‘Zaken die er werkelijk toe doen’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

Jan van HooydonkLieve lezers, ik val maar meteen met de deur in huis. Na bijna veertig jaar redacteurschap – 840 nummers van De Bazuin en 400 nummers van Volzin – ga ik mijn denkbeeldige pen neerleggen. Op 7 juni ga ik met pensioen en draag ik het stokje over aan twee mensen die voor u als lezer van Volzin geen onbekenden zijn: Greco Idema en Enis Odaci. Greco Idema maakte eerder deel uit van de redactieraad van Volzin en organiseerde in 2015 en 2019 geslaagde Volzin-lezingen. Enis Odaci was van 2015 tot 2019 columnist van Volzin en is sindsdien vaste medewerker. De nieuwe redacteuren zullen zich komend nummer uitvoerig aan u voorstellen. Ik wens hen veel wijsheid, veel arbeidsvreugde en veel lezers toe.

Veertig jaar heb ik aan de knoppen van De Bazuin en Volzin mogen draaien. Ik heb me geen dag verveeld. Ik heb genoten van het contact en de samenwerking met vele tientallen inspirerende en welwillende mensen: collega’s, medewerkers, stagiairs. Ik heb genoten van de ambachtelijke kant van het werk – heerlijk om bezig te zijn met taal en met het maken van ‘mooie nummers’. Dat alles stemt tot grote dankbaarheid. Maar wat me bovenal blij maakt, is dat ik veertig jaar dag in dag uit in mijn werk bezig mocht zijn met ‘zaken die er werkelijk toe doen’. Het is daarom geen toeval dat de special in het laatste nummer van Volzin waarvoor ik verantwoordelijkheid draag, gaat over God. Die maakte zogezegd de ‘corebusiness’ van mijn redactionele leven uit. En natuurlijk niet alleen van mijn redactionele leven, maar ook van mijn persoonlijke leven, als gelovige, als oecumenische katholiek en als lid van de dominicanenorde.

In 1981 trad ik aan als redacteur van het katholieke tijdschrift De Bazuin. Nu sluit ik mijn werkzame leven af als redacteur van het oecumenische tijdschrift Volzin. De overgang van een katholiek naar een oecumenisch blad heb ik persoonlijk als een enorme verrijking ervaren. Er zijn nog altijd mensen die al dan niet stiekem menen dat hun eigen kerkelijke traditie ‘de enige ware’ is. Tot dezulken behoor ik ten enenmale niet. God heeft in mijn beleving meer dan één kerk nodig om zich ten volle te openbaren. Meer dan één religie ook en zelfs meer dan georganiseerde religie. Lees de special in dit nummer er maar op na: God kan evenmin zonder poëzie, kunst, filosofie. Naar mijn overtuiging geldt: wij zullen oecumenisch en interreligieus zijn of wij zullen niet zijn.

Nederlanders zijn de afgelopen decennia veel minder kerkelijk geworden. Maar de religieuze vraag – de vraag naar een persoonlijk zinvol leven en naar ‘het goede leven voor allen’ – is niet geweken. Ik begon mijn loopbaan als kerkjournalist, ik eindig als religiejournalist. Het verschil tussen beide lijkt soms levensgroot. Maar is dat ook zo? In essentie gaat het in beide typen van journalistieke aandacht, zo denk ik, om hetzelfde: mensen zoeken naar wat hen bindt, we verlangen ernaar deel uit te maken van een gemeenschap. Juist in de crisis die we nu beleven, wordt de vraag naar wat ons bindt, weer sterker. Voor de religiejournalistiek liggen daar nieuwe uitdagingen en nieuwe kansen. Wellicht – Willem van der Meiden schrijft erover in deze aflevering van Volzin – liggen daarin zelfs nieuwe kansen voor kerken.

De Bazuin noemde zich ‘opinieblad voor kerk en samenleving’. Volzin tooit zich met de naam ‘magazine voor religie en samenleving’: bij alle verschil is de aandacht voor de samenleving in mijn werk een constante gebleven. Ik verwacht voor de toekomst van Volzin niet anders. De beginselverklaring van Volzin drukt het treffend uit: ‘Volzin gelooft dat de wereld nog mooier kan worden dan zij al is.’ Waarmee meteen ook gezegd is: Volzin is in mijn ogen nooit een blad voor doemdenkers en zwartkijkers geweest, maar is een ‘optimistisch’ blad. Dat is niet zo omdat ik van nature een optimistisch mens ben – ik betwijfel zelfs of ik dat ben. Ik koester geen naïeve hoop, maar wél hoop ik op grond van de belofte die ons met ons mens-zijn is gegeven. Die hoop heeft voor mij bij uitstek gestalte gekregen in het verhaal over Jezus van Nazaret. Van deze hoop heb ik in mijn werk getuigenis willen afleggen.
Lieve lezers, het was me een waar genoegen! Ik dank u voor uw aandacht en wens u en Volzin van harte een gezegende en hoopvolle toekomst toe. •