele samenleving, het verlies van ideologische bevlogenheid in de jaren tachtig en negentig, het neoliberale echec in de 21ste eeuw. Kennedy schrijft in zijn boek over een ‘onzeker land’ dat noodzaak heeft aan nieuwe ‘bezielende verbanden’: want waar vinden de Nederlanders anno nu hun gemeenschapszin en gedeelde punt aan de horizon?
Dat gezamenlijke doel voor ogen is heel belangrijk, schrijft Kennedy, juist omdat er zoveel op de schop is gegaan. In de tweede helft van de twintigste eeuw hebben de Nederlanders zich fel verzet tegen de tradities van voor die tijd. Dat verzet bestond uit drie stormrammen: de grootscheepse secularisering, de vanaf de jaren tachtig gegroeide afkeer van groepsverbanden en de maatschappijbrede ontideologisering. “Het Nederland van voor 1940 lijkt even ver verwijderd te zijn van het heden als het neolithische tijdperk”, schreef Kennedy in zijn boek.

Is Nederland anno 2013 een land van los zand?
“Nee, dat vind ik niet. Ik vind Nederland vaak een hechte samenleving. Nederlanders hebben de notie dat ze een samenleving zijn en zijn ook bekommerd om het wel en wee ervan. Dat is hier sterk ontwikkeld. Maar het is wel zo dat de articulatie van die verbinding en de rituelen die mensen kunnen helpen voelen dat ze gezamenlijk voor iets staan, niet heel sterk meer ontwikkeld zijn. Hoewel die rituelen er nog wel zijn: zoals 5 mei als Bevrijdingsdag. En kijk naar Giro 555. Als er iets ergs op aarde gebeurt, dan komt de morele natie weer te hulp. Dat wordt soms op ritualistische wijze gevierd, als een soort traditie. Maar Nederlanders beschikken verder niet meer over de hulpmiddelen om hen te inspireren in hun gemeenschappelijkheid. Dat betekent niet dat de samenleving uiteenvalt, maar Nederlanders hebben gewoon minder hulpmiddelen.”

Maar waarom zijn we geen los zand, als we zo weinig nog maar delen?
“Ik heb het idee dat ik een beetje whistling in the dark ben. Ik hoop dat het niet zo is. Maar er blijft in Nederland een notie bestaan dat de leefomgeving van mensen nog altijd belangrijk is. Ondanks dat het wel een beetje een deuk heeft opgelopen, is er nog steeds een hoge mate van vertrouwen. Mensen gaan er van uit dat de overheid op betrouwbare wijze diensten verzorgd. Er heerst nu weliswaar onzekerheid over de overheidstaken die overgeheveld worden naar de gemeenten, maar over het algemeen verwachten we van het stadhuis of de rijksoverheid dat die betrouwbare diensten levert. Men gaat er van uit dat politiemensen niet omgekocht worden en dat de brandweer uitrukt zoals die hoort uit te rukken. Om die reden is dit nog altijd een high trust society. En dat is de context waar binnen veel Nederlanders zeggen: ik wil wel wat teruggeven aan de samenleving, ik wil zorgen dat het iets beter wordt in mijn buurt, ik wil dat de wereld een beetje beter wordt in de tijd dat ik leef. Dat zijn dingen die nog altijd behoorlijk sterk gevoeld worden.”

Als de participatiesamenleving, waarover het zittende kabinet praat, straks echt wordt doorgevoerd, wordt volgens u dan gebroken met de aloude traditie van de Nederlandse verzorgingsstaat?
“Omdat ik nooit weet hoe de PvdA ten opzichte van de VVD staat, vind ik het altijd moeilijk te weten wat het kabinet nou echt wil. Maar de ‘participatiesamenleving’ is een boodschap die de Nederlandse burger de laatste dertig jaar al heeft gekregen. Die boodschap staat heel vaak in het teken van bezuinigingen. Ook in de jaren tachtig was dat al zo. Mensen moeten met minder doen, de zorg moet anders worden georganiseerd. Je ziet ook dat de inbreng van de overheid al met al vrij hoog blijft. Het kan zijn dat wij achteraf, over vijftig jaar, zien dat hier toch een trendbreuk is geweest. Maar ik zie dit nu wel vooral als een voortzetting van een overheidsbeleid dat eigenlijk al dertig jaar gaande is.”

Bestaat niet het gevaar dat mensen tussen wal en schip vallen als aan de traditie van gemeenschapszin ten opzichte van hulpbehoevenden wordt getornd?
“Ik denk wel dat dat gaat gebeuren: er zullen mensen tussen wal en schip vallen. Maar dat was dertig jaar geleden ook het geval. In die jaren werd er in Nederland weer armoede geconstateerd. Mensen konden het niet alleen meer met hulp van de overheid redden en waren overgeleverd aan de hulp van charitatieve instellingen. Ik zeg ook niet dat het niet erg is wat er gebeurt. We moeten ons altijd zorgen hierover maken.”

Er wordt op deze manier steeds meer van de samenleving als geheel verwacht, terwijl we net bespraken dat de overkoepelende inspiratie voor gemeenschapszin in steeds grotere mate ontbreekt.
“Je bent als hulpbehoevende steeds meer overgeleverd aan de inspiratie van individuen. Aan het feit dat iemand zegt: ik ben net naar een seminar geweest en ik voel me weer geïnspireerd, dus dit weekend bezorg ik vijftig kratten voedsel aan de voedselbank. En een ander die zegt: ja, dat is een geweldig idee, ik doe mee. En weer een ander die zegt: ik doe ook mee. Je mag hopen dat dit heel vaak gebeurt en dat de mensen bereikt worden die de grootste nood hebben. Maar ik denk ook dat de samenleving zelf verwacht dat het zo gaat. Mensen hebben niet het idee dat de zingeving of de bredere bezielende verbanden hen als het ware moeten worden aangereikt om maar te zorgen dat zij een zeker kader hebben. Ik denk dat er onder mensen wel een verlangen naar verbinding bestaat, maar die verbinding willen ze zelf bepalen en ordenen.”

Benieuwd naar de rest van het interview? Lees het in het januarinummer van Volzin! (Nog geen abonnee maar toch benieuwd naar het vervolg? Lees Volzin nu drie maanden voor slechts € 12,00!)

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda