FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 25 August 2014 13:25

Guus Kuijer: De Bijbel voor ongelovigen

Met ‘De Bijbel voor ongelovigen’ is Guus Kuijer de uitdaging aangegaan om delen uit het oude boek uit te leggen, óók voor gelovigen. In deel 3 van de serie: Saul, David, Samuël en Ruth.
Dat Guus Kuijer een echte verhalenverteller is, is duidelijk terug te zien in de manier waarop De Bijbel voor ongelovigen geschreven is. Vanuit het perspectief van een – ogenschijnlijk – onbelangrijke figuur worden boeken uit de Bijbel toegankelijk gemaakt voor (niet-)gelovigen. Voor de gelovige is het alleen wel even slikken. En dat is niet alleen omdat Kuijer veel losser schrijft dan de originele schrijvers en vertalers van de Bijbel.
In deel 3 worden de bijbelboeken Ruth, 1 Samuël en het begin van 2 Samuël naverteld. Dit vanuit het perspectief van Seraja uit Asdod in Filistea. Deze jongen groeit op in een gezin dat kenmerkend is voor de Filistijnse mindset: alles draait om geld en handel. Langzaam maar zeker groeit bij Seraja de bewondering voor Israël, op dat moment een verzameling gebieden die redelijk geweldloos onderdrukt wordt door de Filistijnen. Deze bewondering komt op de eerste plaats vooral door een mysterieuze ark waarin de God van Israël zou huizen. Deze ark is ergens in Filistea in de vergetelheid geraakt.
Deze ark en hoe daarmee om te gaan grijpt Kuijer aan om een rare God te beschrijven. Omdat de ark, God vooral, niet het respect krijgt die zij verdienen, volgt er een straf die bestaat uit hardnekkige aambeien en muizenplagen.
Later in het verhaal wordt de God van Israël er lang niet altijd coulanter of begrijpelijker op. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk wanneer Samuël van God de opdracht krijgt om Saul als de gezalfde, de koning van Israël aan te wijzen. Het blijkt een miskleun van jewelste: Saul kan het koningschap niet aan, vraagt God tevergeefs om hulp en antwoord, en wordt daardoor alsmaar krankzinniger en wanhopiger.
De God die Kuijer beschrijft, ontpopt zich hierdoor tot een onbegrijpelijke macht. Een die soms ronduit wreed is. Misschien dat de schrijver daarom God ook wel het Toeval noemt; hoe kan een God van de mensen immers zo onverbiddelijk zijn? En een nog belangrijkere vraag die als een rode draad door het verhaal loopt: bespeelt God het toeval of valt God daarmee samen?
Ook David, die wordt geïntroduceerd als een bijzonder aantrekkelijke en slimme jongen, krijgt een onverwachte wending. Hij verslaat Goliath, toont zijn onvoorwaardelijke liefde voor Saul – ondanks diens haat jegens David –, maar hij blijkt ook soms een wrede man met de nodige seksuele escapades.
Wat Kuijer hiermee wil aantonen, is moeilijk te zeggen. Staat God (of Toeval) ver boven de menselijke rede of bedenkt de mens een onredelijke God? In beide gevallen kan het antwoorden in verhalen gevonden worden. Juist voor dat fenomeen, verhalen, wordt bij monde van de alwetende verteller Seraja bewondering uitgesproken. Dat de schrijver de figuur van Seraja mogelijk als spiegel voor zijn eigen fascinatie gebruikt, is geen onlogische gedachte. Of dit ook echt waar is, doet er niet toe; soms hoeft een verhaal niet waar te zijn om toch het geloof in mensen aan te wakkeren. Zelfs bij mensen die zichzelf ongelovig noemen. (Volzin 2014, nummer 07, Jeroen Schalk)

Guus Kuijer:  De Bijbel voor ongelovigen, deel 3, Athenaeum, 288 blz., € 19,99

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda