FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 02 September 2014 10:55

Christa Anbeek: Aan de heidenen overgeleverd

Geen abstracties, maar menselijke ervaringen vormen het hart van de theologie, meent Christa Anbeek. Een sympathiek betoog, maar is het ook overtuigend?

Geloof als keuze, als mogelijkheid van de vrije wil van de mens, loopt het gevaar om onder een dikke stoflaag te verdwijnen: er dreigt een kostbare schat verloren te gaan en we kunnen er iets aan doen.” In haar inaugurele rede als (eerste vrouwelijke) hoogleraar in de remonstrantse theologie stelt Christa Anbeek de vraag aan de orde hoe het christelijk geloof voor mensen van nu relevant kan zijn. Theologische inzichten dienen verbonden te worden met ervaringen van kwetsbaar leven, luidt haar antwoord. Dan wordt weer duidelijk waarom het geloof van betekenis is. 

Het christendom, maar ook andere religies ziet Anbeek als pogingen van mensen om aan hun ervaring met dit kwetsbare leven betekenis te geven. Zij laat in kort bestek zien welk licht dit uitgangspunt werpt op klassieke thema’s van de geloofsleer. Dat levert soms verrassende resultaten op, bijvoorbeeld wanneer zij de bezielende Geest van God niet alleen in verband brengt met inspiratie en troost, maar ook met het vermogen om jezelf te relativeren.
Bij wat zij over de mens zegt, kiest zij er resoluut voor om de tragiek van de kwetsbaarheid centraal te stellen. Zij vertelt het verhaal over een van de voorvaders van de huidige remonstranten, Johannes Uytenbogaert (1557-1644), die tijdens een pestepidemie de vrouw en kinderen van zijn toevallig in het buitenland vertoevende hospes verzorgt. Hij helpt de kinderen kisten als zij gestorven zijn en troost de moeder als zij langzaam herstelt. Jaren later terugkijkend schrijft hij, en Anbeek citeert het: “Zullen echtgenoten, ouders en kinderen, bloedverwanten en vrienden elkaar onder zulke omstandigheden verlaten? Zal men zijn dienstbode de deur uitzetten, omdat zij misschien anders vrouw en kinderen besmetten? Dit ware onmenselijk.”

Juist in het voorbeeld van Uytenbogaert roept bij mij evenwel de vraag op of Anbeeks uitgangspunt dat ervaring de grondslag is van theologie en geloof, wel overtuigend is. Uytenbogaerts ervaring dat hij zijn huisgenoten niet mocht verlaten om zichzelf te redden, is namelijk helemaal niet vanzelfsprekend. In onze tijd is ondervinden mensen die denken en handelen als Uytenbogaert eerder tegenspraak: ‘Wie heeft er iets aan als jj straks ook dood bent?”
Dat Anbeek zich op dit punt niet aan de tijd lijkt te willen aanpassen, siert haar wat mij betreft. Maar ik heb de christelijke traditie nodig hebt om uit te leggen waarom zij volgens mij gelijk heeft: Omdat God als grond, dragende kracht en doel van alle bestaan compassie is, en geen meedogenloze macht en overlevingsdrang.
Dat religie de grondslag kan zijn van onze ervaringen en van het vertrouwen dat wij daarin stellen, lijkt bij Anbeek niet op te komen. Onder meer daarom is haar boek voor mij ook een uitnodiging tot stevige tegenspraak. Maar wel een heel sympathieke uitnodiging. (Volzin 2014, nummer 01, Erik Borgman)

Christa Anbeek, Aan de heidenen overgeleverd. Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven, Ten Have, 93 blz., € 11,95

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda