FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 30 April 2014 11:16

Johannes Paulus II wellicht geen heilig boontje

Commentaar Bert Ummelen Commentaar Bert Ummelen

Paus Johannes Paulus II en Johannes XXIII werden zondag heilig verklaard. Bij die eerste is er dus sprake van een voortijdige actie. En wellicht een levensgrote vergissing, meent Bert Ummelen.

Een kleine miljoen mensen samengepakt op het Sint Pietersplein. Taferelen alsof er een huldiging van een voetbalclub aan de gang was, maar het betrof de heiligverklaring van twee vroegere pausen. Hun portretten op T-shirts. Per slot van rekening is de kerk van Rome niet alleen de kerk van de bella figura maar ook van de koopwaar.

Een merkwaardig koppel evengoed. Zeker vanuit vaderlands perspectief. Johannes XXIII, de ‘goede paus’, die met zijn politiek van aggiornamento (‘bij de tijd brengen’) van de kerk de hoop van modernisten en hervormers onder de Nederlandse katholieken was. En Johannes Paulus II, de ‘Poolse paus’, die vervolgens al die hoop de bodem in sloeg. ‘Bien étonnés de se trouver ensemble’ zeggen de Fransen in zo’n geval.

In de traditie van de rooms-katholieke kerk wil het nogal eens duren voordat kandidaten, pontifex of niet, tot de eer der altaren worden verheven. De Heilige Geest neemt er de tijd voor, en niet voor niets. Als rol en betekenis van zo’n aspirant-heilige zich nog moeten uitkristalliseren, is er de kwade kans op ontheiligend nieuws. Precies dat risico heeft paus Franciscus met de heiligverklaring van JP II genomen.

‘Santo, santo’, klonk het uit duizenden kelen op het Sint Pietersplein op de avond na het overlijden van de uitgebluste paus. En een goede tien jaar later is het al zover. Zit er dan toch iets in de suggestie van commentatoren als Antoine Bodar dat paus Franciscus zich behalve door de H. Geest ook graag laat leiden door de vox populi?

Aan de tijdgeest had Karol Wojtyla, opgegroeid in zijn leervaste Poolse kerk, een broertje dood. Zijn lange pontificaat is reactionair geweest in de politieke betekenis van het woord. De geest die met het Tweede Vaticaans Concilie en het initiatief van dezelfde Johannes XXIII om voor het eerst in de geschiedenis een (overigens teleurstellend verlopen) diocesane synode bijeen te roepen vaardig was geworden over de kerk moest terug in de fles. De regie over de lokale kerken werd weer stevig in handen genomen. Nederlandse bisschoppen die openlijk, of niet eens zo openlijk, het geluid van hun naar meer comfortabele opvattingen hakende achterban vertolkten werden eenvoudig ingeruild voor diehards van het type Gijsen.

Je ziet die man nu voor je, op die deerniswekkende foto waarop hij tussen gordijnen door naar jongensbedden gluurt. Het blijkt niet bij gluren te zijn gebleven. En daar begint het probleem met deze heiligverklaring. Johannes Paulus II was per slot van rekening de hoogste baas van de rooms-katholieke kerk toen de ene misbruikaffaire de andere opvolgde. De manier waarop de kerk de crisis, de diepste in haar geschiedenis, probeerde te boven te komen was die van de doofpot. Reputatie ging boven alles; in de mantel der liefde konden de slachtoffers stikken. En JP II, als paus de ‘hoogste, volledige, onmiddellijke en universele gewone macht in de Kerk’, is voor dit crisismanagement verantwoordelijk te houden.

De plek in de geschiedenis van Karol Wojtyla als grafdelver van het communisme is nauwelijks omstreden. Niet voor niets beschouwde de scherpzinnige Britse historicus Timothy Garton Ash het eerste bezoek van de Poolse paus aan zijn vaderland (1979) als het begin van de ineenstorting van het sovjet-rijk. Maar maakt dat heilig? In een profane zin misschien. Dat miljoenen onder het juk van een onmenselijk regime vandaan konden kruipen is tenslotte niet niks. Maar het christelijke concept ‘heilig’ houdt – los van het ‘wonder’ dat vereist is voor de roomse canonisatie en altijd wel te fabriceren valt – iets anders in. Een onberispelijke voorbeeldigheid in woord en daad.

Dat JP II een aartsconservatief was die naar voren strevende Nederlandse katholieken met hun eigenwijze opvattingen over kwesties als celibaat, de vrouw in het ambt, voorbehoedmiddelen en homoseksualiteit het lid op de neus gaf is geen bezwaar tegen zijn heiligverklaring. Wel is dat de dichte wierookwalm die hangt rond de verantwoordelijkheid voor de politiek van horen, zien en zwijgen in het misbruikschandaal.

Paus Franciscus heeft het seksuele wangedrag van zijn broeders in Christus ‘de schande van de Kerk’ genoemd. Hij heeft een commissie ingesteld die naar ‘de civiele en kerkrechtelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden van kerkelijk personeel’ gaat kijken. Waarom zou Johannes Paulus II zich aan dat onderzoek onttrekken? Staat vast dat hij geen weet had van het misbruik en van de pogingen van lokale kerkbestuurders om het onder de mat te vegen? Nee, dat staat helemaal niet vast. In tegendeel. Dus is deze heiligverklaring niet alleen riskant. Die betekent dat een plafond wordt gelegd in het Romeinse onderzoek naar de lamentabele reactie van de kerk op het misbruik. Want wie wil er nou een heilige in zijn verdachtenbank.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda