FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 28 May 2014 11:05

Predikant en grensganger in Berlijn

Bé Ruys (1917-2014) Bé Ruys (1917-2014) Tekst: Gert van Maanen

Bé Ruys, die op 22 mei op 96-jarige leeftijd overleed, maakte als predikant van de Nederlandse Oecumenische Gemeente in Berlijn naam als grensganger en bruggenbouwer tussen Oost en West. Haar engagement was niet onomstreden. Gert van Maanen, oud-bestuurslid van de Stichting Volzin en voormalig directeur van Oikocredit, schetst het portret van een “een oecumenisch socialiste met een menselijk gezicht. Ze is met grote toewijding present geweest waar de klappen vielen”.

Bé Ruys werd op 27 oktober 1917 geboren in een hervormd domineesgezin in Hoenderloo. Vader Ruys stamde uit een gezin, waarvan de meeste zonen de handel in gingen, maar hij in de voetsporen van zijn vader óók predikant werd. Haar moeder, Wil Barger, was een domineesdochter uit een domineesgeslacht. Haar vader gaf o.a. godsdienstonderwijs in het hervormde weeshuis in Amsterdam en vertelde thuis dat hij daar een bijzondere jongen onder zijn gehoor had getroffen die hij verder wilde helpen. Dat was Hendrik Kraemer, die later een van de voormannen van de oecumene zou worden. Kortom, Bé groeide op in een gezin waarin kerk en oecumene haar met de paplepel werden ingegeven. Maar haar vader overleed aan tuberculose toen zij nog maar zeven jaar was. Zo groeide zij in feite op in een eenoudergezin, met haar moeder met wie zij zeer verbonden was. Zij hadden het niet breed. Er was nog geen AWW en zij leefden van een miniem kerkelijk weduwenpensioen. Toen raakte Bé vastberaden, dat geld – of het gebrek daaraan – haar leven nóóit zou mogen beheersen.

Hulp voor joden
Na haar eindexamen in 1936 ging zij naar de Sociale Academie in Amsterdam en werd daar lid van de NCSV, de christenstudentenvereniging. Dat werd de tweede kring, die – na haar moeder – van grote invloed was op haar ontwikkeling. Zij woonde op kamers bij een familie die de ontwikkelingen in Duitsland en het begin van de jodenvervolging op de voet volgde. Die onderwerpen kregen ook binnen de NCSV grote aandacht. Een jaar later stapte zij over en ging theologie studeren in Utrecht, vanuit een uitgesproken sociale en maatschappijkritische grondhouding. In 1939 reisde zij met de ouderejaars student Hans Hoekendijk naar een zendingsconferentie in Halle /Saale, waar – zes maanden na de Kristallnacht – de tijdgeest zich op beklemmende wijze aan hen liet zien. Zij werden apart genomen met de vraag of zij onopvallend een joodse man of vrouw mee naar Nederland konden nemen.

Toen een jaar later de oorlog uitbrak, maakte zij zich geen illusies over hetgeen de joden te wachten stond. Het NCSV-kamp in die zomer werd overheerst door de oproep die de Amsterdamse studenten hadden gekregen om zich voor de luchtafweer te melden en de arierverklaring te tekenen. Van hot en her kwamen oud-NCSVers naar het kamp om elkaar te versterken in verbondenheid met joodse landgenoten. Daar hoorde zij voor het eerst bidden tot ‘de God van Abraham, Isaac en Jakob en de Vader van onze Broeder Jezus’. Daar werden de grenzen tussen meelopen, lijdelijk verzet of daadwerkelijk verzet zo helder mogelijk getrokken.

Bé zelf had haar positie al eerder bepaald. Zij was al betrokken bij hulp aan joodse onderduikers en het onderbrengen van joodse kinderen. En later, toen het verzet op gang kwam, werd zij met haar blonde haren en stralende lach ingezet als koerierster dwars door de Duitse wachtposten heen.

Oecumene in Berlijn
Na de oorlog kwam de oecumenische beweging op, kwamen er contacten tussen de christenstudenten in Europe, inclusief Duitsland. Bé, die inmiddels jeugdpredikant was geworden in Arnhem, deed mee aan een eerste studieconferentie van het zojuist opgerichte oecumenisch centrum in Bossey, bij Geneve. Hans Hoekendijk stond aan het hoofd daarvan. Bossey en de Wereldraad van Kerken (in oprichting ) werden voor haar de volgende kring van inspiratie. Daar kwam zij in contact met mensen uit het kerkelijke verzet in Duitsland, die haar uitnodigden naar Berlijn te komen. Zij zag de verwoeste stad, zij zag de z.g. Trümmerfrauen die ouder waren dan haar moeder en puin moesten ruimen en realiseerde zich hoeveel slachtoffers die verschrikkelijke oorlog ook daar had gemaakt. Vervolgens besloot zij dat Berlijn en die slachtoffers haar werkterrein zouden zijn. Zo begon de koerierster uit het verzet in 1947 als vicaris in Berlijn bij een bevriende Duitse predikant.

In 1948 was zij even terug in Amsterdam voor de oprichtingsvergadering van Wereldraad van Kerken en werd voor haar volstrekt duidelijk dat zij vanuit die oecumenische inspiratie de voorpost Berlijn zou bemensen. Inmiddels was gebleken, dat er een grote groep Nederlanders in Berlijn woonden, van vertegenwoordigers van bedrijven en instanties tot voormalige dwangarbeiders die een Duitse vrouw hadden gevonden en de weg naar huis daardoor geblokkeerd zagen. Vervolgens zette Bé zich in voor het vestigen van een Nederlandse gemeente. Zij werd daarin met raad en daad gesteund door de toenmalige consul, Adriaan Millenaar, die deze mensen ook in zijn ‘beheer’ had. Maar – het is niet te geloven – voor doop en avondmaal moest een predikant uit Nederland overkomen, want de hervormde kerk kende tot 1963 nog geen vrouwelijke predikanten. Daarom werd zij in 1954 door de secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde kerk, ds. Emmen, als vicaris bevestigd. Onder de voorwaarde dat de Berlijnse gemeente alle kosten van Bé’s aanstelling zou betalen en geen enkel beroep zou doen op de hervormde kas…! Dat was haar een zorg, want er waren vrienden in Nederland en Duitsland die haar werk steunden. Maar er waren ook kerkleden die hoofdschuddend toekeken hoe een voormalig koerierster zich opwierp als zielzorger voor Nederlandse ‘meelopers’ die in of na de oorlog met Duitse vrouwen waren getrouwd.

Binnen enige jaren werd de pastorie aan de Limonenstrasse, genoemd naar Hendrik Kraemer, een bijenkorf van activiteiten , die gericht waren op verzoening tussen Nederlanders en Duitsers, tussen Oost en West, tussen machthebbers en slachtoffers. Er werden jeugdkampen georganiseerd in Nederland voor bleekneus kinderen uit de DDR, en werkkampen voor Nederlandse en Duitse jongeren voor het herstel van het joodse kerkhof. Er werd in de pastorie asiel geboden aan vluchtelingen zonder verblijfsvergunning. Er waren bijbelstudies en oecumenische conferenties. En er werd krachtig deelgenomen aan het werk van de Praagse Christelijke Vredesconferentie, die na de bouw van de Muur in 1961 en het aanzwellen van de Koude Oorlog probeerde een brug te slaan tussen ( kerk-) mensen van Oost en West . Toen in 1968 de Russen Praag binnenvielen scheurde die brug tussen diegenen die met meelopers geen contact wensten te hebben en diegenen, die de dialoog wensten voort te zetten. Bé hoorde toen bij de laatsten, omdat zij niet wenste te geloven in uitsluiting van wie dan ook. Want wie gelooft in verzoening blijft werken aan de brug.

Oost en West
Toen kwam in 1989 de Wende: de Muur viel en de wereld werd opeens anders. Vervolgens scheen er een ander zoeklicht op Bé: was zij wel voldoende kritisch geweest ten opzichte van de DDR ? Was zij niet te begrijpend geweest? Hoe kon het dat zij in Oost-Berlijn kerkdiensten mocht houden en waarom stak de Stasi daar geen stokje voor? Die vragen waren best logisch, maar de antwoorden ook. Zozeer als niemand in Nederland in 1943 wist dat de oorlog twee jaar later voorbij zou zijn, zo wist niemand in 1987 – ook Helmut Kohl niet – dat de Muur twee jaar later zou vallen. Voor Bé was niet de vraag of en wanneer de Muur ooit zou vallen, maar of er voldoende bruggen in aanbouw waren om te voorkomen dat de Koude Oorlog zou overslaan in een echte oorlog.

In dat gezoek en gespeur waren weinigen zich bewust van de vraag die Bé bezighield: hoe zij kon voorkomen om op zondagmorgen bij de grens voor altijd teruggestuurd te worden? Zoals de evangelische bisschop van West- en Oost-Berlijn was overkomen. Dus zei zij ‘ja, hoor’, als mensen van de Stasi haar zo nu en dan wilden zien. Zoals zij in de oorlogstijd Duitsers op de brug over de Rijn toezwaaide en hen niet voorhield dat ze daar niets te zoeken hadden. Maar voor diegenen die haar kennen leidt het geen enkele twijfel dat zij in die gesprekken haar echte werk bloemrijk heeft ‘verharmlost ‘ en nooit enig mens in gevaar heeft gebracht. De codenaam waaronder de 50-60 jarige Bé bekend stond bij de Stasi was ‘meisje’ ! Het tekende het onweerstaanbare gevoel van haar gesprekspartners dat zij een wat naïef domineetje was. Daarom kreeg zij aan het eind van zo’n gesprek soms een flesje parfum, want daar houden ‘meisjes ‘ van.

Overigens heeft Bé er nooit een misverstand over laten bestaan dat zij bleef hopen op socialisme met een menselijk gezicht, in plaats van een samenleving waarin de markt de lakens uitdeelt en waar de macht aan de macht is. Zij is van grote invloed geweest, niet op de samenleving als zodanig, maar op mensen die het zonder bondgenoten niet redden. Een oecumenisch socialiste met een menselijk gezicht. Die met grote toewijding present is geweest waar de klappen vielen. “Uit de bijbel leren wij dat wij geroepen zijn tot gebed, uit de krant waarvoor en voor wie wij moeten bidden…” In 2008, negentien jaar na de Wende, werd zij door de Oecumenische Raad van Kerken van Berlijn en Brandenburg geëerd voor haar leven en werk met de jaarlijkse Oecumeneprijs. Een ‘Gutachten’ van onverdachte huize voor zestig jaar oecumenisch engagement. De laatste jaren wachtten zij en haar verzorgsters op het moment waarop God haar thuis zou halen. Als een van Zijn bondgenoten op de weg naar het Koninkrijk. Dat is nu gebeurd. Een prachtig mens!

1 Reactie

  • Reactielink zaterdag, 21 June 2014 18:44 Geplaatst door dr. H. Burger

    Een bijzondere beschrijving van leven en werk van Ds be Ruys. Haar menselijke en politieke keuzes verdienen veel respect. Met haar grote gaven is zij misschien wel misleid, al heeft zij dat zelf niet zo beschreven. Henriette Roland Holst heeft in de dertiger jaren wel het Stalinisme doorzien en heeft opnieuw gekozen voor christen socialisme. Albert Schweitzer werd in de DDR gerespecteerd voor zijn acties tegen de atoombom en de Albert Schweitzer clubs werden in de DDR toegestaan als politiek nuttig. Zij waren voor hun leden gelukkig, afgezien van de DDR politiek, zoals het Kraemerhuis-werk gelukig was voor veel mensen. Ik geloof dat Schweitzer daarvoor geen DDR geaccepteerde politiek heeft gevolgd.

    Rapporteren
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda