‹ Terug naar overzicht

De grootste mediarevolutionair uit de vroegmoderne tijd

Geplaatst op:
Trots toont hij de bevolking zijn blokletter op de Grote Markt van Haarlem: Laurens Janszoon Coster, ‘de uitvinder van de boekdrukkunst’, die op zijn idee zou zijn gekomen toen hij met een mes in een boom aan het kerven was. Maar Coster heeft waarschijnlijk nooit bestaan. In de golf van nationalisme in het negentiende-eeuwse Europa had Nederland helden nodig en zo kreeg de boekdrukkunst een Nederlandse ‘uitvinder’.

Johannes GutenbergDe Duitser Johannes Gutenberg heeft wel bestaan: hij leefde van circa 1400 tot 1468 en werkte vooral in Mainz. Gutenberg vond zeker de boekdrukkunst niet uit, maar hij bracht wel een enorme schaalvergroting van het medium tot stand. Wilde je een bladzijde drukken, dan moest je vóór Gutenberg die hele bladzijde uit één blok hout snijden. Dat was uiterst bewerkelijk, zeker als er fouten gemaakt werden, totdat Gutenberg proefondervindelijk ontdekte dat je losse letters in spiegelbeeld kon snijden in daarvoor geschikte metalen, ze kon gieten in een gietvorm en met een zethaak regels kon maken. Zo hoefde je, als er een fout in stond, niet de hele bladzijde opnieuw uit te snijden, maar kon je volstaan met het vervangen van een of meer letters. Daardoor werd het mogelijk veel sneller te drukken en veel grotere oplagen te halen. Ga eens in Antwerpen naar het Museum Plantin-Moretus. Dat geeft een aanschouwelijke voorstelling van dit middeleeuwse procedé. Dan daagt misschien ook hoe revolutionair de vinding van Gutenberg was.
Het pronkstuk van de drukkerij van Gutenberg was de 42-regelige (Latijnse) Gutenbergbijbel in liefst 643 bladzijden, waarvan het eerste exemplaar in 1455 van de pers kwam. Er zijn van dit oerboek nu nog 49 exemplaren (of gedeelten daarvan) bekend. Het boek werd destijds aangeprezen als in niets van een handschrift te onderscheiden. En zo bleef dat de norm in de eerste decennia van de moderne boekdrukkunst: handschriftgetrouw drukken. Grappig is dat bij diverse ‘revoluties’ in de ontwikkeling van de media conservatisme een rol heeft gespeeld. In de oudejaars-
editie van dagblad Trouw ging het over de omslag van papieren krant naar digitale krant en wat dat betekent voor het imago van betrouwbaarheid van de krant. Mediawetenschapper Irene Costera-Meijer zegt daarover: “Om de huidige lezers van de papieren krant te verleiden tot een overstap naar de digitale editie, zal die zoveel mogelijk op een papieren krant moeten lijken.”
Een revolutie moet dus lijken op een evolutie, anders houden de mensen het niet bij. Zo ging het ook bij de boekdrukkunst. Zeker een halve eeuw lang bleef het handschrift de norm voor echtheid en betrouwbaarheid. Het was de tijd van de incunabelen, de zogeheten wiegendrukken, drukken uit de kindertijd van de boekdrukkunst dus. Pas in het begin van de zestiende eeuw kon door de ontwikkeling van de typografie de boekdrukkunst echt eigen wegen inslaan en groeide het aantal gedrukte boeken onstuimig. De reformatie was ondenkbaar geweest zonder de uitvinding van Gutenberg. In enkele tientallen jaren tijd groeide het aantal drukkerijen in Europa exponentieel dank zij de grote behoefte aan bijbelvertalingen, pamfletten en catechisatieboekjes. Maar ook de wetenschappen van de renaissance profiteerden gretig van het nieuwe medium met oude papieren.

De grensverlegging van Gutenberg is wel te vergelijken met die van de microchip. De eerste computers werden begin jaren zeventig op enkele middelbare scholen in gebruik genomen. Ze besloegen de wanden van een heel klaslokaal en hadden nog lang niet de capaciteit van een mobiele telefoon. De microchip leidde tot een ongekende schaalvergroting en versnelling van een medium dat al zestig jaar eerder ‘ontdekt’ was. Zo betekende ook Gutenbergs vinding een ongekende schaalvergroting en versnelling in het medium dat eeuwenlang toonaangevend zou zijn in de wereld, tot aan de dag van vandaag. Maar inmiddels zeggen pessimisten (of zijn het optimisten?) dat drukwerk zijn langste tijd gehad heeft.
Een van de grootste digitale bibliotheken startte in 1971 in de Verenigde Staten en draagt de naam van Johannes Gutenberg. Behalve in Antwerpen kunnen geïnteresseerden ook in Mainz zelf terecht in het Gutenbergmuseum voor een blik in het hart van de grootste mediarevolutie uit de vroegmoderne tijd.