FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 17 March 2014 10:49

Benzakour wint E. du Perronprijs

Mohammed Benzakour schreef een boek dat wakker schudt Mohammed Benzakour schreef een boek dat wakker schudt Tekst: Lisette Thooft, beeld: Corbino

Mohammed Benzakour, columnist van Volzin, wint met zijn boek Yemma de E. du Perronprijs. Dat heeft de jury afgelopen zaterdag bekendgemaakt tijdens het Tilburgse literatuurfestival TILT. De andere genomineerden waren Marcel van Engelen voor Het kasteel van Elmina en Aukelien Weverling voor Het land. De prijs is een initiatief van de gemeente Tilburg, de School of Humanities van Tilburg University en Brabants kenniscentrum voor kunst en cultuur (bkkc). Hij is bedoeld voor personen of instellingen die met een cultuuruiting in brede zin een bijdrage leveren aan de multiculturele samenleving. Vorig jaar verscheen in Volzin een interview met Benzakour over Yemma:

 

‘Onze zorg is er niet voor migranten’

Een analfabete Marokkaanse vrouw die als gevolg van een beroerte niet kan praten en niet kan lopen – die is slecht af in het Nederlandse zorgsysteem. Mohammed Benzakour schreef er een hartverscheurend mooi boek over: Yemma. Over zijn niet aflatende zorg voor zijn moeder, over de culturele kloof, over het uitzichtloze van de situatie. “Ze bungelt aan een draadje, maar het draadje knapt niet.”

“Ze woont nu dáár”, zegt Mohammed Benzakour en hij wijst uit het raam naar de grote turquoise flat tegenover zijn eigen appartementencomplex. Nee, dat is niet haar eigen huis, daar zijn zijn ouders naar toe moeten verhuizen omdat ze hun gezinswoning niet langer konden handhaven. Ze krijgen thuiszorg; ’s morgens en ’s avonds komt er iemand om mevrouw Benzakour te wassen en aan te kleden, uit bed in de rolstoel te hijsen en ’s avonds weer terug. Ja, dat is wel prettiger dan het verpleeghuis, ook voor de familie, omdat ze hier de vrijheid hebben om in en uit te lopen. Maar eigenlijk kan het niet.

“Mijn vader hoort in een verzorgingstehuis en mijn moeder hoort in een verpleeghuis. Ze heeft daar ook een indicatie voor, want ze is zwaar gehandicapt, ze kan niet praten en zich niet bewegen, heeft ook cognitief een klap gehad. Dat is categorie 6, een van de allerhoogste.”

Schim

Hij weet inmiddels van de hoed en de rand in het Nederlandse zorgsysteem, want hij bemoeit zich al jaren zeer intensief met het lot van zijn zieke moeder.
“Mijn vader kan ook niets meer, hij is een schim. Kan niet lopen, ziet alleen maar mist, hoort alleen maar galm. Hij heeft nooit echt voor zichzelf leren zorgen, dat deed mijn moeder altijd, dus hij kan niet koken. Mijn schoonzussen brengen pannetjes met eten maar zelfs het opwarmen is moeizaam want hij kan moeilijk staan. Hij heeft suiker, is cholesterolpatiënt… Maar de culturele kloof tussen hun belevingswereld en de verpleeghuizen is te groot. En de heimwee van mijn moeder was te groot. Zij wil gewoon thuis zitten, voor haar eigen televisie met Marokkaanse zenders, tussen haar eigen spullen, en niet alleen in een groot anoniem verpleeghuis waar niemand haar begrijpt.”
Dat verhaal over die kloof wilde hij verteld hebben, zegt hij, “maar het boek is niet geboren uit boosheid. Het is geboren uit liefde voor mijn moeder. Ik vind dat zij een leven heeft geleid dat het verdient om opgeschreven te worden.”

Frikadel

Alles deed hij om zijn moeder in het verpleeghuis op te beuren. “De idiootste dingen. Als ze lachte, als ze mij met sprankelende ogen aankeek, was ik blij. De eenzaamheid waarin zij verkeerde, daar kon ik niet bij met mijn voorstellingsvermogen. Als ik niet meer zou kunnen praten, zou ik na een dag al van het balkon afspringen.” De passages waarin hij vertelt over de capriolen die hij uitspookte, zijn geestige lichtpunten in het trieste relaas.
Maar Yemma beschrijft vooral ook de onverschilligheid in de gezondheidszorg tegenover migranten. De logopediste die de analfabete oude Marokkaanse vrouw abstracte puzzelplaatjes en doolhofjes voorzet, waar ze alleen maar onrustig en paniekerig van wordt. “Zou het niet zinniger zijn om aan te sluiten bij de belevingswereld van moeder?” vraagt Benzakour. Hij stelt voor om haar koranteksten voor te schotelen, woorden die zijn moeder haar hele leven lang gereciteerd heeft. “Sorry, meneer”, antwoordt de logopediste, “maar ik ga mij niet verdiepen in de islam.”
“Ik heb me in het begin van mijn carrière veel bemoeid met de discussie over integratie”, zegt Benzakour, “en iedereen had de mond vol van multiculturele samenleving en diversiteit. Maar ik ben enorm geschrokken van de mate waarin verzorgingshuizen en verpleeghuizen achterlopen. Er is in de hele regio Rijnmond, met zoveel Marokkanen en Turken, niet één verzorgings- of verpleeghuis dat enigszins is gericht op een andere cultuur. Dat is schokkend. Want nu begint die eerste generatie, die van mijn vader en moeder, de leeftijd te bereiken van de infarcten en ouderdomskwalen. Demente mensen vallen terug op de dingen uit hun kindertijd. Ik ken geen liedjes van mijn moeder van vroeger, maar wel die soera’s die ze zangerig reciteerde. Wil de zorg er ook zijn voor migranten, dan moet men die mogelijkheid bieden.”
Halal eten, ja, dat is er wel. Maar hoe werkt dat? Hilarisch is de passage in het boek waarin Benzakour beschrijft hoe zijn moeder telkens weer een vleesstaaf van haar bord afschuift, ondanks de verzekering van het verplegend personeel dat het heus halalvlees is. Ze vertrouwt het niet; het lijkt te veel op een gewone frikadel. “Mijn moeder is geen eigenwijze vrouw, maar in de religie kan ze koppig zijn.”

Grootverbruikster

Trouwens, waarschijnlijk was het een medische fout die mevrouw Benzakour een infarct bezorgde. Hij wil er niet veel over kwijt, want daarover gaat zijn boek niet, maar hij is er wel mee bezig. Er is indertijd zonder aanwijsbare medische reden afgeweken van het normale protocol. Mensen die bloedverdunnende middelen slikken moeten daarmee stoppen als ze geopereerd worden, anders geneest de wond niet. Maar ze mogen er niet te lang mee stoppen. En dat is bij zijn moeder wel gebeurd. Bovendien is er ook niet meteen ingegrepen toen ze verschijnselen van een beroerte vertoonde.
“Mijn boek is geen aanklacht tegen de artsen. Het is meer een emotionele aanklacht tegen het lot, en bij dat lot hoort ook dat artsen hebben zitten suffen.”
Overigens was mevrouw Benzakour haar leven lang een grootverbruikster van medicijnen.
“Een van haar beste vriendinnen, zei ik wel eens, was de apotheker. Ze had migraineaanvallen, hoge bloeddruk… Ze had ook standaard slaappillen naast haar bed. Nee, een gezond leven heeft ze niet geleid, ook als huisvrouw die altijd binnen zat.”
Dit soort mensen zullen we steeds meer aantreffen in de ziekenhuizen en de verpleeghuizen, wil hij maar zeggen. In 2050 zullen er meer niet-westerse ouderen in Nederland wonen dan Nederlandse. “Ik hoop dat mijn boek maatschappelijk iets wakker maakt.”

Allah

De moeder-zoonrelatie verandert radicaal door het aftakelingsproces van moeder. Wonderlijk, schrijft Benzakour, dat één moeder wel vijf kinderen kan verzorgen, maar dat vijf volwassen kinderen de verzorging van één moeder eigenlijk niet aankunnen.
“Haar ziekte heeft de boel op scherp gesteld in ons gezin, er zijn behoorlijk wat spanningen ontstaan. Omdat het zo uitputtend is. Je wilt dat iedereen evenveel bijdraagt, maar dat kunnen sommigen niet, ze raken er depressief van, weten niet hoe ze moeten omgaan met die stiltes tijdens de lange bezoeken… Als ik thuiskwam na zo’n middag was het of ik een marathon had gelopen, zo uitgeput was ik. En dat vier dagen in de week – ik weet niet op welke energie ik het heb volgehouden. In de nacht werd ik wakker en dan ging ik schrijven. Dit is helemaal een nachtboek, alleen ’s nachts geschreven.”
Als lezer van Yemma zit je bijna te hopen dat de moeder aan het eind van het boek netjes sterft. De beklemming en de uitzichtloosheid van de situatie zijn voortreffelijk beschreven.
“Het is uitzichtloos”, bevestigt Benzakour. “Ze krijgt wel steeds allerlei kwalen, dan is er weer een blaasinfectie, dan weer huidbeschadigingen door het zitten de hele dag, er wordt geprobeerd met pappen en nathouden decubitus tegen te gaan, maar haar motor is goed, haar hart en andere organen. Deze aftakeling kan zo vijf, zes, zeven, acht, negen jaar duren… Ze bungelt aan een draadje, maar het draadje knapt niet. Dat is de tragiek.”
“Heel veel mensen zouden…” zegt hij en die zin maakt hij niet af.” Haar religie verbiedt haar dat, maar in het verpleeghuis heb ik wel meegemaakt dat mensen die een infarct hadden gehad, zeiden: ik wil dood.”
En toch, en toch. “Het gekke is: hoe dramatisch haar situatie ook is, toch maakt ze relatief gezien een gelukkige indruk. Ze lacht weer. Als wij er zijn en het is gezellig en er staat koffie op tafel, dan is ze in haar element. Ze kan niets zeggen, ze maakt alleen gebaren (wijst met zijn hand alle kanten uit) en niemand begrijpt het…. Maar volgens mij heeft ze geaccepteerd dat het niet beter wordt. Dat is een enorm rouwproces geweest dat ze heeft doorgemaakt. Ze heeft veel aan Allah, haar God.”

Worsteling

Zelf is hij ook ergens doorheen gegaan, wat godsvertrouwen betreft.
“Rationeel kan ik het geen plek geven. Als er één vrouw is die toegewijd is in haar geloof, zó naïef toegewijd… Grote gelovigen zijn naïeve gelovigen, die het allemaal als vanzelfsprekendheid aannemen: het is gewoon zo. Als er íemand is die toegewijd ging vasten ook als ze het eigenlijk niet kon, die altijd bad en nooit een dag heeft overgeslagen… Als er één vrouw haar leven in dienst gesteld heeft van de Schepper, is dat wel mijn moeder. En als het allemaal in handen ligt van de Schepper kan ik niet begrijpen dat hij háár pakt. Ik weet dat je daar eindeloze theologische discussies over kunt hebben. Maar emotioneel kan ik het niet vatten. Ik worstel er enorm mee. En tegelijkertijd zie ik ook wel weer dat diezelfde God die ik soms heb vervloekt, ook de reden is dat mijn moeder erdoorheen is gekomen. Zonder hem was er geen enkele strohalm waaraan ze zich kon vasthouden in de duisternis. De enige waarop ze haar vertrouwen vestigt, is God. Nog steeds bidt ze, met één handje want het andere is verlamd, ze houdt de klok in de gaten en op gezette tijden gaan die ogen dicht en dan is ze aan het bidden. Haar liefde voor God lijkt alleen nog maar sterker, die is onverwoestbaar. En dat maakt indruk.”

Halve christen

Hij schrikt ineens: “Had je geen koek gewild? Mijn moeder had al vijf pakken koekjes op tafel gezet.” Hij komt met Franse boterkoekjes: “Kom, eet, ze zijn lekker.”
Elk jaar houdt hij zich trouw aan de Ramadan, zegt hij.
“Fantastisch. Vooral als je weer mag eten. Maar ook het lijden, ik houd ook van het afzien. Het eindigt elke dag, als de zon ondergaat. Het is ook een houding van consuminderen – ik eet echt minder en val altijd af. Veel mensen maken er een schranspartij van, maar het idee is soberheid. Ik probeer het te doen zoals het hoort: als je mag eten, eet dan matig. We komen nu weer in de moeilijke jaren, als de Ramadan in hartje zomer valt. Vreselijk, en je kunt erover klagen, maar het bestaat al honderden jaren en iedereen die wil, die kan het. Ik doe dan ook islamstudie. Vorige jaren heb ik de twee biografieën van Mohammed door Karen Armstrong gelezen en dit jaar ga ik een boek lezen over Mohammed van Maxim Robinson. De andere maanden ben ik niet zo met het geloof bezig, maar dat is voor mij de Maand van de Spiritualiteit. Ik lees trouwens ook boeken over Jezus.”
In zijn wanhoop knielde Benzakour ook eens voor Jezus, beschrijft hij in Yemma, in de kapel van het verpleeghuis. Hoe kwam dat zo?
“Er was daar geen andere God, ha ha. Ik geloof ook in Jezus, hij is in de islam een belangrijke profeet, maar hij wordt niet aangeroepen of aanbeden. Op een avond toen ik het niet meer zag zitten, deed ik dat wel. Het deed me goed.”
Is hij soms stiekem bezig een halve christen te worden, met zijn liberale geloof?
“Een goede moslim is ook een goede christen. En ik durf ook het omgekeerde te beweren: dat een goede christen ook een goede moslim is.”

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda