FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 22 December 2014 10:11

Een zwarte kerst

Een zwarte kerst Tekst: Jan Willem Rijneveldshoek Beeld: XRay Lab

Jezus keerde weer. Eindelijk, na tweeduizend jaar. En wederom als mensenkind. Dit keer vond de geboorte evenwel niet in Bethlehem plaats, maar in Baexem. In het asielzoekerscentrum daar. De gelukkige ouders waren Nmachi en Nosakhere uit Nigeria. Van hun dorp in Midden-Nigeria had nog niemand bij de IND ooit gehoord. Googlen leverde eveneens niks op. Het maakte niet uit. Ze hadden toch geen vluchtelingenstatus en zouden daarom binnenkort worden uitgezet. Mocht u het nog niet begrepen hebben: dit kindje Jezus was zwart. En bovendien nog een meisje ook.

„Waarom heeft u uw dochter de naam Jezus gegeven,” vroeg de ambtenaar van de IND via de tolk aan Nmachi.  „Dat had de engel mij opgedragen,” antwoordde zij. De engel had er helemaal niet uitgezien als een engel. Hij was blank en droeg een driedelig wit pak met een hoed, ook wit. Geen vleugels, zelfs geen kleintjes. Toch hoefde hij haar niet te overtuigen dat hij een engel was. Dat had zij meteen geweten. Door zijn bovenmenselijke uitstraling. Hij was heel vriendelijk en sprak perfect Haussa, wat haar moedertaal was. „Waar kom je vandaan?” had Nmachi hem niettemin gevraagd. „Daga sama. Uit de hemel,” had hij geantwoord en naar de opgevouwen parachute gewezen die nog buiten stond.
De engel had aangekondigd dat zij binnenkort zwanger zou worden. Niet van Nosakhere maar van God. En zodra zij zwanger zou zijn moest ze samen met haar man op reis gaan. Naar Europa. Naar Nederland om precies te zijn. Nu had Nmachi nog nooit van Nederland gehoord, maar als God het haar gebood dan zou ze Zijn bevel zeker opvolgen. „Moet ik aan onthouding doen?” had zij nog gevraagd.  De engel had geglimlacht. „Dat kun je Nosakhere niet aandoen. Het maakt niet uit. Als jebinnenkort zwanger bent, dan zal dat niet van hem zijn, maar van God. Zo staat het geschreven.” Dat geloofde Nmachi dan maar, want zijzelf was niet erg bijbelvast.
Aldus geschiedde. Nmachi was zwanger geworden en op aandringen van zijn echtgenote had Nosakhere ingestemd met de lange en gevaarlijke reis naar Europa. Achteraf was het een waar wonder dat zij deze helse tocht hadden overleefd en dat er nu een gezonde, vrolijke baby was geboren. „Mijn dochter is de dochter van God,” sprak Nmachi. „Natuurlijk,” had de ambtenaar geantwoord waarna hij zijn opschrijfmap had dichtgeklapt.

Mocht de ambtenaar van de IND nog zijn twijfels hebben, ieder die Jezus zag raakte ervan overtuigd dat dit een heel bijzonder kind was. Als je alleen al naar haar keek, dan werd je licht van binnen. Een lach van deze baby kon je vervullen met een innerlijke vreugde die weken aanhield. De gebeurtenissen raakten in een stroomversnelling nadat een verlamde medevluchteling uit Afghanistan na aanraking door de kleine Jezus uit haar rolstoel was opgestaan en weer had kunnen lopen. Binnen de kortste keren was Jezus groot nieuws. Actualiteitenrubrieken rukten uit en zelfs De Volkskrant plaatste een kort artikel over het kindeke Jezus op de voorpagina. Niettemin bleef de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij zijn besluit. Jezus en zijn ouders waren niet welkom in Nederland en zouden worden uitgezet. Op de voor hem zo karakteristieke no-nonsense toon was hij in het achtuurjournaal te horen:
„Natuurlijk ben ik sceptisch over de hocus-pocus rond dit meisje Jezus. Ik ben zelf niet gelovig. Vandaar. Maar als over twintig jaar blijkt dat zij over het water kan lopen, dan wil ik best toegeven dat ik fout zat. Maar zelfs dan denk ik nog dat ze in Afrika beter geholpen zijn met iemand die van 2 broden en 5 vissen grote hoeveelheden voedsel kan maken. Dit terzijde overigens. Om kort te gaan: ik zie gewoon geen grond om in deze zaak een uitzondering te maken.”
Hoewel de kerken grote twijfels hadden over de goddelijke status van Jezus, waren ook zij tegen de uitzetting van haar en haar ouders. Zij steunden dan ook de solidariteitsactie van Nederlanders die een kordon rond het asielzoekerscentrum in Baexem opwierpen. Met als enig doel uitzetting te voorkomen.
Het mocht niet baten. In de nacht van 21 op 22 december landde een helikopter van het leger bij de achteringang van het pand en werden Jezus en haar ouders door leden van de vreemdelingenpolitie naar Schiphol overgebracht. Daarna ging het snel. Vroeg in de ochtend zaten Nmachi en Nosakhere met hun kindje en hun schaarse bezittingen in het vliegtuig naar Nigeria. In Bama, in het noorden van dit land, zouden ze een aantal nachten in een kerk verblijven. Diezelfde nacht echter werd dit pand door moslimrebellen in de as gelegd. Toen de zwartgeblakerde resten van de kerk op het journaal te zien waren, was het de kijker duidelijk dat niemand deze brand kon hebben overleefd. De staatssecretaris bood meteen zijn verontschuldigingen aan: „Mijn ambtenaren hadden mij verzekerd dat het daar in Noord-Nigeria veilig was voor de repatrianten. Dat is een fout en dat is natuurlijk ook vreselijk. Maar fouten zijn menselijk en ik zie geen reden deze ambtenaren te schorsen of hun een kerstpakket te onthouden zoals in de grootste krant van Nederland gesuggereerd is. En als u mij nu verontschuldig: ik wil ook graag thuis met mijn gezin de kerst gaan vieren.”
Tot verrassing van eenieder gaf de Hemel ook een korte persverklaring uit. Daarin stond te lezen dat Nederland en de rest van de wereld klaarblijkelijk nog niet klaar waren voor de terugkeer van Jezus op Aarde. De verklaring werd als volgt afgesloten: „Wij beraden ons op volgende stappen. Zeven jaar economische tegenspoed of een klimaatramp worden niet uitgesloten.”

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda