FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 26 September 2018 10:00

Hans Wilbrink: Leven en werk van Hildegard van Bingen

Tekst: Agnes Grond Tekst: Agnes Grond

‘Plotseling kreeg ik inzicht in de uitleg van de boeken, van de psalmen, de evangeliën en de overige katholieke boeken, zowel van het oude als van het nieuwe testament.” Zo beschrijft Hildegard van Bingen, abdis, schrijfster en componiste, haar eerste grote visioen in haar boek Scivias. “Verkondig het luid en schrijf het op”, hoorde ze ook.
Hildegard van Bingen werd geboren in 1098 in een welgesteld gezin. Ze leerde lezen, schrijven, rekenen, Latijn en muziek en werd op haar twaalfde afgestaan aan een benedictijns klooster. Lichamelijk was ze zwak. “Al wat haar ontbrak aan krachten van de uiterlijke mens, werd toegevoegd aan haar innerlijke mens”, lezen we in haar Vita. Dankzij deze levensbeschrijving weten we veel over haar, maar ook door haar eigen boeken en vele brieven. Paus Benedictus XVI heeft Hildegard in 2012 heiligverklaard en benoemd tot kerklerares.

Neerlandicus Hans Wilbrink schreef een gedegen boek over Hildegard, waarin hij haar veelvuldig in lange, door hem zelf vertaalde citaten, aan het woord laat. Plezierig is zijn historische situering. Het was een turbulente tijd, waarin koningen, keizers, pausen maar ook abdijen hun macht probeerden uit te breiden. Bij al die strijd heeft Hildegard zich dikwijls laten horen. Zij vond dat macht gebaseerd moest zijn op zuiverheid en wijsheid. En omdat dat vaak niet het geval was, heeft zij menig hooggeplaatste in een brief gekapitteld. Haar eerste brief schreef ze aan abt Bernardus van Clairveaux. Daarin vertelt ze over haar visioenen en vraagt hem of ze daarover moeten spreken of de stilte moet bewaren. Toen de abt de paus over haar vertelde, was haar naam gevestigd. Ze wilde ook graag invloed met het oog op een morele ommekeer bij de verloederde geestelijke stand. Tegen haar eigen zusters was ze trouwens ook niet mals: “Geen gelovige moet menen dat hij die hemelse heerlijkheid kan verwerven met de onverzadigbaarheid van zijn buik en met het botvieren van zijn lusten.”

Hildegard was geen mystica, streefde niet naar eenwording met God. Ze zag zichzelf meer als vertolker van Gods betrokkenheid op de mens. Voor haar was God ondeelbaar en “het levende Licht”. God geeft ieder de kans om deugdzaam te leven, maar dan moet je wel al je hoogmoed laten varen. Haar tweede en derde boek gingen dan ook over deugden en zonden, en haar laatste over “goddelijke werken”.
Ze maakte ook toen al indruk met haar haar kennis van kruiden, edelstenen en ziekten, waarbij zij benadrukte dat geest en lichaam elkaar in hoge mate beïnvloeden. Daarnaast schreef ze ruim zeventig liederen voor de eredienst, waarvoor ze zelf de muziek componeerde. Op hoge leeftijd reisde zij nog om te preken, en om abdissen en abten te bezoeken en te ondersteunen. Ze stierf op 81-jarige leeftijd.

Een boek voor een breed publiek, schrijft de auteur, want ook nu nog inspireert zij. Ja, met haar muziek, haar kijk op ziektes en met haar moed om haar mond open te doen. Maar nauwelijks met haar visioenen. De taal is overdadig, de metaforen onbegrijpelijk, elke twijfel onvindbaar. En dan helpt het niet dat de auteur haar modern maakt door te schrijven dat ze zoekt naar ‘reïnforcement persons’, doet aan ‘imagebuilding’ en ‘coaching’ en een innerlijke ‘autocue’ bezit. Integendeel. ●

Hans Wilbrink
Leven en werk van Hildegard van Bingen
Berne Media,
224 blz., € 19,90

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda