FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 19 September 2018 14:00

‘Taalbarrière tussen christelijke en niet-gelovige wereld’

Tekst: Jasmijn Olk Tekst: Jasmijn Olk Beeld: Ted van Aanholt

De theologiestudent van nu: wie is dat? Wat drijft hem of haar? Laatste in een serie van drie gesprekken: Joanne Vrijhof (29). “Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met de kerk”, vertelt de toekomstige predikante.

Toen Joanne tijdens haar studie sociaalpedagogische hulpverlening een cursus bijbelwetenschap volgde, dacht ze: zo wil ik de hele Bijbel leren lezen. Als dochter van de dominee verhuisde ze vaak en ook nu reist Joanne het hele land door: ze woont in Nijmegen, volgt de opleiding tot gemeentepredikant in Groningen en werkt in het Amsterdamse Wereldhuis met Franstalige, ongedocumenteerde vluchtelingen.

Waar zijn we?
“We zijn in café Dollars, hier ben ik veel te vinden. Met niet-gelovigen over het geloof praten, met open houding en absoluut zonder hen ergens van te willen overtuigen, vind ik een van de leukste dingen om te doen. Snel heb je het over hele diepe dingen, er komen vaak mooie gesprekken uit voort. Als je vertelt dat je theologie studeert, reageren mensen vaak verrast: ze willen weten wat het is, vragen of ik echt in God geloof. En of ik echt in God geloof? Niet in het beeld dat mensen vaak hebben, van een oude man met een baard. Maar ik geloof wel degelijk. Voor mij speelt de godsnaam een grote rol: ‘ik ben wie ik ben’, of ‘… wie ik zal zijn’. Het komt van het werkwoord zijn, aanwezigheid, en er zijn, relatie. God is voor mij ook iets hogers, iets dat boven ons uitstijgt. De relaties die ik heb zijn meer dan alleen de optelsom van mij en de ander. Een relatie kun je ook als goddelijk zien, vind ik.”

Je had een column in het universiteitsblad?
“Naar aanleiding van de gesprekken die ik had, vroeg studentenblad ANS, of ik geen column wilde schrijven. Onder de naam ‘kroegtheoloog’ heb ik een jaar lang columns geschreven, met het motto: geniet, anders doe je het geschenk van het leven geen eer aan. In die columns schreef ik vanuit de schijnbare afstand tussen het geloof en het studentenleven. Ik merk dat mensen mij soms zien door de filter van het christendom, dus gekleurd door hun beeld van het christendom. Dat vind ik lastig. Mijn vrienden kennen mij als iemand die overal voor open staat, taboes moeten volgens mij doorbroken kunnen worden. Omdat er het stickertje ‘christendom’ op zit, benaderen ze mij soms toch anders.”

Die afstand is er voor jou niet?
“Ik sta voor mijn gevoel vaak tussen de christenen en niet-christenen in. Daarom wil ik graag bruggen bouwen, we hebben elkaar veel te bieden. Maar het is ook wel een soort niemandsland en dat is ook wel eenzaam. Voor veel christenen ben ik misschien net niet christelijk genoeg, terwijl voor ongelovigen… ik nóem mezelf christelijk, dat is voor veel mensen al best een ding.
Ik houd van de positie van nar: ik ben zo gek dat ik mezelf christen noem, dat het ruimte biedt voor anderen om ook te vertellen wat ze geloven. Want ‘zo gek’ als ik zullen ze nooit zijn. Ik vind dat een mooie positie. Mensen vertellen vaak dat ze stil worden in een kerk. Vaak zijn ze heel gevoelig voor het religieuze, maar de drempel van de kerk is te hoog. En soms denk ik ook: jij gelooft eigenlijk veel meer dan ik, bijvoorbeeld over hoe het leven na de dood er uitziet.”

Kijk je sinds je theologie bent gaan studeren anders tegen dingen aan?
“Ik ben mij heel bewust geworden van de taalbarrière tussen christelijke taal en de niet-gelovige wereld. In een van mijn eerste columns schreef ik over mijn introductieweek, toen ik net met theologie begon. Ik was het enige meisje met een rokje aan, de enige met een tatoeage, ik ben getrouwd geweest en ook weer gescheiden, ik rookte en dronk weleens een biertje. Op straat een heel gewoon iemand, maar tussen de theologen voelde ik me de vreemde eend in de bijt, heel ongemakkelijk. Dat vertelde ik aan een medestudent.
Hij antwoordde: ‘maak je daar niet druk om, ik kijk je daar niet op aan. Dat heeft te maken met de vergeving van je zonden, daar hebben we het nog wel over.’ Toen dacht ik: wat?! Je bent 18, komt net van het ouderlijk huis, en gaat mij dan vertellen dat ik zonden heb begaan? Ik was in eerste instantie gepikeerd. Een jaar later, toen ik besloot naar een andere universiteit over te stappen, zei hij bij het afscheid dat hij het jammer vond dat ik weg ging. Omdat we zo’n klik hadden. Dat begreep ik eerst niet. Pas later realiseerde ik mij dat die opmerking bij hem niet ging over zondigheid, maar over vergeving. Hij bedoelde: je bent maar een mens, we maken fouten, je wordt er niet op aangekeken.
Waar het eigenlijk op neerkomt: we zijn niet volmaakt, we zijn mensen, geen goden. En we hoeven het ook helemaal volmaakt te zijn. Daar zit voor mij ook iets in van ‘hup, niet bij de pakken neer zitten’. Je fouten worden je vergeven, er is een nieuwe kans. Hierin zit een enorme taalbarrière. Want als je hoort dat het over zonde en schuld gaat, denk je: daar wil ik ver vandaan blijven. Terwijl het met deze interpretatie juist iets heel moois is. Er zit een levensvreugde in dit idee van zonde: je kunt duizend keer vallen, en ook duizend keer opstaan. Dit geldt zowel voor de grote en belangrijke zaken in het leven als voor de kleine. Dat je bijvoorbeeld een kater hebt en kan denken: nou, volgend feestje drink ik minder.”

Je studeert voor dominee, wil je ook in een kerk gaan werken?
“Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met de kerk. Enerzijds vind ik de kerk echt prachtig, je komt bij elkaar met gedeelde verlangens. Je bent op een bepaalde manier met elkaar verbonden, hoeft niet alles uit te spreken. De kerk doet ontzettend veel goed, ook als het gaat om het ondersteunen van mensen in bijvoorbeeld pastoraat en diaconie.
Wat ik mij afvraag is of deze vorm van kerk-zijn nog voor iedereen past. Ik vind het heel interessant om op zoek te gaan naar nieuwe vormen van gemeenschap, waarbij de drempel niet zo hoog is. Ik hoop verder te kunnen met de kerk, maar daarin wel oorspronkelijke elementen in terug te brengen. De sociale kant van de kerk, de kerk als een soort buurthuis, vind ik ontzettend belangrijk. Er zijn voor elkaar, want samen bereik je zo veel meer dan alleen.”

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda