FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 29 October 2014 13:34

Marc Van den Bossche: Leven na de dood

‘Nog zal mijn hele lichaam van jou gonzen.” Een spoor van deze slotregel uit het gedicht Wie nu alleen is van Rainer Maria Rilke is te vinden in heel dit dagboek. Dat het lichaam voor Marc Van den Bossche net zo belangrijk is als de geest werd al eerder duidelijk in zijn boek Sport als levenskunst. Het lichaam op de proef stellen is de basis van de gedachte, dus ook van de filosofische gedachte. In de periode na het overlijden van Hilde, zijn geliefde, zoekt hij naar een leven dat haar huldigt en laat voortleven. Dat leven bestaat uit filosofie en sport: ‘blijven bewegen’ is het motto. Tegen de verlamming van het verlies helpt sporten voor deze rouwende filosoof. En dus beweegt Marc Van den Bossche: hij fietst, hij zwemt, hij loopt hard en hij fietst nog meer. Hij geselt en vermoeit zichzelf, hij bezint en gaat fietsend op bedevaart naar de Mont Ventoux, alles om zijn lichaam en geest samen te laten werken aan de actieve aanvaarding van zijn verlies.  “Zo weinig mogelijk zitten” schreef Nietzsche. Deze frase is direct de keerzijde van het eerder genoemde motto, want het voortdurend gonzen zorgt in het dagboek voor onrust. Het alsmaar bewegen maakt van het rouwproces een reflectie op het lichaam, zodat de lezer de indruk kan krijgen dat sport hier een vluchtroute is, weg van het verdriet. Maar er zitten rustpunten in het dagboek die het de moeite waard maken. Een dialoog gaat verloren wanneer je een dierbare verliest, maar die dialoog kan symbolisch voortgezet worden. Dit dagboek is de poging van Marc Van den Bossche om met dat gesprek verder te gaan, om te beseffen dat er een voortleven bestaat na de dood. Zo bereikt hij zijn eigen spiritualiteit: “Ik ben niet alleen, ik ben met twee. Ik noem dat spiritualiteit.” (Volzin 2014, nummer 10, Chris van Wieren)

Marc Van den Bossche, leven na de dood. Dagboek van een rouwproces, Lemniscaat, 136 blz., € 14.95

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda