FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 23 October 2014 13:37

Joël De Ceulaer: Gooi God niet weg

De godsdienst heeft meer goed dan kwaad gebracht. Daarom mag God van Joël De Ceulaer blijven, ook al bestaat Hij niet.

In een helder geschreven essay verkent de Vlaamse journalist Joël De Ceulaer de kleurrijke wereld van geloof, ongeloof en bijgeloof. Minder helder is de titel van het boek: Gooi God niet weg. Want eigenlijk is God voor de auteur een gepasseerd station, achterhaald door de wetenschap. Wat hij niet kwijt wil, is een religie die mensen rust brengt. Dat hebben we nodig. Godsdienst is goed voor de gezondheid, kerken zijn echte ‘serotoninefabrieken’ die ons behoeden voor somberheid.
God zit tussen onze oren en zit daar goed, aldus De Ceulaer. Van daaruit kan Hij ons leven nog altijd betekenis geven, zonder dat dit gepaard gaat met een claim op kennis, met verzet tegen de evolutietheorie of met een beroep op wonderen. In deze vaak verwarrende wereld is ruimte voor een hocuspocusloze God die werkt als een placebo voor onze ziel. Hij mag dus blijven, ook als Hij niet bestaat.
Nadrukkelijk neemt de auteur afstand van de bekende evolutiebioloog en atheïst Richard Dawkins, voor wie geloof een ziekte is die om genezing vraagt. Tegenover hem durft de Vlaming de stelling aan dat godsdienst meer goed dan kwaad heeft gebracht. “Voor elke terroristische aanslag zijn er honderdduizend initiatieven van gelovigen die op grote en kleine schaal aan liefdadigheid doen. Mensen zonder papieren vinden onderdak in kerken, niet in tempels van vrijzinnige vrijmetselaars. Onderwijs en zorg worden wereldwijd op grote schaal gedragen door religieus geïnspireerde mensen en organisaties.”

De Ceulaer rekent in zijn boek af met allerlei pseudowetenschap. Grappig en onthullend tegelijk is het hoofdstuk waarin hij undercover gaat en een stel wonderdokters bezoekt dat aan Nieuw Germaanse Geneeskunde doet. Met een gefingeerde hersentumor en een nepscan van een oncoloog gaat hij op pad. ‘Minder water drinken’ is een van de adviezen die hij meekrijgt.
Toch rijst de vraag of ook De Ceulaer zelf helemaal vrij is van pseudowetenschap. Zo baseert hij zijn boek op de gedachte dat de evolutietheorie het einde van God betekent. Dat is een bekende misvatting. Bij evolutie gaat het om een natuurwetenschappelijke theorie die niets zegt over het al dan niet bestaan van God. Er zijn dan ook genoeg wetenschappers die voluit evolutionair denken zonder hun geloof op te geven.
Wel is duidelijk dat de evolutieleer lastige vragen stelt aan religieuze tradities, bijvoorbeeld wanneer die over God als schepper spreken. Moderne theologen denken daar creatief over na. De Ceulaer heeft deze ontwikkeling volledig gemist, zo blijkt ook uit de literatuurlijst in het boek. De enige die hij opvoert is ‘de arme kardinaal Danneels’ die op het gebied van schepping en evolutie inderdaad een paar bokken schiet. Maar dat is te gemakkelijk scoren.
De epiloog van het boek is verrassend. “Misschien is God iets wat pas in de toekomst zal bestaan”, suggereert De Ceulaer opeens. “God bestaat niet, of in elk geval nog niet, hij komt langzaamaan tevoorschijn”, en wel in een mensheid die zichzelf ontwikkelt en overstijgt. Een visioen met bijbelse trekken. Zal God ooit alles in allen zijn? (Volzin 2014, nummer 10, Jan Offringa)

(Joël De Ceulaer, Gooi God niet weg. Over geloof, ongeloof en bijgeloof, WPG De Bezige Bij, 233 blz., € 19,99)

 

Joël De Ceulaer 
Gooi God niet weg. Over 
geloof, ongeloof en bijgeloof
WPG De Bezige Bij, 233 blz., 
€ 19,99
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda