FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 28 November 2016 09:11

Guus van den Hout (red.): Jaap Schreurs: Schilder van de helaasheid

Jaap Schreurs: 'Stervende' (1977). Jaap Schreurs: 'Stervende' (1977). Tekst: David Roelofs

Jaap Schreurs was een meester in het uitdrukken van het moeizame menselijke bestaan.

Een schilder onder de aandacht brengen die gedurende zijn leven de openbaarheid schuwde, is een dankbaar werk. Met terugwerkende kracht kunnen mensen alsnog kennis maken met een man die in afzondering zocht naar de essentie van het schilderen. Voor wie nog nooit van Jaap Schreurs had gehoord, kan nu tevens het meeste van zijn werk in één boek bekijken.
De titel, De kwetsbaarheid van het bestaan, had niet beter gekozen kunnen worden. De werken van Schreurs staan vol met afgeleefde, uitgemergelde, oververmoeide figuren die zichtbaar lijden onder het bestaan. Al bladerend ontdekt de kijkende lezer dat de kwetsbaarheid in ieder schilderij opduikt. Vaak op een lichamelijke manier uitgebeeld, maar ongetwijfeld psychisch van aard.
De menselijke afhankelijkheid van de ander maar ook van het eigen lichaam staat centraal. De werken zijn vervuld van een helaasheid die door de titels van de schilderijen nog eens benadrukt wordt. Vier demente bejaarden aan tafel, Wanhopige vrouwen met baby, Het fietsongeluk, zulke titels laten weinig aan de verbeelding over.
Gefascineerd door religieuze thema’s als Schreurs was, is het niet verwonderlijk dat zijn oeuvre nogal wat kruizen, bijbelse personages en domineefiguren kent. Het lijden van Christus wordt herhaaldelijk vergeleken met de existentiële pijnen van de mens. Niet alleen via het beeld van bloedende, met prikkeldraad omwikkelde voeten of verkrampte handen met gebroken vingers, maar ook door weergaves van droefgeestige ogen of afhangende schouders. In het werk Job komt een en ander samen. Met één oog kijkt de vertoornde Job naar de hemel, met het andere staart hij de kijker aan. Jobs verkrampte houding en vertrokken gezicht getuigen van een onpeilbare triestheid. Het is moeilijk om als toeschouwer niet samen met de beeldfiguren droef en wanhopig te worden.
Naast oud- en nieuwtestamentisch leed en afgeleefde ouderen presenteert Schreurs ook zwaar gehandicapte mensen. Met als bedoeling de jammerlijke ongemakkelijkheid van het bestaan nog eens te intensiveren. In de woorden van kunsthistorica Adrienne Quarles van Ufford: “In sommige werken is het lichaam niet meer dan een optelsom der delen. De symmetrie is verdwenen. Ogen, armen en benen houden geen verband meer met elkaar. Niet meer dan toevallig behoren zij tot hetzelfde lichaam, samengebracht door het noodlot.” Op dit punt van lichamelijke en mentale deformatie, lijkt de depressie niet ver weg.
Voor de kijkende lezer is het dan ook een welkome afwisseling dat op het einde van het boek een klein aantal lachende figuren te bespeuren valt. Schreurs maakte voor het zoontje van zijn halfbroer ooit een prentenboekje waarin niet iedere afbeelding zo droefgeestig is als zijn reguliere werk. De stripachtige figuur Pier-le-Potlood zien we op een paard rijden en met een glimlach een zak aardappels dragen. Toch zijn ook deze voorstellingen niet zo onschuldig als ze eruit zien. Via subtiele verwijzingen naar de dood en de Tweede Wereldoorlog, wordt de lezer toch weer bewust gemaakt van Schreurs’ drijfveer om de eindigheid en pijn van het bestaan in kaart te brengen. Zijn werk is fascinerend maar blijft altijd in mineur. De geschilderde figuren altijd droef en gebroken. In afwachting van betere tijden voert de kwetsbaarheid de boventoon.

Guus van den Hout (red.) Jaap Schreurs: De kwetsbaarheid van het bestaan, Lecturis, 128 blz.,  € 29,95.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda