Geluk gehad

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

“Je bent altijd welkom, ik zet de koffie vast aan”, klinkt de opgewekte stem aan de telefoon. Even later parkeer ik de fiets tegen het tuinhek. De man van net is weer terug van een ziekenhuisopname. De zoveelste de afgelopen tijd. Het ene medische probleem is nog niet goed in kaart gebracht, of het volgende dient zich alweer aan. De laatste operatie is hem nog best meegevallen. “Wat ze precies hebben gedaan, hoef ik niet te weten”, zegt hij met een glimlach. Als zij maar weten waar ze mee bezig zijn. ‘Zij’ zijn de vaak jonge dokters, aan wie hij zich toevertrouwt. Aan een van hen gaf hij laatst een vaderlijk advies: “Werk je niet over de kop, vergeet niet van het leven te genieten”, heeft hij gezegd. “Het leven is immers zo voorbij als je niet oppast.”

Over zijn ziektes wil hij het liever niet hebben. “Mijn leven wordt er al te veel door bepaald de laatste tijd. Ik dank onze lieve Heer op de blote knietjes.” Na mijn vragende blik vervolgt hij: “Ik ben mijn hele leven gezond geweest, dat is toch prachtig! Nu ik zoveel medische ellende en pijn heb, ben ik ongelofelijk dankbaar dat me dat tot nu toe bespaard is gebleven.” Ik kijk naar zijn geamputeerde arm. Als kind kwijt geraakt bij een ongeluk. Hij ziet het. “Ik heb vaak geluk gehad”, klinkt het, waarna hij me een groot glas water inschenkt. “Dat is heel gezond dominee, veel drinken. Moet ik ook van de dokter.” Hij heft zijn glas om te proosten.

Gelukkig is het water ijskoud. Ik heb het namelijk plotseling snikheet en neem dankbaar een paar slokken. Ook in de hoop dat ik mijn bietrode hoofd wat kan camoufleren achter het glas. Zijn vrouw ontgaat niets. “Vervelend hè, die opvliegers”, zegt ze met een bemoedigende glimlach. “Ik zag het laatst ook al een keer tijdens de kerkdienst.” Ook dat nog, zucht ik inwendig. “Heb je er ook veel last van gehad?”, vraag ik om de aandacht van mijzelf af te leiden. “Mijn vrouw? Die vloog alleen nog maar”, grapt de man, terwijl hij liefdevol zijn ene hand op haar arm legt.

Ik heb geluk gehad, denk ik op de terugweg. Zoveel mooie mensen mogen ontmoeten, zoveel levenskracht en levensvreugde mogen delen. De rest van de dag lach ik mijn opvliegers weg. “Vergeet niet van het leven te genieten”, denk ik. En ik prijs me gelukkig dat ik tot mijn vijftigste geen enkele opvlieger heb gehad.