Zonder kerk gaat het niet

‹ Terug naar overzicht
Door: Jan van Hooydonk
Geplaatst op:
De Volzin-special over 'relimigranten' geeft redacteur Jan van Hooydonk de gedachte in: "Zonder kerk gaat het dus voor mij niet. Ik kan het ook anders zeggen: ik kan niet zonder thuis."

Wanneer in de gemiddelde Nederlandse krant het woord ‘kerk’ verschijnt, is dat veelal in een negatieve context. In de volksmond is dat vermoedelijk niet veel anders. De eerste associatie die het woord ‘kerk’ in de Nederlandse samenleving op dit moment oproept, zou wel eens ‘seksueel misbruik’ kunnen zijn. Velen ook zien de kerken als iets van vroeger, als oorden van cultureel, ethisch en politiek conservatisme. Sommige kerkleiders en gelovigen doen trouwens met hun optreden en uitlatingen hun best om dat imago te bevestigen. En sommige media verlustigen zich in alle slechte dingen die over kerken en gelovigen natuurlijk óók te vertellen zijn. Ze zien niet of willen niet zien wat er door gelovigen en kerken aan goeds wordt verricht. Betreurenswaardig!
Bang als ze zijn om voor achterlijk versleten te worden, kruipen ruimdenkender gelovigen intussen in hun schulp. Ze reageren niet of lauw. Ze  voelen ongemak wanneer ze uitgedaagd worden om publiekelijk getuigenis af te leggen van hun geloof en hun toebehoren tot de kerk. Menigmaal hebben ze daarvoor ook niet de juiste woorden tot hun beschikking. Dus zwijgen ze.

Wie  wél woorden
voor hun geloof hebben, zijn mensen die tijdens hun leven van religie of van kerkgenootschap gewisseld zijn. U ontmoet deze ‘relimigranten’ in de special in deze aflevering van Volzin. Mensen als Peter Nissen die van rooms-katholiek remonstrant werd. Hij heeft, zegt hij, niet ‘de kerk’ verlaten, maar is daarbinnen wel een ander ‘kamertje’ gaan bewonen. Een kamertje waarin hij als mens vrijer kan ademen dan in de kamer die hij verliet.
Relimigranten zoals Nissen hebben met elkaar gemeen dat ze in hun leven een bewuste keuze gemaakt hebben. Christendom, jodendom, islam komen daarin overeen dat ze niet louter een idee zijn, maar vorm krijgen in een concrete geloofsgemeenschap: de kerk, de sjoel, de moskee. Relimigranten kiezen nadrukkelijk voor zo’n gemeenschap. Want, zegt dominee Nissen, geloven is als sport of muziekbeoefening. Je doet het samen. “Zonder een gemeenschap om je heen, die je soms irriteert, maar soms ook inspireert, die je soms uit schaamte doet blozen, maar soms ook steunt en sterkt, vervluchtigt geloven al gauw.”
De relimigranten die in deze Volzin een podium krijgen, dwingen u en mij om de volgende stelling onder ogen te zien: zonder kerk – sjoel, moskee, tempel enzovoorts – gaat het niet. Geloof gaat samen met gemeenschap.  Talloos de vrijzinnige en progressieve christenen die de afgelopen decennia in de valkuil trapten dat je ook je eentje, los van een concrete geloofsgemeenschap, christen kunt zijn. Vrijzinnigheid en progressiviteit zijn daarbij niet zelden een doorgangshuis naar volkomen secularisme gebleken. Is dat erg? Nee, maar als gelovige vind ik dat wel jammer.

Zelf kreeg ik afgelopen decennia van weldenkende maar niet-gelovige vrienden meermaals de vraag voorgelegd waarom ik bij de kerk hoor. Dat ik mijzelf als belijdend rooms-katholiek beschouw, maakt die vraag in hun ogen alleen maar urgenter. Nu hoort u mij niet zeggen dat het alle dagen een feest is om rooms-katholiek te zijn. Maar ik kan en wil niet anders. De rooms-katholieke kerk is het huis dat ik deel met mijn voorouders – die waren toch niet gek? Maar dat niet alleen: ik deel dit huis met miljoenen anderen ter wereld, onder wie miljoenen armen.  Met hen voel ik me verbonden.
Ik schuw de kerkgang niet. Ik beleef mijn katholieke geloof in een oecumenische kerkgemeenschap. Ik ontmoet daar mensen die mij inspireren en moed geven. Gewone mensen – en ook een paar ongewone en buitengewone – die simpelweg goed voor anderen zijn. In die gemeenschap hoor ik het woord van de Bijbel – een geschrift dat uitermate kritisch staat tegenover veel gedachten en praktijken die in onze samenleving gangbaar zijn.  In die gemeenschap open ik mijn hand en ontvang ik Brood en Wijn, teken van het simpele maar soms ook moeilijke feit dat leven ten diepste breken en delen is.

Zonder kerk gaat het dus voor mij niet. Ik kan het ook anders zeggen: ik kan niet zonder thuis. Sommigen denken dat je in dat huis van alles moet. Mijn ervaring is een andere: in dat huis mag je wie je bent. “Mijn bekering voelt als thuiskomen”, getuigt ex-PVV’er Joram van Klaveren die van gereformeerd moslim werd. Een relimigrant ben ik niet. Maar de ervaring van thuiskomen is me als gelovige heel goed bekend.