FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 13 February 2014 13:33

'Etiquette is niet tuttig maar nuttig'

Reinildis van Ditshuyzen weet hoe het hoort Reinildis van Ditshuyzen weet hoe het hoort

Ze schopt een schoen uit, vouwt een been onder zich op haar stoel. Ze praat levendig, doorspekt haar betoog met uitroepen als ‘hou toch op’ en ‘toedeloe’. En ze weet als geen ander hoe het eigenlijk hoort.
Reinildis van Ditzhuyzen: “Etiquette volgt altijd. Als mannen nauwelijks meer hoeden dragen, hoef ik ook niet meer uitgebreid op te schrijven wanneer een man zijn hoed moet afzetten. Erasmus was de eerste die een etiquetteboek schreef, een groot succes in de zestiende eeuw. Hij vertelt daarin hoe je moet liggen als je in een herberg overnacht. Je lag daar namelijk op strozakken naast elkaar, dus je moest inschikken om elkaar niet te storen. Die regels hebben wij niet meer nodig."

Door Lisette Thooft

"Het is net als taal, die verandert ook. Je kunt wel een hekel hebben aan ‘hun zeggen’, maar je houdt het niet tegen. Nu is het nog fout, maar over dertig jaar misschien niet meer. Ook etiquette schrijdt voort, of je het ermee eens bent of niet. Daarom moet ik mijn boek Hoe hoort het eigenlijk? om de vijf, zes jaar aanpassen. Neem het gebruik van mobiele telefoon; toen hij net bestond, deed iedereen waar hij zin in had. Dan beginnen mensen het toch lastig te vinden en komen er regels, een stiltecoupé in de trein, tekentjes in de bioscoop. Etiquetteregels zijn een middel. Het doel is: aangenaam samenleven. De basisregels zijn onveranderlijk: houd rekening met een ander. En wees duidelijk.”

Maar je kunt toch ook te veel rekening houden met een ander?

“Vergelijk het maar met het verkeer: natuurlijk wil je het liefst door rood rijden, maar dan krijg je ongelukken. Zo is het ook in het sociale verkeer; als je doet waar je zin in hebt, krijg je geestelijke botsingen. In de jaren zeventig begon het ik-tijdperk en moest je vooral jezelf zijn. Nu klaagt men dan ook over verloedering.”

Is opgelegde beleefdheid niet onecht?

“Dat is Calvijn! ‘Beleefdheid is huichelarij, je moet eerlijk zijn, de waarheid zeggen...’, dat zei Calvijn ook. Daarom zijn wij Nederlanders zo direct. Assertiviteit is goed, maar er moet evenwicht zijn tussen het ik en de ander. Op lezingen komen er wel eens mensen naar me toe die zeggen dat hun ouders hen alleen hebben geleerd om voor zichzelf op te komen. Ze hebben geen sociale regels geleerd en weten nu helemaal niet hoe het hoort. Ze zijn onzeker. Dus dat werkt niet. Je moet heel vaak níét zeggen wat je denkt. Waarom zou je alles maar zeggen?”

U schrijft dat goede manieren vroeger van boven naar beneden door de maatschappij siepelden. Nu is dat niet meer zo. Hoe gaat het nu?

“Het koningshuis heeft nog steeds een voorbeeldfunctie: ze laten zien hoe je iets doet in stijl. Bijvoorbeeld die begrafenis van Friso – daar kun je zien hoe mooi het is als iemand stijlvol herdacht wordt. Vroeger aapten mensen de elite na omdat ze zich wilden opwerken. Nu is de televisie een voorbeeld, met programma’s als Oh Oh Cherso. je kunt ook succes hebben op televisie als je heel ordinair bent. Net als Geer en Goor, die gillen van de lach en scheten laten en boeren. Als je nergens mee opgevoed wordt, denk je dat dit geaccepteerd gedrag is. De voorbeeldfunctie komt nu van hoog èn laag. Dat is wel een probleem.”

Iemand schreef in de krant dat haar kinderen ‘Gordon’ als scheldwoord gebruiken: ‘Doe niet zo Gordon’ of ‘Wat ben jij Gordon zeg.’ Is er een tegenbeweging op gang?

“Ja, dat denk ik wel, dat merk ik ook aan reacties op mijn boek: men snakt naar nieuwe etiquette. We zijn altijd een egalitair land geweest, maar het verlies aan eerbied voor hulpverleners, voor alle vormen van gezag gaat te ver. De wal zal het schip keren: als we te veel afzakken, wordt de maatschappij heel onprettig.”

Heeft het te maken met de anonimiteit van de grote stad?

“Ja, en de grootschaligheid. Je zit in de trein met allemaal mensen die je niet kent. Eens zat ik de hele reis achter een vrouw die keihard telefoneerde met haar vriend. Toen we uitstapten heb ik haar aangesproken: ‘Nu weten wij alles over uw privéleven, dat is toch vreselijk?’ Ze zei: ‘Die mensen ken ik niet, die zie ik nooit meer, dat kan me niet schelen.’ Dat vond ik interessant. Wij tellen niet mee voor haar, want ze ziet ons toch nooit meer. Het leven speelt zich veel meer dan vroeger af in de openbare ruimte. Vroeger fietste je tussen de middag naar huis om te eten, nu eet je op straat of in een café tussen onbekenden. Ga maar na hoe vaak je bent tussen mensen die je niet kent. Dus je bent heel vaak anoniem. En sommige mensen raken daardoor ontremd.”

Log hieronder in om de rest van het artikel te lezen. Nog geen abonnee maar toch benieuwd naar het vervolg? Bestel een los nummer of neem een proefabonnement van 3 nummers voor slechts € 12,-! 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda