Jom Kipoer, best een pittige dag

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

jom kipoerHet was vandaag Jom Kipoer (Grote Verzoendag). Dus ik hoorde vandaag niet te schrijven en heb keurig gewacht tot er drie sterren zichtbaar waren aan de hemel, teken dat de dag voorbij is. Op de belangrijkste feestdag van het jaar is werken uiteraard uit den boze. Bovendien was ik al met de auto naar sjoel. Dat mag ook niet, maar ik zie mezelf ook niet met vrouw en zes kinderen van Almere naar Amsterdam wandelen. Gisteravond begon Jom Kipoer met het Kol Nidre. Dit gebed bestaat al duizenden jaren, de hogepriester sprak het uit voordat hij het Heilige der Heilige binnenging. We vragen met dit gebed ontslag van de verplichtingen die we aangingen, beloftes die we maakten jegens onszelf en de Eeuwige. De huidige melodie is prachtig, gecomponeerd door Max Bruch eind negentiende eeuw. Omdat hij dit deed werd hij door de Duitsers als Jood beschouwd, wat zijn carrière niet ten goede kwam. Nebbisj, plachten we dan te zeggen.

Als ik daar dan sta, met mijn hele gezin een hele bank vullend, en ik hoor de melodie dan hou ik het niet droog. Je blikt terug op het afgelopen jaar, en je voelt – of beter: ík voel – dan nog even alle lasten op je schouders drukken. Daarna is het weg en dat is fijn. Vandaag was ik ook in sjoel en deden we de collectieve schuldbelijdenis. Ik heb gemoord, gestolen, geslagen en zo nog een hele lijst dingen die ik niet heb gedaan maar waar we wel, als collectief en met elkaar, vergeving voor vragen. De droosje, nederjiddisch voor drasja, predikatie was prachtig. Het gaat bij Jom Kipoer om de bewustwording van ingesleten gewoontes, zo hield de rabbijn ons voor. Door bewustwording kun je patronen doorbreken, daar begint het mee. Ondertussen speelde onze peuter tussen de banken, las één puber Lord of the Rings en legde een andere puber uit aan een Amerikaans meisje wat er allemaal door de rabbijn werd gezegd. Vast een herkenbaar beeld ook bij u in de kerk.

Afijn, de dienst duurt tot kwart voor acht en dat hield de peuter niet vol, dus met een goed gemoed gingen we na het zingen de synagoge uit, waar ik vrolijk de zwaarbewapende marechaussees bedankte die zo zuinig op ons zijn en ons tijdens de diensten bewaken. Raar misschien, maar zelfs dat went. Duurde wel verscheidene jaren hoor, zeker als je aan je kinderen uit moet leggen waarom er weer méér beveiliging is.

Eerst was er alleen een gracht om onze sjoel en onze eigen beveiliging, de vrijwilligers van Bij Leven en Welzijn, zo heet die club. Daarna kwam er politie bij, een permanente politiepost, kogelvrij glas, betonblokken op het trottoir met vast een mooie naam die ik niet ken, marechaussees met kogelvrije vesten en karabijnen en van die dikke hummers. Of mercedessen. Ik heb er geen verstand van. Hoe het ook zij: elke keer mag je weer uitleggen waar het voor is en op een gegeven moment geloven ze je niet meer wanneer je zegt dat de Torarollen nou eenmaal erg kostbaar zijn. Neen. Die soldaten staan daar voor mijn kinderen. Dat went en dat is eigenlijk heel erg.

Dus dan kom je buiten, je zwaait een bedankje naar de jongens en meisjes van de militaire politie (dat mag), stapt in je auto (dat mag niet) start hem (dat mag niet) en zet de radio aan (dat mag niet) want het is een rond 8 uur – dus tijd voor het journaal. En dan hoor je van de terreur in Halle an der Saale, in Sachsen-Anhalt, voormalige DDR. Een schietpartij op straat, vlak voor een stampvolle synagoge, want ook daar is het Jom Kipoer, twee doden en een gearresteerde verdachte. Je hoort dat ze de sjoel wilden binnendringen, maar dat dat niet lukte dankzij dezelfde beveiliging die wij ook hebben. De sfeer in de auto was opeens anders. Je probeert nog een grapje te maken, de rabbijn moet zeker zijn preek aanpassen voor vanavond, haha, maar het lukt niet echt. Aangeslagen rij je naar huis, ik wou dat het anders was. Nu ik dit schrijf weet ik nog niets van de aanslag in Halle, maar mijn gevoel zegt dat het rechts-extremisten zijn. We zullen het allemaal nog wel horen. Ik zit nu op de bank onder een dekentje, ik type mijn stukje en mijn lieve peuter leunt half slapend tegen me aan. Is ook best een pittige dag, Jom Kipoer.

Geschreven door columnist Roel Abraham.