FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 10 February 2014 13:44

Voedselbanken zijn niet vanzelfsprekend

"We delen in Gouda vierhonderd voedselpakketten per week uit" "We delen in Gouda vierhonderd voedselpakketten per week uit"

Voedselbanken zijn vanzelfsprekend geworden. Ze tellen 70.000 tevreden klanten. Intussen neemt de armoede in Nederland steeds ernstiger vormen aan. Filosoof en socioloog René Gabriëls plaatst daarom vraagtekens bij de voedselbank.

Door Cees Veltman

Elke week komt hij aanlopen uit Waddinxveen naar Gouda. ‘De man die altijd honger heeft’, noemen ze hem. Al bij aankomst krijgt deze lange klant alvast een boterham, vertelt Marcel, vrijwilliger van het eerste uur van de Goudse voedselbank. De eerste indruk in de grote fabriekshal vlakbij het Goudse NS-station: dit is een geolied bedrijf. De vrijwilligers werken hard, de sfeer is opgeruimd. Het is een hechte club geworden van zo’n 25 mannen en vrouwen die elke week voedselpakketten klaarmaken. Aan geld, vrijwilligers en cliënten geen gebrek. Als je dat ziet, lijkt elke discussie over nut, noodzaak of wenselijkheid van het snelgroeiende fenomeen voedselbanken overbodig

Strenger beleid

“Op donderdag zijn er veel handen nodig, we weten nooit wat we krijgen, maar er moet ingepakt worden”, vertelt Grada Jaspers, bestuurslid en vrijwilliger. “Sommigen komen om de taal beter te leren, anderen zijn werkloos of willen alleen wat meer te doen hebben. Anderen hebben het moeilijk in het leven en vinden de werkstructuur hier prettig. Of ze komen gewoon helpen omdat ze het gezellig vinden, al is het nu koud in de hal. Het is afwisselend werk, leuk om te doen. Het is lekker bezig zijn en iets nuttigs doen tegelijk.”
De meeste vrijwilligers blijven van 9 tot half 1. Sommigen blijven een boterham eten. Na half 2 gaan de deuren open en komen de mensen de pakketten ophalen. Tot 1 april 2013 was de rooms-katholieke Hemelvaartkerk, waar het allemaal begonnen is in 2005, uitdeelpunt, maar die ruimte werd te klein. Ze begonnen met dertig pakketten en nu zijn het er al ruim vierhonderd. Mensen zijn vaker werkloos, de drempel naar de voedselbank is lager geworden, de schaamte een beetje voorbij. Het merendeel van de klanten is nu autochtoon. Door werkloosheid, en zeker als die gecombineerd wordt met echtscheiding, kunnen mensen meteen in grote problemen komen. Te hoge hypotheeklasten, lagere en kortere uitkeringen. Jaspers: “Vroeger was het vangnet groter. Als je opeens platzak was, kon je met de sociale dienst een regeling treffen. Nu is het beleid veel strenger en trager. Energieleveranciers dreigen met hogere kosten als je niet op tijd betaalt en zijn ongeduldiger geworden. Vorige week hoorde ik van een boete van 40 euro voor een rekening van 70 euro. Zo maak je het alleen maar moeilijker voor de mensen.”

Twintig euro per week

“Waar ik nog het meest chagrijnig van word, is dat je over elke euro in je portemonnee moet nadenken, dat je niet gewoon even boodschappen kunt doen’, zegt een cliënt van de voedselbank.
Daar is Willy Lorsé – de sinds een jaar cliënt bij de bank – het van harte mee eens, maar zij zegt goed met geld te kunnen omgaan. Dat kan zij dankzij de verantwoordelijkheid voor haar vier kinderen – de oudste is 13 – goed opbrengen: “Ik kom zelf uit een gezin met een minimuminkomen, ik wil het beter doen. Ik wil mijn kinderen het goede voorbeeld geven, hen niets te kort laten komen, ook niet de sportvereniging. Ik betaal eerst mijn rekeningen en laat mijn schulden die ik door een vroegere relatie heb opgelopen, niet verder oplopen. Ik zie het als een soort sport om te kunnen rondkomen van 50 euro of soms maar 20 euro per week. In maart of april hoop ik geen beroep meer te hoeven doen op de voedselbank, als de belastingdienst een beetje meewerkt. Het kost wel veel stress. Je moet ‘crea’ zijn met koken. Via de voedselbank wordt het eten wel eens eenzijdig, weer een bloemkool, een rookworst of een avocado. Het komt wel eens mijn neus uit. Maar ik ben toch superblij met de voedselbank, want zonder dat pakket zou ik het niet redden. Mijn kinderen lusten gelukkig alles. Ik denk dat we er wel uit komen.”

Collectes

“In het begin hadden we als vrijwilligers meer tijd om de verhalen van de mensen te horen. En om hen naar andere hulpverleners te verwijzen, maar nu hebben maatschappelijk werkers dat hier moeten overnemen. Het is te druk geworden. Veel mensen zitten echt in de problemen hoor”, zegt Grada Jaspers. Zij is blij dat de voedselbank niet zelf hoeft te bepalen welke mensen een pakket krijgen. Dat gaat onder andere via het maatschappelijk werk, Vluchtelingenwerk, GGZ, verslavingszorg en woonbegeleiding.
Gerrit Brinkman is penningmeester zonder zorgen van de Goudse voedselbank. Vooral in december en januari komen er veel giften binnen, vertelt hij, ook van banken als Rabo en ING. Collectes in kerken leveren ook voldoende op. De nationale sponsorloterij gaf de landelijke organisatie een miljoen euro en dat druppelt door naar de plaatselijke voedselbanken, evenals de opbrengst van veel plaatselijke acties. “Dankzij de giften kan de voedselbank groente en fruit kopen want dat proberen zij wel elke week in het pakket te krijgen. Dat is een grote kostenpost.”
Het voedselpakket bevat overigens niet alleen voedsel, maar ook andere dagelijkse boodschappen. Een extraatje is ook dat kinderen vinden op hun verjaardag via de Stichting Jarige Job een boek in de tas. Een kerkelijk noodfonds in Gouda helpt als huishoudelijke apparaten zoals een wasmachine of een koelkast kapot gaan. Op de bijzondere bijstand van de gemeente Gouda is enorm gekort.

Godgeklaagd

“Ik ben niet tegen voedselbanken, maar het is godgeklaagd dat ze er zijn”, zegt René Gabriëls, filosoof en socioloog aan de Universiteit van Maastricht. Hij zegt het in een afgeladen zaaltje als gastspreker van het filosofisch café van Maastricht. Het is goed dat ze de verspilling tegengaan, vindt Gabriëls, maar ondertussen is de discussie over armoede in Nederland verstomd, terwijl armoede een schending van de mensenrechten is en een belemmering om iets van het leven te maken. ‘Den Haag’ gebruikt de voedselbanken om zelf nauwelijks iets te hoeven doen. Premier Rutte ontkent zelfs dat er armoede bestaat in Nederland, er zijn alleen maar ‘mensen met een laag inkomen’. Zo lijkt armoede een definitiekwestie.
Gabriëls weet dat Nederland niet zo in te richten is dat niemand meer in financiële problemen komt, maar de overheid kan wel zoveel mogelijk doen om die problemen te voorkomen en op te lossen, bijvoorbeeld door hogere uitkeringen. “De samenleving is niet volledig maakbaar, maar we kunnen haar niet niet maken”, zegt hij.
Vooraf aan de bijeenkomst houdt Gabriëls zijn hart vast wat het antwoord zal zijn op zijn eerste vraag: ‘Wie van de aanwezigen denkt dat de armen in Nederland hun armoede aan zichzelf te wijten hebben?’ Tot zijn verrassing steekt niemand zijn vinger op. Het valt dus bij dit gehoor wel mee met de vooroordelen over het ontstaan van armoede. Toch komt gaande de avond wel een verlate student met een ijsmuts op met het verhaal dat alles wat je overkomt in het leven een kwestie van kiezen is. “Er valt meestal niets te kiezen”, is Gabriëls’ reactie. Dat is ook een van de conclusies uit zijn nog te publiceren onderzoek naar voedselbanken. Mensen raken door een stapeling van problemen in geldnood. De enige keus die ze hebben, is de rekening van de ene of van de andere schuldeiser betalen. Afwisselend de energieleverancier of de verhuurder van je huis. En dan maar afwachten of je niet wordt afgesloten of uit je huis wordt gezet. Zeker is in ieder geval dat er boetes komen waardoor de schulden nog hoger worden.

Waardigheid

Het zou in de discussie over het fenomeen voedselbanken moeten gaan over menselijke waardigheid en de erkenning als persoon ongeacht de verdiensten voor de samenleving, legt Gabriëls uit. Nu wordt armoede van zijn politieke lading ontdaan. Als aspecten van armoede noemt hij: de eindjes niet goed aan elkaar weten te knopen, gezondheidsproblemen, analfabetisme, het gevoel niet nuttig te zijn voor de samenleving, schaamte en trots, aantasting van het privéleven, confrontatie met de bureaucratie en met wantrouwen worden bejegend.
In de ‘participatiesamenleving’ van het kabinet-Rutte gelooft hij niet. Die berust op collectief zelfbedrog: “Ten tijde van de verzorgingsstaat werd ook al geparticipeerd. Nu worden verschillen tussen burgers met betrekking tot de mogelijkheden en beperkingen om te participeren veronachtzaamd. Burgers willen niet méér kiezen maar méér zekerheid. Een beroep doen op eigen verantwoordelijkheid is goed, maar dan moeten mensen financieel en immaterieel wel in staat worden gesteld om die verantwoordelijkheid te dragen.”
Morele verontwaardiging over armoede is meestal van korte duur, constateert Gabriëls. Die bloeit even op als bisschop Muskens zegt dat wie arm is een brood mag stelen, maar zakt dan weer weg. Feitelijk accepteert de Nederlandse samenleving de aanwezigheid van een onderklasse wier bestaan precair is. De tijd dat politici nog beloofden de voedselbanken binnen enkele jaren overbodig te maken, zoals PvdA-er Wouter Bos in 2006 deed, is voorbij. Gabriëls: “Ik ben niet gelovig, maar als je kijkt wie zich voor de armen inzetten, dan zijn het vaak de kerken. Zij laten zien dat er toch nog solidariteit bestaat. Ik ben erg verheugd over paus Franciscus’ kritiek op het ongebreidelde kapitalisme. In tegenstelling tot Rutte legt Franciscus de vinger op de zere plek. Onomwonden zegt de paus in De vreugde van het evangelie dat het kapitalisme verantwoordelijk is voor de armoede.”

Iets tegen armoede doen, betekent ook dat iets aan de onjuiste beeldvorming gedaan moet worden, zegt Gabriëls. Dat beeld gaat ervan uit dat niet armoede maar de armen zelf het probleem vormen. Dat arme mensen niet willen werken en profiteren van de ‘hardwerkende Nederlanders’, dat hulp aan arme mensen eerder een kwestie is van barmhartigheid dan van gerechtigheid. Hulp aan kwetsbaren wordt steeds vaker gezien als een gunst en steeds minder als een recht. Het accent verschuift van rechtvaardigheid naar barmhartigheid en van collectieve naar individuele verantwoordelijkheid. Dat noemt Gabriëls funest voor het respect voor kwetsbare mensen en voor hun zelfrespect. Door het neoliberale overheidsbeleid zal de armoede ernstigere vormen aannemen, voorspelt hij. De extra rijkstoelage in 2014 van 100 euro voor een paar en 70 voor een alleenstaande blijft steken in goede bedoelingen. Dat is gevaarlijk, voorspelt Gabriëls. Als de belangen van de onderklasse niet of nauwelijks vertegenwoordigd worden door de politieke klasse, zal er steeds meer onrust ontstaan. Hij verwijst naar de rellen in Franse en Britse grote steden enkele jaren geleden en onlangs in Zweden. “Armoede betekent ook een gevaar voor de democratie en het risico van de opkomst van een nieuw soort fascisme.”

Recht op pessimisme

René Gabriëls pleit voor het recht op pessimisme. Het kan een middel zijn om mensen te vrijwaren van valse hoop. Toch zijn er projecten die hem hoopvol stemmen zoals het Tientjesproject van Erna Smeekens, het Zelfregiecentrum voor dak- en thuislozen in Eindhoven en de opkomst van stadstuinen en inloophuis bieZefke in Sittard-Geleen. “Burgers experimenteren steeds meer met alternatieven voor de neoliberale levensstijl. Maar ik word pas optimist wanneer katholieken massaal in de voetsporen zouden treden van paus Franciscus en net als hun kerkelijk leider luid protesteren tegen mensen als Rutte en Samsom die de ideologie van het kapitalisme vertolken. Hulp aan arme mensen zonder verzet tegen de hoofdoorzaak van de armoede, het kapitalisme, zet geen zoden aan de dijk. De paus heeft dat begrepen en is daarom terecht uitgeroepen tot man van het jaar 2013.” Socioloog Gabiëls staat uitgesproken kritisch tegenover het fenomeen voedselbank, maar er zijn ook andere geluiden. Clara Sies, samen met haar man Sjaak in 2002 oprichter van de eerste Nederlandse voedselbank in 2002, noemde het eerder “helemaal geen schande” dat er voedselbanken zijn. “Laat ze bestaan als signaal. Arme mensen zullen er altijd zijn.” Ze verwees naar Moeder Teresa’s uitspraak: ‘Ik erger me er niet aan dat er rijken en armen zijn, ik erger me aan de verspilling.’ Daar zit wat in. Immers, in Nederland wordt jaarlijks voor 4,4 miljard euro aan voedsel weggegooid. Wereldwijd eindigt 30 procent van de voedselvoorraad op de composthoop. Sies hoopt daarom dat de overheid eindelijk ja zal zeggen tegen een Europese subsidie van voedseloverschotten. Eerder stond ‘Den Haag’ op het standpunt dat hier geen taak voor de EU lag, maar het kabinet overweegt nu toch een subsidieaanvraag te doen. De voedselbanken kunnen er een half jaar mee vooruit.

Dilemma’s

Dilemma’s genoeg. Voedselbanken, diaconieën en kerken worstelen met de institutionalisering van de armoede. Hun hulp wordt steeds meer als normaal ervaren, maar zij lossen de armoede niet op. Hun barmhartigheid staat op gespannen voet met de strijd voor gerechtigheid. Ze bestrijden symptomen in plaats van oorzaken. De enige remedie, zegt Gabriëls, is ‘hulp onder protest’, precies zoals kerkelijke kringen het verwoorden. Ook al doorbreken inloophuizen en voedselbanken niet zelden de vicieuze cirkels waarin mensen verzeild zijn geraakt, deze doorbraak kan alleen duurzaam zijn wanneer hun hulp gepaard gaat met politiek verzet tegen armoede. Als de voedselbanken eens drie maanden zouden staken, oppert Gabriëls, zou de weerstand tegen het gebrek aan armoedebeleid groeien. Dat zal politiek Den Haag de ogen openen: “Mijn sprankje hoop is dat u en ik in opstand komen tegen de armoede.”

Dit artikel verscheen in het januarinummer van Volzin. Abonnees kunnen hieronder inloggen om de rest van het nummer online te lezen. Nog geen abonnee? Lees Volzin nu drie maanden voor slechts € 12,00!

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda