Euthanasie is niet doodgewoon

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

euthanasieHOOFDREDACTIONEEL. Euthanasie “is niet iets goeds, maar een noodzakelijk kwaad”, “een uiterste redmiddel”, zo stelt ethicus Theo Boer in deze aflevering van Volzin (blz. 38 e.v.). Boer pleit voor ‘een ethiek van de behoedzaamheid’: “Ik denk dat dat een welkom tegenwicht is tegen het liberale maakbaarheidsgeweld. Neem het leven zoals het is. Probeer de zelfbeschikking en de menselijke bemoeienis met het leven niet uit de hand te laten lopen.”

Nederland had volgens Boer beter geen euthanasiewet gehad. Dat standpunt lijkt me geen recht te doen aan de vraag vanuit de samenleving. Soms is er sprake van zodanig ondraaglijk en uitzichtloos lijden dat actieve levensbeëindiging een daad van barmhartigheid kan zijn. Christenen zien het leven als een geschenk van God. Zou men, als het echt niet anders gaat, dit geschenk niet aan de Schepper mogen teruggeven? Mede door de toegenomen medische mogelijkheden worden mensen steeds ouder. Sommigen van ons worden in hun beleving ‘te oud’. Ook dat gevoel kan, zo weet ik uit eigen waarneming, resulteren in een vorm van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Het standpunt van Boer over de euthanasiewet deel ik dus niet. Dat neemt niet weg dat ik wél zijn zorgen deel. Actieve levensbeëindiging lijkt in Nederland steeds meer ‘normaal’ te worden. Voor het eerst sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 stond vorige maand een arts voor de rechter. Deze verpleeghuisarts pleegde euthanasie op een demente patiënte die vóór haar ziekte een onduidelijke wilsverklaring op papier had gezet. Eenmaal dement was de vrouw niet in staat haar wilsverklaring eenduidig te bevestigen. De rechtbank sprak de dokter vrij. Een eerdere wilsverklaring mag van de rechter door een arts als leidend worden beschouwd. De vraag die hier rijst is wel of een demente persoon – iemand die niet meer in staat is volledig autonoom beslissingen te nemen – nog altijd als volwaardig mens gezien wordt. Door deze rechters kennelijk niet. Welk signaal geven zij daarmee af aan de samenleving? Zij voeden het maatschappelijk ethos dat euthanasie doodgewoon zou zijn. Dat is euthanasie natuurlijk niet, niet voor de betrokken patiënt en al evenmin voor diens naasten en voor artsen.

En dan is er ook nog de aankondiging van D66-Kamerlid Pia Dijkstra dat zij ‘binnenkort’ haar initiatiefwet Voltooid Leven aan de Tweede Kamer zal sturen. Die wet moet het mogelijk maken dat mensen die niet ondraaglijk of uitzichtloos lijden maar wel levensmoe zijn, hulp bij zelfdoding ontvangen. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie spraken bij de kabinetsformatie af dat er eerst onderzoek gedaan zou worden naar de behoefte in de samenleving aan wetgeving op dit terrein. Dijkstra wil de uitkomsten daarvan niet afwachten, laat staan dat zij op basis daarvan nog eens goed zou willen nadenken over de wenselijkheid van de door haar voorgestane regeling zou willen heroverwegen.. De overheid voert een actief beleid ter preventie van suïcide. Twee jaar terug adviseerde een commissie van wijzen onder leiding van – nota bene! – Dijkstra’s partijgenoot Paul Schnabel om geen wet Voltooid Leven op te tuigen. Zij meende dat de huidige euthanasiewet aan mensen met een stervenswens voldoende mogelijkheden biedt. Dijkstra heeft aan dit alles geen boodschap.

Het liberale mensbeeld
heeft juristen en politici in zijn greep. Wat in deze discussie door hen zorgvuldig buiten beeld wordt gehouden, is de vraag naar zingeving van lijden en naar solidariteit met wie niet meer ‘autonoom’ zijn. Noch het recht noch de politiek hebben daarop een antwoord. Door hun toedoen ‘evolueren’ euthanasie en hulp bij zelfdoding van “uiterste redmiddel” tot een algemeen aanvaard recht. Ten onrechte.