Anne Bijns: De grootste rederijker is een vrouw

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:

Tekst: Willem van der Meiden 

Vijf jaar geleden werd de Anna Bijns Prijs opgeheven. De prijs, ingesteld in 1985, was een prijs voor vrouwelijke schrijvers, van wie “het oeuvre zowel in stijl, vorm, aanpak als in thematiek uiting moest geven aan de realiteit en de verbeeldingswereld van vrouwen”. De initiatiefneemsters, onder wie Anja Meulenbelt en Renate Dorrestein, wilden een alternatief bieden voor de belangrijkste Nederlandse literaire onderscheiding, de P.C. Hooftprijs. Die was tot 1985 35 maal uitgereikt, waarvan 5 keer aan een vrouw (en daarna 33 maal , waarvan 7 keer aan een vrouw). De Stichting die de Anna Bijns Prijs uitreikte besloot haar geld voortaan in te zetten voor publieksevenementen. Renate Dorrestein verzuchtte bij de opheffing dat vrouwen niet konden lobbyen.

De Antwerpse kleermakersdochter Anna Bijns (1493-1575) dichtte in rederijkersstijl, hoewel ze als vrouw geen lid kon worden van een rederijkersgezelschap. Ze is om verschillende redenen spraakmakend geweest. Ze was weliswaar niet de eerste schrijvende vrouw in onze literatuurgeschiedenis, maar ze schroomde als ongetrouwde vrouw niet om openlijk over liefde én geloof te dichten. Daarbij had ze geen hoge dunk van mannen, aan wie ze spottende verzen wijdde:
Een vrouwe lydt menigen ancxt & vaer, / als een man, hier oft daer, gaet druck verjagen, / drincken & spelen, by nachten by dagen.

Anna Bijns verwierf eveneens faam als geharnaste bestrijder van de Reformatie: Schrifture wordt nu in de taveerne gelezen, / In d’een hand d’evangelie, in d’ander den pot. Vooral Maarten Luther moest het ontgelden. Luther en al zijn gezellen “sijn scadelijcke wolven onder tchristen bloet, / die de scaepkens vermoorden, die Christus voet [voedt]. / Tsijn rechte ingelroeyen [hengelroeden] vander hellen.

Dat maakte Bijns populair in de rooms-katholieke kerk, al schroomde zij niet om misstanden aan de kaak te stellen. Het maakte haar ook populair onder katholieke neerlandici, zoals Fernand Lodewick. Diens literatuurgeschiedenis werd veel gebruikt op middelbare scholen in de jaren zestig en zeventig en hij geeft Anna Bijns ruim baan: “De grootste rederijker is een vrouw.”

In haar tijd gold Anna Bijns tot ver over de grenzen als een van de grote vrouwen, en de literaire kwaliteit van haar poëzie stond in hoog aanzien. Haar eerste bundel verscheen in 1528 en kreeg de aanbeveling mee dat de teksten geschreven waren door de eersame ende ingeniose maecht, Anna Bijns. De bundel werd vijf keer herdrukt en zelfs al in 1529 vertaald in het Latijn. Er volgden bij haar leven nog twee bundels, in 1548 en 1567. Het is niet waarschijnlijk dat ze hiermee de kost kon verdienen; ze stond ook aan het hoofd van een eigen schooltje. Van Anna Bijns zijn 222 teksten bekend, waarvan de meeste van een flinke lengte. Spot, satire, sarcasme gingen bij haar hand in hand met vroomheid, hartstocht en zelfverzekerdheid. Het maakt haar teksten nog steeds goed leesbaar. De grote verspreiding van haar werken is zeker ook veroorzaakt door de hoge vlucht die de boekdrukkunst in haar tijd maakte. Anna Bijns is de eerste literator die daarvan ten volle heeft geprofiteerd.

Ze was lange tijd vergeten en werd aan het eind van de negentiende eeuw herontdekt. Historicus Herman Pleij schreef in 2011 een mooie biografische schets: Anna Bijns, van Antwerpen. Daarin schreef hij: “Nooit is er in de Nederlandse taal hartstochtelijker over de liefde geschreven dan door Anna Bijns. En nooit heeft iemand zwaarder gescholden op ketters of venijniger de spot gedreven met huwelijk en gezin –  en dat alles in gepassioneerde verzen in de volkstaal, die een wijde verspreiding vonden in handschrift en druk.” Behalve op haar reputatie als ‘kettervreter’ gaat Pleij uitgebreid in op haar fascinatie voor schroeiende liefde, ook de lijfelijke liefde.
“Felle jammerklachten, snijdende hartenpijn, jaloezie, hoop op verzoening, haat als die hoop teniet is gedaan – al die menselijk emoties zitten in deze poëzie”, schreef Aleid Truijens in de Volkskrant. Passie lijkt het woord te zijn dat de thema’s van Anna Bijns met elkaar verbindt. En mannen? Och, want, my dunckt, de goede mans syn nu witte raven; / acht niet wat gaven / sy u brengen voer oogen: / als sy een vrouwe hebben int net getogen, / is lieffde vervlogen /; dit sien wy wel

Erg jammer dat de Anna Bijns Prijs niet meer bestaat; evenveel vrouwen als mannen schrijven literatuur en verreweg de meeste lezers van literatuur zijn vrouwen.