FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 03 October 2014 09:08

Rob Hartmans: Freek. De cultuurkritiek van een komiek

Freek de Jonge, door velen gezien als de grootste komiek van zijn generatie, werd eind augustus zeventig jaar. Journalist en historicus Rob Hartmans laat zien dat De Jonge meer dan alleen de lach zocht. En vond.

Dat Freek de Jonge nooit uitsluitend de lach zocht, is zeker bij veel van zijn generatiegenoten bekend. De cabaretier is in 1944 geboren als zoon van een hervormd predikant, wat wellicht verklaart dat hij met de serieuze ondertoon van zijn cabaret ook zo op de kansel had kunnen staan. Veelzeggend is deze uitspraak van hem over zijn cabaret: “Het is niet leuk bedoeld, maar mooi meegenomen.”
Want vermaak is leuk, maar De Jonge wilde ook van alles aan de kaak stellen. De jaren zestig, zeventig en tachtig gaven de komiek voldoende stof tot nadenken en vertellen: Preek de Jonge is niet voor niets zijn bijnaam.
Vrijheid van het individu werd hét ideaal, maar waartoe leidt deze absolute vrijheid? Zijn tradities echt hopeloos achterhaald? En mag er dan niets meer een beetje heilig zijn? Voor De Jonge zijn dit relevante vragen, vanwege de roerige tijd waarin zijn carrière bloeide. Dus moet zijn cabaret wat Hartmans betreft gezien worden in het licht van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen vanaf de jaren vijftig.
Deze info on the side over tal van maatschappelijke ontwikkelingen geeft een aardig beeld van de cabaretier. Volgens de schrijver is De Jonge een cabaretier met de nodige cultuurkritiek en existentiële vragen waarmee hij graag zijn publiek opzadelt. De worsteling van De Jonge daarentegen is dat het publiek vooral vermaakt lijkt te willen worden.

Hartmans begrijpt deze worsteling, maar steekt ook zijn bewondering voor de komiek niet onder stoelen of banken. Dat is niet per se storend, want naast woorden die bewondering verraden, staat hij ook evenwichtig stil bij de tijdgeest waarin De Jonge zich bewoog. Alleen, Hartmans is een historicus. Soms heeft het boek daardoor meer weg van een verslag van de naoorlogse geschiedenis van Nederland dan van de plaats van De Jonge erin.
Natuurlijk gaat het uiteindelijk wel duidelijk over de komiek, die in zijn leven en carrière pendelt en zoekt tussen vrijheden – maatschappelijk en individueel – die vanaf de jaren vijftig steeds meer opgeëist worden, en de geborgenheid van zijn jeugd. Ook beschrijft de auteur De Jonge’s zoektocht tussen zijn verstand en gevoel. Zo rijst een ontroerend beeld op van een zoekende komiek, die tegen wil en dank het maximale uit zijn rol als clown haalt – maar die tegelijkertijd cabaret als een kunstvorm ziet, vol van maatschappelijke relevantie.
Voor Hartmans gaat het er niet om of De Jonge een cultuurcriticus of -pessimist is, hoewel hij het niet terecht vindt dat velen de cabaretier afschilderen als een verzuurde moralist. Belangrijker voor hem is de diepere laag van deze komiek en zijn cabaret: een theatervorm waarbij het om meer gaat dan alleen taboes bij het nekvel grijpen en publiek aan het lachen maken.
Om met De Jonge te spreken: het boek is vast niet leuk bedoeld, maar mooi meegenomen. Voor Hartmans en de lezer. Ouderen herkennen zich er wellicht in, jongeren kunnen er geheid wat van leren. (Volzin 2014, nummer 09, Jeroen Schalk)

Rob Hartmans, Freek. De cultuurkritiek van een komiek, Ambo Anthos, 216 blz., € 18,99

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda