FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 27 October 2015 10:45

Willem Aantjes (1923-2015): Politicus met een roeping

Willem Aantjes met echtgenote Ineke Ludikhuize, Bleskensgraaf, 2008 Willem Aantjes met echtgenote Ineke Ludikhuize, Bleskensgraaf, 2008 Tekst: Cees Vletman Beeld: Dirk Hol

Zijn ‘bergrede’, zijn bijdrage aan de totstandkoming van het CDA, zijn val als politicus: de vorige week op 92-jarige leeftijd overleden Willem Aantjes beleefde politiek als een roeping. Cees Veltman, oud-redacteur van Volzin en Hervormd Nederland, over een hartstochtelijk democraat en christen.

De C van het CDA vond hij niet het belangrijkste. De D van democratisch noemde hij van meer belang, maar het allerbelangrijkste was de A. Nee, niet de A van Aantjes, zei hij in Volzin, maar de A van Appel. Dat appel moest worden gedaan in wat hij de wezenlijke kwesties noemde: de overbevolking en de honger in de wereld. Het ging hem vooral om macro-ethiek. Niet om de micro-ethiek van de persoonlijke levenssfeer waarin abortus en euthanasie aan de orde kunnen zijn. De overheid moest daar juist veel terughoudendheid betrachten, vond de populaire politicus. Hij was indertijd recordhouder voorkeursstemmen en werd driemaal Politicus van het Jaar.

De medeoprichter van het CDA is het bekendst geworden om zijn ‘bergrede’ op een partijcongres in 1975. Die was overigens niet gebaseerd op de bijbelse bergrede maar op een ander gedeelte uit het evangelie van Matteüs (25), de werken van barmhartigheid.

Van de affaire-Aantjes, drie jaar later, restte na veel commotie alleen nog de – halve - excuses van historicus Loe de Jong die hem ten onrechte als voormalig SS-lid, kampbewaker en chantabel politicus had voorgesteld. Wat er was gebeurd, was snel verteld – hij had zich als postbode aangemeld bij de Germaanse SS - een niet-militaire en Nederlandse organisatie - om zich te onttrekken aan tewerkstelling in Duitsland en had niets onoirbaars gedaan. Die aanmelding had niet tot lidmaatschap geleid. Verweten kon hem alleen worden dat hij erover had gezwegen, al is het de vraag of hij met dat verhaal ooit een politieke carrière had kunnen opbouwen.

Hondentrouw

Over het CDA, de partij die hij als lid uit een soort hondentrouw bleef toebehoren - hoewel hij in het stemhokje soms koos voor de ChristenUnie - liet hij zich ook heel kritisch uit. “In het CDA mag je maar op een beperkte manier progressief zijn: als je maar bereid bent je op beslissende momenten aan de conservatieve lijn aan te passen. Als het om mensen gaat, prevaleren niettemin de regels. Daar ben ik zeer bitter over”, zei hij in De Groene in 1997. In dat weekblad vond hij het helemaal niet moeilijk uit te leggen wat het CDA zou moeten willen: “Dat is ons al tweeduizend jaar geleden gezegd: de hongerenden voeden, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de vreemdelingen huisvesten.” Maar, stelde hij vast, net als in zijn ‘bergrede’ uit 1975: “Wat zie je? De hongerigen worden niet gevoed, ze sterven als ratten. De dorstigen worden niet gelaafd, ze komen om. De gevangenen worden niet bezocht, ze worden gemarteld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest, ze worden gediscrimineerd en uitgewezen.” Hij zal er bij het huidige debat over vluchtelingenhulp vaak aan hebben teruggedacht.

Links

In politieke zin neigde hij steeds meer naar links. “Mij is in eigen kring vaak gevraagd waarom ik wel met socialisten over de boodschap van het evangelie discussieerde en niet met liberalen. Het antwoord was zo eenvoudig: binnen de VVD trof ik niet een vergelijkbare groep aan die haar politieke keus vanuit de roep van het evangelie wenste te motiveren”, zei hij in het vrijzinnige blad Tegendraads. Nee, op de VVD had Aantjes het niet. Hij noemde die eens ‘de partij van halen, hebben en houden’. Zonder hem was er waarschijnlijk geen kabinet-Den Uyl gekomen. Aantjes zorgde er namelijk voor dat zijn ARP-fractie akkoord ging met de toetreding van de partijgenoten Jaap Boersma en ‘Gaius’ de Gaay Fortman tot dat kabinet.

Toen hij in 1978 zelfs het onaantastbaar geachte Nederlandse lidmaatschap van de Navo ter discussie stelde (in Hervormd Nederland, HN)- als de Navo de neutronenbom zou invoeren - werd dat door sommigen beschouwd als de opmaat naar de rel rond zijn vermeende lidmaatschap van de SS. “Man, dat kost je de kop”, dacht de polemoloog Bernard Röling die nog in het linkse ‘schaduwkabinet’ van Den Uyl had gefigureerd. Aantjes zag de bui zelf ook al hangen. “Het barst van de mensen, zeker de laatste jaren, die zitten te wachten tot ik m’n nek zal breken”, zei hij in Elsevier. Dat waren vooral mensen die hem te evangelisch bevlogen vonden. Maar in 2008 kwam het Tijdschrift voor Mediageschiedenis tot de conclusie dat het geen complot was dat Aantjes de das om had gedaan. De vrouw van Loe de Jong had haar broer verteld dat haar man een onderzoek moest instellen naar Aantjes oorlogsverleden. Via de zwager hoorde een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden ervan.

De kritiek op de Navo was bij Loe de Jong wel in het verkeerde keelgat geschoten. De Jong was overtuigd voorstander van de Navo. Het heeft meegespeeld bij zijn felle veroordeling van Aantjes ‘oorlogsverleden’ nadat hij telefonisch was getipt door Iwan Hes. Die Haagse advocaat had aangekondigd iets te melden te hebben over het verleden van een politicus wiens naam begon met een A. ‘O, Van Agt, Van Aardenne, Andriessen, Albeda,’ dacht De Jong. Op Aantjes kwam hij niet, hoewel diens oorlogsbelevenissen eerder vaag ter sprake waren gekomen in opiniebladen. De advocaat hielp hem uit de droom. Geruchten over zijn oorlogsverleden deden volgens zijn biograaf Roelof Bouwman al vanaf 1959 de ronde op het Binnenhof. De persconferentie van Loe de Jong waarin hij zich als officier van justitie en rechter tegelijk opstelde, betekende het einde van Aantjes’ politieke carrière. Hij trad af als fractievoorzitter en als Kamerlid. Een jaar later werd hij grotendeels vrijgepleit door een commissie van historici maar een terugkeer in de politiek bleek niet meer mogelijk, al bleef hij zich altijd met de politiek bemoeien.

Balkenende

In het eenwordingsproces naar de vorming van het CDA speelde hij een cruciale rol door meer dan de katholieken nadruk te leggen op een evangelische grondslag voor de nieuwe partij. In HN zei hij het evangelische gehalte van het CDA belangrijker te vinden dan de grootte van partij.

Later kreeg hij steeds meer belangstelling voor het staatsrecht en hamerde hij op zuiverheid en degelijkheid in de politiek. Dat Balkenende als premier stuntelde in een reeks kwesties, en dat dit werd afgedaan met: hij heeft nu eenmaal nog geen ervaring, stuitte hem tegen de borst: “Het premierschap is geen stageplaats.” Hij lette daarbij als jurist op ogenschijnlijke kleinigheden. Dat Balkenende steeds sprak over “dit kabinet” vond hij onnodig polariserend ten opzichte van vorige kabinetten. Van Balkenende had hij geen hoge pet op. Het was volgens hem een man die de regie onvoldoende in handen had en op beslissende momenten – zoals na de moord op Theo van Gogh - onzichtbaar was.

Als commentator in HN schreef hij vooral over dit soort staatsrechtelijke kwesties. Zo betreurde hij het dat het parlement niet vertegenwoordigd was bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima: “Er is een unieke kans gemist aan Máxima Zorreguieta op het moment dat zij prinses van Oranje-Nassau werd, te demonstreren wat het hart van ons parlementair democratisch staatsbestel is: het parlement.”

Opgeschoven

Ook in kerkelijk opzicht is Aantjes – mede door zijn tweede vrouw Ineke Ludikhuize -opgeschoven vanuit zijn gereformeerde bondsverleden in de Alblasserwaard naar de vrijzinnige richting in Utrecht waar hij zich “steeds minder een buitenstaander” voelde. Maar hoe hij ook schoof, één constante in zijn politieke en religieuze opvattingen is gebleven. Hij verwoordde dat in spannende tijden binnen zijn AR-partij nadat zijn voorganger Barend Biesheuvel zich had teruggetrokken: “Het rekenen met de ander, het zoeken van het zwakke, het opkomen voor de ontrechte, het stichten van de vrede, het is alles strijdig met de menselijke natuur. Daarom hebben wij het evangelie nodig, ook voor de politiek. Daarom geloven wij in evangelische politiek. Politicus is een beroep. Christen-politicus is een roeping.”

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda