FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 25 July 2016 09:38

Weggeslingerd uit het centrum

Tekst: Lisette Thooft Tekst: Lisette Thooft

Josha Zwaan is zelf nog maar net uit het ziekenhuis als haar zoon, die in het boek Jim heet, plotseling opgenomen moet worden. Voorjaar 2011: precies in de maanden dat haar roman Parnassia uitgroeit tot bestseller, blijkt hij een zeldzame, levensbedreigende auto-immuunziekte te hebben met de ironische naam Goodpasture. Zijn nieren zijn onherstelbaar beschadigd en zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. De schrijfster is gewend aan ziekenhuizen, houdt er zelfs van, bekent ze; al sinds haar kleutertijd is een ziekenhuis voor haar een ‘oase van rust en veiligheid.’ In een ziekenhuis wordt je leven verrassend eenvoudig, vertelt ze. Je bent niet langer bezig je leven ingewikkeld te maken, je hebt nog maar één doel: herstellen, je lichaam weer kunnen gebruiken. Maar je zoon zien lijden, zien worstelen met het verlies van zijn kracht en levenslust, is heftig en aangrijpend en dat beschrijft ze prachtig, rauw, en ja, ook spannend. Het boek leest als een roman, staat op de achterflap en dat klopt; je leeft geboeid mee met het proces waarin het hele gezin terechtkomt, zelfs al weet je hoe het afloopt. Ze zijn allemaal als het ware weggeslingerd uit het centrum van hun bezigheden, ze zijn de draad kwijt en kunnen alleen maar wachten. Uiteindelijk kan de vader een nier afstaan en die niertransplantatie redt de zoon. “Eerst schonk ik Jim het leven, nu heeft zijn vader dat gedaan.” Het boek is dan ook een warm pleidooi voor nierdonatie bij leven. Niet alleen de zoon maar ook de vader herstelt razendsnel, wat de artsen niet verbaast: donoren krijgen vaak zo’n kick van hun gift, dat het hele lichaam positief reageert.   “Een gezond lichaam is de basis van je bestaan,” schrijft Zwaan in een passage over haar eigen ziekenhuisperikelen. “We zijn ons lichaam. Het draagt onze ziel, onze gedachten, onze wensen en daden. Het brengt onze kinderen voort. Opeens besefte ik wat ik natuurlijk een leven lang al wist: zonder dit lichaam ben ik niets. Ik zal er beter voor moeten zorgen.” Ook haar zoon zal in de maanden van zijn ziekte tot die conclusie komen. Aan het eind van het boek schrijft zijn moeder: “Van een sensation seeker die dacht dat hij onkwetsbaar was, is hij veranderd in een bewust levende volwassene, die nog wel feest maar nu met grenzen, die sport en vier ons groente per dag eet, die iets van zijn leven wil maken.” Is dat dan de zin van ziek zijn? Zwaan wordt woedend als een antroposofische kennis begint over lessen die er in ziekten besloten liggen. “Ze heeft het over een geschenk dat Jim ontvangen heeft van de kosmos,” briest ze en het liefst had ze een koffiemok naar de bezoekster gegooid. Maar haar zoon blijkt wel geïnteresseerd en als de vrouw weg is, barst de moeder los: “‘Hoe kun je daar nou zo rustig naar luisteren? Het is toch gewoon verschrikkelijk wat jou overkomen is? Daar is toch geen zin in te ontdekken?’ Zijn grote blauwe ogen kijken langs mij heen, alsof hij verten ziet die ik niet zie. ‘Misschien heeft ze wel gelijk. Dit alles moet toch ergens goed voor zijn?’” De passage tekent de eerlijkheid en diepte van haar zelfonderzoek en dat maakt het boek nou juist zo invoelbaar. Acceptatie, ja zeggen tegen het leven zoals het is, blijkt uiteindelijk de zin.

Josha Zwaan, Zijspoor. Een verhaal over een zieke zoon, troost en liefde. Ten Have, 192 blz., € 19,99.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda