FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 20 March 2014 11:03

Zwijgen over depressie

"Op een dag besloot ik niet meer te zwijgen" "Op een dag besloot ik niet meer te zwijgen" Tekst: Josha Zwaan. Beeld: Aya Musa

Maandag begint de Week van de Psychiatrie, in het kader daarvan een gastbijdrage van schrijfster Josha Zwaan.

‘Natuurlijk heb ik in mijn leven mijn angstbuien gehad, honderden aanvallen waarvan mijn hart begon te slaan met een snelheid van tweehonderd slagen per minuut, ik ben ook genoeg krankzinnig geweest, maar voor het overige is het leven toch een groot feest geweest."

In het voorjaar van 2013 sprak Adriaan van Dis in de Wereld Draait Door met de schrijver Maarten Biesheuvel. Bovenstaand citaat is te vinden in de verhalenbundel Storm op zee (1988). Het gesprek met Van Dis was adembenemend. Daar zat de schrijver, naakt in zijn al decennia durende worsteling met een psychische stoornis. Sinds zijn studententijd lijdt Biesheuvel aan manisch-depressiviteit. Van Dis vroeg hem een stukje voor te lezen, een brief aan zijn vader, waarin Biesheuvel zijn vader in dramatische beschrijvingen van de lijdensweg die zijn leven is, vraagt waarom hij niet kan leven. Het is een aanklacht tegen de vader die zijn zoon niet heeft kunnen behoeden voor angsten en wanen, voor een leven vol mislukkingen.
Dan houdt Van Dis drie dikke bundels omhoog: het verzameld werk van Maarten Biesheuvel in een prachtige gebonden uitgave. Tegen de klippen op is de schrijver blijven schrijven, tot op de dag van vandaag. Het was zijn medicijn, zijn manier om te overleven. Trots wijst hij naar zijn handtekening op het diepblauwe linnen.

De week van de psychiatrie heeft dit jaar als thema: Baas in eigen leven. In de toelichting wordt gesproken over het belang voor mensen met een psychische aandoening van het houden van de regie. De term eigen kracht, op dit moment erg in de mode, komt ook voorbij. De kracht van Biesheuvel was zijn schrijftalent en misschien nog belangrijker, zijn vermogen tot liefhebben. Zijn vrouw is altijd bij hem gebleven en is duidelijk zijn rots in de branding.

Voor mij is de psychiatrie geen ver-van-mijn-bed-show. In de afgelopen decennia maakte ik twee keer een depressie door. Ook de euforie van de kant van de manie is mij niet vreemd. Gelukkig was ik altijd in staat min of meer regie te houden. In mijn geval betekende dat: op tijd toegeven dat het niet meer ging, hulp zoeken en aanvaarden. Mijn ervaring is dat daar ook meteen het gevaar schuilt van regieverlies. Maar al te vaak dreigt de hulpverlening te bepalen wat het beste is voor de cliënt. De cliënt weet inderdaad vaak niet meer wat hem kan helpen, dat maakt het lastig voor hulpverleners om de regie bij de cliënt te laten. Ik weet veel te goed hoe moeilijk het is om in mijn slechtste periodes te voelen wat goed voor mij is, om überhaupt nog iets te willen, om in beweging te komen. Toch was voor mij het slikken van medicatie altijd een grens. Mijn weerstand daartegen was zo groot dat het mij motiveerde andere wegen te zoeken: de op mindfulness gebaseerde cognitieve gedragstherapie in combinatie met hardlopen bleek een weg die beter bij mij past. En schrijven. Nooit stoppen met schrijven.

Een collega moet daar nou juist niet aan denken. “Veel te veel inspanning terwijl ik juist nergens meer toe in staat was.” Zij belandde zo’n vijftien jaar geleden in een diepe crisis. Sindsdien is medicatie niet meer uit haar leven weg te denken. “Ik ben er zo van opgeknapt, blijkbaar miste ik altijd al dit stofje. Nu kan ik tenminste functioneren.” En inderdaad, haar eigen bedrijf floreert, ze heeft veel meer energie dan ik en is heerlijk opgewekt gezelschap. Met haar keuze voor het slikken van een antidepressivum houdt zij de regie over haar leven, zoals ik dat doe door het juist niet te slikken.

Een oude vriend heeft een andere weg gekozen. Hij behoort inmiddels tot wat in de hulpverlening de zorgmijders genoemd worden. Hoewel hij een man met talenten was (en misschien nog steeds is) stapelden de problemen zich in de loop van zijn leven op. Na jaren van verwaarlozing en vervuiling werd hij uit huis gezet. Nu woont hij in een caravan op een camping in het Zuiden van het land. Ook de caravan puilt uit van de spullen en het vuil, maar niemand heeft last van hem en de enkele keer dat ik hem bezoek vertelt hij vooral enthousiast over het zingen van de vogels in de vroege morgen en de voortdurend veranderende natuur om hem heen. De voedselbank en het inloophuis in de dichtstbijzijnde stad verschaffen hem een reden om zo nu en dan onder de mensen te komen. Hij leeft zijn leven en zolang dat niet als overlast gevend wordt bestempeld is er eigenlijk niet zo veel aan de hand. “Helaas ligt de hulpverlening altijd op de loer,” zegt hij. “ Zo kun je toch niet leven, zegt zo’n grietje dan. Inderdaad, zij zou zo niet kunnen leven, maar voor mij is het goed. Ze moeten me gewoon met rust laten.” Zorg mijden is zijn manier om regie te houden. “Bovendien,” zegt hij, “ze zeggen dat ik gek ben, maar dat ben ik niet. Alleen die keer dat ze me opsloten, toen werd ik gek gemaakt. Dat gaat me nooit meer gebeuren.”

Regie houden tijdens een opname in een psychiatrisch ziekenhuis was vroeger inderdaad bijna onmogelijk. Tegenwoordig is het streven om zo snel mogelijk samen met de cliënt te kijken naar wat er nodig is om weer zelfstandig te functioneren. Toch voelen veel mensen zich tijdens een opname overgeleverd aan de regels en beslissingen van verpleegkundigen, therapeuten en psychiaters. Niet voor niets is het houden van regie dit jaar het gekozen thema.

Steeds vaker komen in de media cijfers voorbij waaruit blijkt dat een groot deel van de Nederlandse bevolking aan een vorm van een stoornis zoals geclassificeerd in de DSM-V lijdt. Lang niet al die mensen hebben een diagnose. Velen zoeken met vallen en opstaan hun weg, met of zonder hulp van psychologen, alternatieve genezers, sportscholen, yogadocenten, loopgroepen, of gewoon het eigen netwerk. Huisartsen schrijven het grootste deel van de antidepressiva voor, verdere begeleiding ontbreekt nogal eens. Sint Janskruid is enorm populair onder sombere geesten. Heel veel mensen worstelen, maar redden het en houden regie. Anderen vallen zo nu en dan over de rand. Velen verzwijgen hun worsteling voor de buitenwereld. Wie een psychiatrische opname heeft meegemaakt loopt daar meestal niet mee te koop.

Op een dag besloot ik niet meer te zwijgen. Ik wilde niet meer blijven doen alsof ik het altijd wel redde, mijn leven onder controle had. Ik kon dat namelijk heel goed: glimlachen en gezellig zijn als er mensen om mij heen waren, zodra ze verdwenen stortte ik dan weer in het zwarte gat van de somberheid. De periodes dat ik het echt niet meer kon verstoppen, meldde ik mij ziek. Mijn werkgevers hebben nooit geweten wat mij mankeerde. Alleen mijn echtgenoot wist hoe het echt zat, ook voor mijn kinderen wist ik veel te verstoppen. Facebook bestond nog niet, maar eigenlijk liet ik de buitenwereld alleen mijn Facebook-leven zien, mooie plaatjes en succesverhalen. Nu doe ik dat niet meer. Van tijd tot tijd gaat het niet goed met mij. Dan zeg ik afspraken af, mail mijn vrienden dat het niet zo goed gaat, thuis probeer ik aan te geven dat ik rust nodig heb. Ik vertel regelmatig over de gesprekken met mijn psychotherapeut. Ik houd de schijn niet meer op en juist daarmee pak ik opnieuw de regie over mijn leven. In lezingen over mijn romans, waarin beschadigde mensen worstelen met het leven en hun ouderschap, vertel ik over mijn eigen aanleg voor depressie en over de hobbels die dat toen ik jonger was opleverde voor mijn moederschap en mijn werk. Het delen van die ervaringen opent altijd het gesprek naar de verhalen van de mensen in de zaal, naar hun eigen moeite met leven en overeind blijven.

Zo nu en dan val ik terug in de oude gewoonte en zet mijn opgewekte masker op. Toch weet ik dat ik door eerlijk te zijn over wat er in mij leeft, de energievreter elimineer die het ophouden van de schijn steeds weer is. Toegeven dat ik in een dal zit doet vaak meteen het licht weer gloren. Mijn omgeving vragen mij op tijd af te remmen als ik in een te hoge versnelling schiet, voorkomt ook veel ellende. Ik kan het iedereen aanraden.

En toch: bij een werkgever uitspreken dat je iemand bent met wie het soms wat minder gaat, in belangrijk gezelschap niet in de lift stappen en zeggen dat je een fobie hebt, vertellen dat je een psychose hebt gehad, toegeven dat je al een half leven lang angstremmers en antidepressiva slikt, vertellen dat je opgenomen bent geweest in een psychiatrisch ziekenhuis; we doen het liever niet. We doen net alsof we zijn als de rest. Maar wie is de rest als meer dan de helft van de bevolking somber, angstig of neurotisch is?

Josha Zwaan (1963) schrijft romans, artikelen en essays. www.joshazwaan.nl

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda