FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 06 December 2018 11:50

Paul Blokhuis: 'Ik wil de wereld mooier maken'

Tekst: Kees Posthumus Tekst: Kees Posthumus Beeld: Arenda Oomen/VWS

 

“Geloof geeft mij ontspanning. Ik lig er geen seconde wakker van hoe vaak ik in de krant sta. Mij gaat het erom of ik mijn werk naar eer en geweten doe.” Staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) over zijn drijfveren en rol als ‘zedenmeester’.

Paul Blokhuis (55) stond voor de keuze: een nieuwe baan in de zorg of doorgaan in de publieke sector. Elf jaar lang was hij als wethouder voor de ChristenUnie in de gemeente Apeldoorn verantwoordelijk voor onder andere zorg en welzijn. Nadat hij zijn vertrek had aangekondigd, kwam hij in contact met een zorgaanbieder. Dat had zijn nieuwe werkplek kunnen worden. Het liep anders.
Blokhuis: “Ons college was op excursie in Brussel. In de krant verschenen berichten over de samenstelling van het nieuwe kabinet. Bij de mogelijke kandidaten vanuit de ChristenUnie stond ook mijn naam. Die optie had ik nooit overwogen.
Wij waren net thuis, toen de telefoon ging. Voordat ik hem openklapte, wist ik telepathisch: dit is Gert Jan Segers, fractievoorzitter. En jawel, zijn naam stond op het scherm. Ik nam op: ‘Gert Jan, ik wil niet dat jij mij belt.’ Deze klus leek mij te groot.
Segers somde de inhoud van de portefeuille op: geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, beschermd wonen en preventie. Dat zijn precies onderwerpen die mijn hart hebben. Ik overlegde met mijn gezin. Ik sliep er een nachtje over, wat sommige mensen al raar vonden.
De volgende dag zei ik ja. Misschien uit calvinistisch plichtsbesef, misschien omdat ik geen zwaarwegende reden kon vinden om het niet te doen. Ik zag er tegenop. Als wethouder in een grote gemeente sta je al behoorlijk in de schijnwerpers. Normaal met je kinderen de stad in gaan, zit er niet in. Veel mensen kennen je, er is altijd wel iemand die met je wil praten over zijn uitkering of vervangend vervoer.
Staatssecretaris zijn is een mooie en eervolle baan, maar de schijnwerper is nog feller. Plat gezegd: wie heeft er behoefte aan om de nationale pispaal te worden? Gelukkig krijg ik ook pluimen, maar als alle verwensingen uitkomen die ik op de sociale media krijg, had ik hier niet gezeten.”

Welke rol speelde uw geloof bij het aanvaarden van deze post?
“Daar doe ik niet te sentimenteel of te vroom over. Ook als ik verder was gegaan in de zorg, was ik op mijn plaats geweest. Ik zag het wel als een teken, dat het telefoontje precies op het goede moment kwam, tussen het tweede en derde gesprek over een nieuwe functie. Dat er Iemand is die zegt: jochie, ik heb je ergens anders nodig. Zo vroom ben ik wel.
Zowel in mijn werk als in mijn privéleven geeft mijn geloof rust en stabiliteit. Geloof is een vaste basis in mijn leven, ook al heb ik tegenwoordig veel meer vragen dan vroeger. Gereformeerden stonden er om bekend dat ze op elke vraag antwoord wisten. Dat hoeft nu niet meer en geeft mij meer ontspanning. Toen ik al lang en breed volwassen was, begon geleidelijk het besef door te sijpelen dat God veel groter is dan ik als kleine jongen dacht.
Gereformeerden en andere gelovigen willen dat God precies past in het vakje, dat volgens hen oprijst uit de Bijbel. Dat is driedimensionaal denken, misschien heeft God wel tien dimensies.
Vroeger zocht ik overal een verklaring voor, nu niet meer. Ik ben opgevoed met het idee dat God liefde is, en rechtvaardig. Dat laatste leidde ertoe dat iets als homoseksualiteit betwistbaar werd. Die gedachte is bij mij gekanteld. Als mensen van elkaar houden, ook al zijn ze van hetzelfde geslacht, denk ik dat God daar met een glimlach naar kijkt.
Geloof geeft mij ook ontspanning. Ik lig er geen seconde wakker van hoe vaak ik in de krant sta. Mij gaat het erom of ik mijn werk naar eer en geweten doe. Voor mij is bepalend: kan ik mijzelf ’s avonds in de spiegel aankijken en verantwoorden wat ik doe, al is het niet allemaal de hoofdprijs.
Wat wij hier doen, is proberen de wereld mooier te maken. Maar de volmaakt mooie wereld moet nog komen. Dat moet Iemand doen, met die paar dimensies extra waar ik niet bij kan. Het bijna overspannen najagen van de volmaakte wereld hier is verspilling van tijd. Het paradijs op aarde ga ik niet organiseren. Tegelijkertijd wil ik mij wel tot het uiterste inspannen om er het mooiste van te maken.”

Speelt gebed een rol in uw leven?
“Zeker, een belangrijke rol. Het geeft mij rust. Ik richt mij als ik bid tot een voor mij bestaande God, die mij vasthoudt, in mijn privéleven en in mijn werk. Voor fijne dingen dank ik hem, in ellende roep ik hem te hulp.
Ik geloof niet in ‘u vraagt, wij draaien.’ In mijn privéverdriet vraag ik om hulp en God antwoordt in de mensen, die om ons heen staan. Die ons laten merken: ik denk aan jullie. Een bemoedigende klop op mijn schouder tijdens de koffie na de kerk, daarin zie ik Gods antwoord op mijn gebeden.”

Wat inspireert u in de politieke werkelijkheid van elke dag?
“De rode draad in mijn werk is: iedereen moet kunnen meedoen. Ieder mens is een uniek schepsel, ieder mens heeft talenten. Ik kan er oprecht verdrietig van worden als mensen niet de kans krijgen hun talenten te ontplooien. Daar is de samenleving helaas verrekte goed in geworden: mensen knevelen, afschrijven.
Ik kom geregeld in Het Kantongerecht, een lunchroom bij ons in Apeldoorn, die wordt gerund door mensen met een verstandelijke beperking. Die mensen maken het weekste in mij los. Daar werkt een jongen die de hele dag in de pan soep staat te roeren. Hij ervaart zijn werk als enorm belangrijk, en dat is het ook. Ik gun dat iedereen.
Ik kom uit een vrolijk gereformeerd gezin, mijn vader was predikant. Bij ons thuis was het heel vanzelfsprekend dat je ook aan anderen dacht. In de periode dat wij in Schiedam woonden, was het vanzelfsprekend dat er na de kerk een man met een verstandelijke beperking met ons meeliep naar huis. Hij bleef de halve zondag en vond het geweldig bij ons. Hij hoorde er gewoon bij.
De grootste kunst is voor mij daarin een grens in te trekken. Bij mijn vader werd die grens overschreden. Hij bad ’s avonds aan tafel om sterkte, als er die avond ‘weer bezoek kwam’. Ik heb beter geleerd om die grens aan te geven, juist om de energie te houden om mij in te zetten.”

Hoe waardeert u, als christelijk politicus, de positie van kerken in de samenleving?
“Eeuwenlang heeft de kerk navelstaarderij tot kunst verheven. Als gelovige vind ik het mooie van deze tijd dat de kerk daarmee ophoudt. Dat de kerk ontdekt waartoe wij op aarde zijn: om God te eren. Hoe vertaal je dat? Door mensen te dienen. Anno 2018 maken kerken verbinding. Zij willen er op allerlei manieren zijn voor mensen in hun buurt, gelovig en zeker ook ongelovig.”

Ik zeg kerkasiel.
“Ik vind het goed als kerken zich zo manifesteren in de samenleving. Niet om op goedkope manier reclame te maken voor het geloof. Wel om te doen wat Franciscus van Assisi zei. Ik parafraseer hem nu: als christen moet je evangeliseren en desnoods moet je er woorden bij gebruiken.
De kerk heeft andere verantwoordelijkheden dan de staat. Beide zouden meer gebruik moet maken van artikel vijf. Hou je hand maar voor je ogen, kijk maar tussen je vingers door.
Van regeltjes wordt de samenleving niet per definitie beter. Regels zijn er om rechtsgelijkheid te bewaken en uitwassen te voorkomen. Soms verhinderen regels om mensen verder te kunnen helpen. Als wethouder gaf ik werkers in het sociaal domein uitdrukkelijk rugdekking: gebruik de regels zo, dat mensen ermee gediend worden.
Simpel voorbeeld. Een man vraagt bij de gemeente huishoudelijke hulp aan en krijgt een consulent op bezoek. Die kan zeggen: ‘Meneer, ik zie dat u een hond hebt. Die zorgt voor veel viezigheid. U krijgt geen indicatie voor dat extra werk, alleen voor uzelf. Of u doet de hond de deur uit.’ Terwijl die hond voor die meneer of mevrouw zo belangrijk is. Hij zorgt voor beweging, tijdens het uitlaten, voor contacten met andere mensen, voor aanspraak.
Geld uittrekken om die hond te kunnen houden voorkomt veel persoonlijk leed en maatschappelijk kosten, als de betrokkene vereenzaamt en een beroep doet op de GGZ.”

Voor rokers en mensen met ander ongezond gedrag zijn uw regels wel strikt.
“Er wordt gezegd dat mensen zouden moeten doen waar ze zelf zin in hebben, het is hun eigen keuze. In veel gevallen is dat niet zo. De enige vrije keus die je maakte, was toen je als tiener begon met roken. Toen kon je ‘nee’ zeggen. Dat deed je niet, nu ben je verslaafd.
De overheid gaat roken niet verbieden, we maken het wel moeilijker. Hogere prijzen, minder verkooppunten, minder plekken waar je mag roken. Dat doen we om mensen te ontmoedigen en, eufemistisch gezegd, een heel forse hand te helpen om te stoppen. Mijn politieke opvatting is: rokers zijn verslaafd en hebben hulp nodig om er van af te komen.”

Verschillende opvattingen komen samen in dat ene kabinet Rutte-III.
“Dat is spannend. Ik voer een antirookbeleid, tegelijkertijd gaat de overheid zelf wiet telen. Wiet moet je roken, en ik word juist geacht het roken tegen te gaan. Dat is bijna een gordiaanse knoop. Dat hoort ook bij politiek, wij zullen er iets op moeten bedenken.”

Vindt er binnen een kabinet voldoende bezinning plaats bij de uitvoering van het regeerakkoord?
“Het simpele antwoord bestaat uit drie letters: nee. Zelfs in informele setting, als we met het kabinet bij elkaar komen in het Catshuis, is er met 24 mensen die hun zegje willen doen te weinig tijd.
Ik overleg wel met Ferd Grapperhaus, die wordt geacht het wietexperiment vanuit Justitie vorm te geven. De overleggen met hem raken aan zingevingsvragen. Maar kabinetsbreed? Nee. Dan komt het aan op speldenprikjes. ”

Waar stopt de nieuwe zedenmeester, waar begint de persoonlijke verantwoordelijkheid?
“Bij roken vind ik ingrijpen heel legitiem. De afwijzing van roken leeft breed in Nederland. Daar hoef je echt niet gereformeerd of christelijk voor te zijn. Foute boel, stoppen. Als mensen mij beschuldigen van betutteling, ben ik in het gezelschap van heel veel andere mensen.
Als het gaat om alcohol of verantwoord eten: daar wil ik alleen de uitwassen tegengaan. Wij willen geen cultuur waarin alcoholische dranken goedkoper zijn dan niet-alcoholische. Ik zet mij in voor een preventieakkoord dat daarbij gaat helpen. Mijn lijn is: mensen verleiden gezonde keuzes te maken. Zo komt er een nieuw logo bij voedselkeuze, waarbij mensen in een oogopslag het effect van het product op hun gezondheid kunnen aflezen.
God heeft de mens heel slim gemaakt, maar mensen maken vaak heel stomme keuzen. Nederland is een superwelvarend land waar heel veel mogelijk is. Toch sterven er jaarlijks vele duizenden mensen ten gevolge van verkeerde keuzen, die ze zelf maken. Natuurlijk kun je zeggen: dat is hun eigen keuze. Ik zeg: ik wil als overheid samen met maatschappelijke organisaties een klimaat organiseren waarin het maken van gezonde keuzen op zijn minst gemakkelijker wordt.
Waar dat stopt? Ik weet het niet. Er is in de samenleving wel een beweging gaande. Deels kan de overheid zo’n beweging mee sturen. In de jaren zeventig voerde de overheid de plicht voor veiligheidsgordels in. Toen vond iedereen dat betuttelend, ‘en ook nog een verplichte gordel op de achterbank!’. Nu vinden wij het vanzelfsprekend dat er een piepje afgaat als je je gordel niet omdoet.”

Paspoort

Paul Blokhuis (Zuidhorn, 1963) is sinds 25 oktober 2017 voor de ChristenUnie staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het kabinet Rutte-III.

● Studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden.
● Was voorzitter van de jongerenorganisatie binnen de Reformatorische Politieke Federatie en werd in 1990 fractiemedewerker van de Tweede Kamerfractie van de RPF, later ChristenUnie.
● Was van 2003 tot en met 2006 Statenlid in Gelderland. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 ging de ChristenUnie in Apeldoorn deel uitmaken van het college, Blokhuis werd wethouder voor onder andere welzijn en zorg. Ook in volgende colleges bleef hij wethouder.
● Is als staatssecretaris van VWS onder meer verantwoordelijk voor geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en beschermd wonen, preventie en gezondheidsbevordering (leefstijl).
● Is getrouwd en heeft vier dochters. Begin 2018 overleed de jongste dochter op 18-jarige leeftijd. Tweelingbroer Fred is predikant, een andere broer is muziekkenner Leo Blokhuis.
● Is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda