Wie leeft, riskeert te sterven

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

Jan van HooydonkHet aantal doden en ziekenhuisopnames ten gevolge van ‘corona’ daalt gelukkig al enkele dagen. Op het moment dat ik dit schrijf, is de totale ‘lockdown’ nog altijd van kracht, maar mogen we al wel voorzichtig uitzien naar verlichting van de maatregelen. Zoals veel Nederlanders heb ik afgelopen weken vooral thuis gewerkt. Ik beschouw dit thuiszitten maar als een oefening voor de tijd die spoedig aanbreekt, de tijd van mijn pensionering. (Volgende maand meer daarover). Hopelijk bent ook u, lezer, de tijd goed en gezond doorgekomen.

De Nederlanders hebben, enkele kwalijke uitzonderingen daargelaten, afgelopen weken een uitzonderlijke discipline getoond. Zonder al te veel gemor hebben we de inperkingen van onze omgangsvormen en mobiliteit aanvaard: afstand houden! niet samenscholen! thuis blijven! Een aantal grondwettelijke vrijheden – zoals het recht op vereniging, vergadering en betoging en het recht op een vrije belijdenis, individueel of in gemeenschap met anderen,  van godsdienst of levensovertuiging – waren of zijn nog opgeschort. (De Grondwet voorziet overigens in die mogelijkheid).  Dat alles gebeurde zonder veel discussie. Eensgezindheid alom dus. Onze bestuurders verdienen hiervoor wat mij betreft een compliment. Ze hebben zich uitgeput in overredingskracht en argumentatie. Met het concept van de ‘intelligente lockdown’ zijn ze erin geslaagd de bevolking aan te spreken op haar verantwoordelijkheid. Ik mag hier toch wel zeggen dat ik overweeg volgende keer op Mark Rutte te stemmen? Een kleine voorwaarde mijnerzijds slechts: ik zou hem eerst graag zien overstappen naar een andere partij.

“De tijd van voorheen keert niet meer terug”, hield premier Joop den Uyl in 1973 de bevolking voor na de oliecrisis. Premier Rutte zegt nu hetzelfde over het postcoronatijdperk. De voorspelling van Den Uyl is niet uitgekomen. Welvaart en consumptie zijn na 1973 alleen maar gestegen. Ditmaal hebben we wél rekening te houden met een economische recessie. De gevolgen daarvan zullen zeker de eerstkomende tijd heftig voelbaar zijn. Maar zullen we daarna als samenleving niet weer in onze oude patroon vervallen?

De ‘groene beweging’ ziet de huidige crisis als een kans om te komen tot een ecologisch meer verantwoorde economie en een duurzame levensstijl. Een profetische aansporing om ons te bekeren of een vorm van doemprediking dat God (of het virus) ons een lesje wil leren? Ik weet het niet zo precies, maar ik ben eerlijk gezegd  wel sceptisch over de anderhalvemetereconomie en een samenleving waarin het dragen van mondkapjes de norm wordt. Natuurlijk, massale samenkomsten en volgepropte treinen zijn vanuit een oogpunt van volksgezondheid geen goed idee. Maar ‘sociaal afstand houden’ isoleert ons van elkaar. Gezondheid is een groot goed, maar menselijke nabijheid is evenzeer een essentiële voorwaarde voor menselijk geluk. Niet alleen corona maar ook de lockdown heeft afgelopen weken tot doden geleid. Denk alleen maar aan de ellendige situatie waarin de veelal hoogbejaarde bewoners van verzorgingshuizen verkeren: opgesloten op hun kamer, geen contact met medebewoners, geen gezelligheid en bovenal geen bezoek van partner, kinderen, kleinkinderen, vrienden. Dodelijke eenzaamheid, willen we dat dan?

We moeten samen nadenken over de tijd ‘na corona’, zo spoort de regering ons terecht aan. Hier ligt naar mijn mening bij uitstek ook een taak voor kerken en gelovigen. Ik denk nu aan een van mijn leermeesters, in zijn tijd een vooraanstaand katholiek moraaltheoloog en ethicus, kritisch maar ook diepgelovig. Naast al deze deugden was hij ook kettingroker, een verslaving die uiteindelijk tot zijn dood geleid heeft. “We mogen als gelovige best een beetje riskant leven”, zei hij me ooit. Die uitspraak was natuurlijk geen pleidooi voor roekeloosheid of slechte gewoonten, maar wél een vraag naar wat onze diepste overtuigingen en waarden zijn. Een vraagteken bij het heersende idee dat gezondheid de hoogste waarde in het leven is. Een relativering van de verwachting dat de overheid of wie dan ook iedereen altijd en overal honderd procent gezondheid kan garanderen.  Wie leeft, neemt nu eenmaal het risico te sterven. We zijn als mens kwetsbaar. Dat is onze zwakte, maar ook onze kracht. ●