FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 13 August 2014 13:20

Aleid Schilder (1949-2014) geloofde in 'de Vader van de overwal'

Aleid Schilder (1949-2014) geloofde in 'de Vader van de overwal' Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Martine Sprangers

Afgelopen zaterdag, 9 augustus, overleed Aleid Schilder, psychologe en auteur. Ze werd 65 jaar oud. In 1987 verscheen haar bestseller Hulpeloos maar schuldig, over de psychisch ziekmakende aspecten van het vrijgemaakt-gereformeerde geloof. Later schreef ze over onder meer spiritueel misbruik en heeft ze als ‘christelijk nieuwe-tijdsdenker’ een brug proberen te slaan tussen kerk en new age. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ten Have haar autobiografie Door de glazen deur. Bij die gelegenheid sprak Volzin met haar over haar favoriete gedicht. Ze koos voor Onder vreemden van Ida Gerhardt:


ONDER VREEMDEN

Het speelt het liefste ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die overzee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.

En altijd denkt het dat hij komen zal:
vandaag niet meer; maar morgen, onverwacht – 
en droomt van hem en roept hem in de nacht.

Ik wacht u, Vader van de overwal.

Aleid Schilder: “Die ene zin hè, daar zit het in. Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar. Dat voel ik bijna lijfelijk. Ik krijg er nu weer kippenvel van. Maar ook de rest van dit gedicht raakt me diep: het eenzame kind dat wacht, daar kan ik me goed iets bij voorstellen. Ik heb tot mijn vijfde jaar een lieve en zachte vader gehad. Hij was vrijgemaakt predikant in Utrecht. Toen hij in Kampen hoogleraar werd, is hij enorm veranderd. Hij moest zijn oom Klaas Schilder (in 1944 oprichter van de kerk, VZ) evenaren, maar kon dat niet. Daarvoor was zijn oom te briljant. In Kampen kreeg hij er bovendien veel kinderen bij, en ook dat grote gezin kon hij niet aan. Mijn vader is toen verkrampt geraakt. Hij is ons gaan kastijden. Dat moet voor mij een aardschok geweest zijn, want ik begreep niet waarom hij dat opeens deed. Toen ben ik die veilige vader kwijtgeraakt. Een veilige moeder had ik ook niet meer. Ik had als oudste dochter in het gezin van tien kinderen een aparte positie en werd als co-moeder ingezet. Het speelse kind in het gedicht raakte in mijn bewustzijn verloren.

Ik heb een borderline persoonlijkheidsstoornis. Daar hoort ook vervreemding bij: je niet thuis voelen bij anderen, maar ook niet bij jezelf. Ik heb daar veel over geschreven in mijn dagboeken, dat ik mijzelf niet kon vinden, dat ik voor de spiegel stond en een vreemde zag. Bij dat leven met borderline hoorden in mijn geval zelfbeschadiging, verslaving aan drank en pillen, seksueel uitbundig gedrag, maar ook: dood willen zijn. In dat laatste was ik dubbel, want ik was ook heel bang voor de hel. Ik heb het wel geprobeerd. Aan het eind van mijn opname in Santpoort hadden ze opeens de slaappillen gestopt, waardoor ik niet kon slapen. Ik heb toen twee jongens voorgesteld om naar zee te rijden. Ik ben de zee in gezwommen met het plan te verdrinken. Toen ik al ver was, voelde ik een enorme sterke stroming en durfde ik niet meer. Met veel kracht ben ik terug gezwommen. Die jongens zeiden: ‘Jij bent écht gek!’ Terug in Santpoort schreef ik: ‘Met Theo naar bed geweest voor de benzine.’

Het gedicht roept een intens verlangen op en doet het heimwee voelen. Een gevoel van ballingschap. Maar er zit ook hoop in. Als je aan zee zit, weet je dat er ergens wel weer land is, al zie je dat niet. De vader van de overwal zie je niet, maar hij is er wel. De vader en het kind zijn in hun bewustzijn al verbonden. Er is geen scheiding tussen God en mens. Alles is één en goddelijk. Een deel van mij, een deel van jou en van iedereen is al in die andere wereld. God is liefde, pure liefde, en wij maken deel van hem uit. Ik ervaar dat hij in mij woont. Tegelijk weet ik dat hij ook buiten mij is, als iets wat groter is, waardoor ik tegen iemand aan kan praten en bidden.”

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda