'Een dominee van het socialistische woord'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Joop den Uyl

Joop den Uyl tijdens een PvdA-congres in 1985.

Uitgevers en boekverkopers kunnen het bevestigen: het genre van de biografie ligt momenteel goed in de markt. Voor mij als lezer geldt hetzelfde. Afgelopen jaren verslond ik de ene biografie na de andere, van koningin Wilhelmina tot wethouder Wibaut, van kardinaal Alfrink tot premier Van Agt – om eens een paar van mijn favorieten te noemen. Naast literair genot verschaft een goede biografie dieper inzicht in het verleden – en daarmee meteen ook in het heden en de toekomst. Tenminste, dat verbeeld ik me als lezer toch.

Maar er is nog een reden waarom ik graag biografieën lees. Veelal worstelen de hoofdpersonen met een spanning tussen wat zij zien als hun ideaal, visioen of roeping enerzijds en wat zij ervaren als de harde realiteit van hun tijd en omgeving en hun eigen ‘zondigheid’ anderzijds. Sommigen komen die worsteling met glans te boven. De meesten lopen niettemin kleerscheuren op. Hoe breng ik het er in dat opzicht zelf van af? Het lezen van een biografie kan voor jezelf zowel confronterend als leerzaam zijn.

Deze spanning tussen ideaal en harde realiteit loopt ook als een rode draad door het leven van de politicus die van 1966 tot 1986 aanvoerder was van de Partij van de Arbeid en van 1973 tot 1977 leider van het meest progressieve kabinet dat Nederland ooit gekend heeft. Joop den Uyl (1919-1987) was als premier voor velen “de personificatie van hoop en optimisme”. Hij was “het symbool van zijn tijd”, zo schrijft journalist-historicus Dik Verkuil in de voortreffelijke biografie die vorige maand verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam (462 blz., € 34,99). Van de ambitieuze plannen van het kabinet-Den Uyl – de spreiding van inkomen, kennis en macht – kwam uiteindelijk weinig terecht. “Toch heeft het een unieke plaats in de Nederlandse geschiedenis, omdat Den Uyl de enige minister-president was die zijn premierschap wilde gebruiken om de maatschappij fundamenteel rechtvaardiger te maken aan de hand van een visionair programma dat hij zelf had ontwikkeld’, aldus Verkuil. Wie het rijtje premiers na Den Uyl in het vizier neemt, kan die constatering alleen maar bijvallen.

Den Uyl had een visioen, velen hadden in zijn tijd hetzelfde visioen En toch ging het wat Den Uyl betreft mis. De PvdA behaalde in 1977 met 53 zetels haar grootste verkiezingsoverwinning, maar een tweede kabinet-Den Uyl kwam niet tot stand. De verhouding tussen het CDA en de PvdA was daarvoor te zeer verzuurd. Van een persoonlijke verstandhouding tussen Den Uyl en CDA-aanvoerder Van Agt, laat staan van enige waardering, was al evenmin sprake.

De gedrevene luidt de titel van Den Uyls biografie. En inderdaad, gedreven wás hij. Religieus gezien was hij dan wel agnost, maar zijn gereformeerde afkomst tekende zijn persoonlijkheid. Den Uyl was een door en door calvinistische politicus aan wie het opgeheven vingertje niet vreemd was, een “dominee van het socialistische woord”. ‘De zaak’ stond bij hem voorop; hij hield meer van de mensheid dan van mensen. “Zijn gedrevenheid verklaart voor een belangrijk deel zijn succes én zijn mislukking”, constateert de biograaf. Zijn gedrevenheid bracht hem voor korte tijd aan de macht, maar belette hem ook recht te doen aan andere opvattingen en te investeren in persoonlijke relaties. Zijn gedrevenheid belette hem eind jaren zeventig ook om in te zien dat zijn tijd als politiek leider voorbij was: “Hij waande zichzelf onmisbaar. Zo werd Nederland getuige van een pijnlijke zelfdestructie.”

De biografie van Joop den Uyl confronteert de lezer met de spanning tussen visioen en realiteit. Je hoeft niet zoals hij gereformeerd of sociaaldemocraat te zijn om die spanning in je eigen leven te herkennen.