FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
woensdag, 26 april 2017 13:08

'Kom vanavond met verhalen'

Zoals christenen hun Goede Week voor Pasen kennen, zo kent Nederland zijn ‘seculiere Goede Week’, die loopt van 27 april tot en met 5 mei. ‘Lang zal hij leven, gelukkig en goed./ Dan doen wij ook mee met wat durf en wat moed’, aldus de beginregels van het nieuwe Lied voor de Koning dat ‘abraham’ Willem-Alexander op Koningsdag, 27 april, zal worden toegezongen. De tekst rept verder van ‘dit prachtige land. Een plaats om te leven voor ons allemaal. We spreken tenslotte dezelfde taal’. Ingetogener en plechtiger zullen de woorden zijn die op 4 mei weerklinken uit de mond van autoriteiten en gelegenheidssprekers tijdens de Dodenherdenking. Daags erna, op Bevrijdingsdag, viert Nederland ‘de vrijheid’ en staan we stil bij “vrijheid en onvrijheid in de rest van de wereld. Want vrijheid is nog altijd niet vanzelfsprekend”, zo verklaart het Nationaal Comité 4 en 5 Mei.

Het harde nationalisme – ‘Nederland voor de Nederlanders’ – zoals gepropageerd door de Partij voor de Vrijheid, schrikt terecht de meeste landgenoten nog altijd af, maar soft nationalisme doordrenkt meer en meer de publieke sfeer. De seculiere goede week draagt er de sporen van. Tijdens de voorbije verkiezingscampagne hielden politici van nagenoeg alle partijen het ons trouwens ook voor: ‘een hartstikke gaaf land’ zouden we bewonen, ‘een prachtig land’, dat gevormd wordt door ‘hardwerkende Nederlanders’, een land ook waar we hand in hand gaan – met D66’ers Alexander Pechtold en Wouter Koolmees voorop – voor vrijheid en tolerantie.
Ik wil de feestvreugde van mezelf en anderen niet bederven – en hulde aan Pechtold en Koolmees voor hun protest tegen homohaat – , maar enkele vraagtekens bij het nationale zelfbeeld lijken me toch wel op zijn plaats. Vrijheid is nog altijd niet vanzelfsprekend, zegt het Nationaal Comité 4 en 5 Mei terecht. Geldt die uitspraak vooral voor ‘de rest van de wereld’ of ook voor Nederland zelf? Gaan politici er niet trots op dat door de ‘Turkijedeal’ er steeds minder vluchtelingen naar Nederland komen? De keerzijde van die deal is dat dat steeds meer vluchtelingen verdrinken in de Middellandse Zee. Horen we daar de politici ook over? Is de overheid behulpzaam bij de inburgering van vluchtelingen? Waarom besteedt twintig procent van onze scholen geen positieve aandacht aan homoseksualiteit? Hoe vrij zijn de tien procent van onze burgers die onder de armoedegrens moeten leven? Geldt onze vrijheid ook voor wie niet ‘normaal’ doen? En voor moslims in ons land? Voor christenen en anderen die hun bedenkingen hebben bij de ‘dood op bestelling’?
Alom is sprake van ‘de Nederlandse waarden’ en ‘onze idealen’. Niet zelden heeft die retoriek een disciplinerend en uitsluitend effect. Wee hen die de vermeende Nederlandse waarden en idealen niet geheel delen; wee hen die zich door opvatting, houding of gedrag onttrekken aan wat als nationale consensus wordt voorgesteld.

De special in deze aflevering van Volzin is gewijd aan de verbeelding van het verleden. De ‘seculiere Goede Week’ die we nu ingaan, is bij uitstek de plaats waar deze verbeelding vorm krijgt. Cultuurwetenschapper Liesbeth Hoeven pleit voor een nationale herdenking die niet uitgaat van abstracte waarden en idealen of van slachtofferschap maar van het verhaal van concrete mensen die vertellen hoe zij geraakt zijn door de oorlogsgeschiedenis en welke consequenties zij daaraan verbinden voor hun eigen leven. “Als mensen erin slagen om de lijn verder te trekken naar hun eigen leven, dan wordt het herdenken actueler. Dan draait het niet alleen om de mensen van toen, maar ook om het leven van nu en om de boodschap die mensen van alle generaties en afkomst verbindt”, zegt Hoeven terecht. Dan draait het niet langer om ‘Nederlandse waarden’ dus, maar om universele rechten die alle mensen verbinden en verplichten, zou ik daaraan willen toevoegen.

Niet minder dan in de Goede Week voor Pasen hebben we in de Goede Week die komt, behoefte aan verhalen van concrete mensen over concrete ervaringen en concrete, vaak moeilijke keuzes en gevolgtrekkingen. Zoals de wijze dichter Leo Vroman schreef: ‘Kom vanavond met verhalen/ hoe de oorlog is verdwenen,/ en herhaal ze honderd malen:/ alle malen zal ik wenen.’
Ik wens u een feestelijke en inspirerende week toe.

vrijdag, 21 april 2017 10:35

Vasten

Al zo lang ik mij kan herinneren doe ik fanatiek mee aan de vastentijd. Dat begon als kind met niet snoepen en ontwikkelde zich in de loop der jaren steeds verder tot een bijna (of een keer zelfs volledig) celibataire leefwijze. Geen alcohol, geen koffie, geen snacks. Als mensen vroegen waarom ik het deed, vond ik dat vaak lastig uit te leggen. Het had vooral te maken met een vaag besef dat het goed is om jezelf los te worstelen uit vastgeroeste gewoontes en afhankelijkheden. Er was ook het vermoeden dat die afhankelijkheden een vlucht waren, hoewel ik niet goed kon vertellen waarvan dan precies.

Dit jaar liep het anders. Nog voor de eerste vastenzondag was ik ondanks mijn goede intenties alweer dronken. De volgende dag stelde ik mijzelf de vraag waarom ik eigenlijk wilde vasten en merkte dat het antwoord dat ik altijd had gegeven ineens niet meer toereikend was. Het vage besef dat ik voor iets vluchtte was nog steeds aanwezig. Maar het mijzelf veertig dagen alle vluchtwegen volledig ontzeggen, om me vervolgens met Pasen weer met dubbel enthousiasme op die gewoontes te storten, leek steeds minder een zinvol antwoord op dat besef te zijn.

Zo kwam ik op het idee mijn vasten dit jaar niet te richten op het overwinnen van dat vluchtgedrag, maar op het onderzoeken ervan. In de zoektocht naar de praktische invulling van dat idee kwam ik de tekst A guide to the basic anxiety of life tegen. Daarin wordt een ‘basisonbehagen’ omschreven dat ten grondslag ligt aan het continue ‘wegrennen’ en zich manifesteert in verschillende gedaanten: van een plotselinge snacktrek tot een zware depressie. In de tekst werd gesuggereerd eens te proberen niet meteen weg te rennen wanneer je onbehagen voelt, maar juist je aandacht erop te richten om het te leren kennen. Dat is best eng, maar je begint voorzichtig. Observeer het gevoel voor een moment en sta jezelf dan weer toe te rennen. Werk ermee in behapbare porties. Hoe meer ik het probeer, hoe vertrouwder het begint te worden. Op sommige momenten slaag ik erin bij het onbehagen blijven. Het besef dat het gewoon een deel van het leven is dat er altijd zal zijn, werkt dan vreemd genoeg rustgevend en bevrijdend: ik mag even stilstaan, hoef niet altijd te rennen. Op andere momenten lukt het niet en eet ik een pak stroopwafels leeg.

donderdag, 13 april 2017 11:15

'Muziek van alle tijden en voor alle tijden'

Is Bach een grensverleggende componist? Vraag het musicologen. Een eenstemmig: ja. Vraag het liefhebbers. Dat deed ik. Een bas: “Technisch gesproken is Bach voor mij de componist van de perfecte meerstemmigheid, emotioneel gesproken vind ik Bach niet zo zeer grensverleggend als wel grensoverstijgend: tijdloze muziek, en wel in alle betekenissen: muziek van alle tijden, muziek voor alle tijden (vreugde en verdriet) en muziek die de tijd stilzet en je voor even plaatst in een wereld waar alles goed is. Sommigen noemen dat hemels. Mag van mij.” Een sopraan beaamt dit: “Ik vind Bachs muziek mooi omdat er voor elke stemming wel een passend stuk te vinden is.” Haar moeder, een alt: “Ik ben vanaf de wieg ondergedompeld in de muziek van Bach omdat mijn vader dat altijd speelde op piano en orgel. Die muziek was er gewoon altijd en bij alles wat we deden. Zo is die muziek met mijn ziel verweven.” Ook een organist is lyrisch: “Je raakt nooit uitgeluisterd, en er zelf op studeren is een waar genoegen. De zes triosonates voor orgel zijn de top: moeilijk, maar prachtig. En in de koraalvoorspelen de tekstuitbeelding in de muziek, subliem!”

De muziek van Johann Sebastian Bach (1685-1750) raakt dus menige gevoelige snaar. Dat is niet altijd zo geweest. Al op het eind van zijn leven vonden velen zijn muziek ‘uit de tijd’. De belangstelling voor barokmuziek ebde weg. Pas driekwart eeuw na zijn dood kwam daar een wending in, toen Felix Mendelssohn-Bartoldy de Matteüspassie voor het eerst sinds de première in 1729 weer uitvoerde. Daarna kwam de bewondering voor Bach echt op gang. Onder collega-componisten was er zeker waardering. De jonge Mozart stortte zich naar verluidt op een ingewikkelde motetpartituur en rustte niet voor hij alles had begrepen en overgeschreven. De populariteit van Bach steeg in de twintigste eeuw tot grote hoogten en leidde niet zelden tot vormen van verering. Vooral in protestantse kerken kwam zijn muziek hoog op een voetstuk te staan en tot op de dag van vandaag zijn vooral in Duitsland maar ook in Nederland cantatediensten en motettendiensten populair.
Een halve eeuw geleden raakte het in zwang Bachs muziek op authentieke zeventiende-eeuwse instrumenten uit te voeren. Daar dwars tegenin zwoer de geniale Canadese pianist Glenn Gould bij piano-uitvoeringen omdat, zei hij, als Bach de piano had gekend hij dat zeker een verbetering zou hebben gevonden. Om zijn woorden kracht bij te zetten was het zijn gewoonte om mee te neuriën bij platenopnamen. Zijn stem voegde iets toe aan warmte van Bachs muziek, was zijn argument, en mocht dus niet uit de opnamen weggefilterd worden.

Bachs muziek mocht zich ook in de belangstelling van excentriekelingen verheugen. Bach stond erom bekend dat hij graag wat symboliek vlocht in zijn toonzettingen. Zo is in de verhouding van het korte eerste deel en het langere tweede deel van de Matteüspassie een kruisvorm te ontdekken. Sommige onderzoekers groeven vele spaden dieper en ontdekten in bijna elke noot van Bach een getallensymboliek, zozeer dat het niet meer te begrijpen was dat een mens zulke muziekstukken in elkaar had kunnen zetten. Ene meneer Schmend bereikte duizelingwekkende diepten door ook inktvlekjes in een partituur aan een getal te verbinden.
Onder wiskundigen en filosofen geniet Bach veel faam, eveneens vanwege de kunstige composities, zoals die van fuga’s. Beroemd is het lijvige boek Gödel, Escher, Bach van de Amerikaanse natuurwetenschapper Douglas Hofstadter uit 1979. Hij vergeleek de systeembouw van wiskundige Kurt Gödel, graficus Maurits Escher en Bach en onderzocht parallellen in de structuur van menselijke intelligentie. Het was en is een razend populair boek, waarvan de auteur zei dat een tiende van de mensen die het boek gekocht hebben eraan zijn begonnen, een tiende van hen die eraan zijn begonnen het hebben uitgelezen en een tiende van hen die het hebben uitgelezen het hebben begrepen. In De compositie van de wereld, dat een jaar later verscheen, zet schrijver Harry Mulisch in een warhoofdig betoog Bachs fugakunst in om het raadsel van de wereld eens en voor al te ontrafelen. Later ontdekte Mulisch de hemel.
Mag Bach zelf vooral grensoverstijgend worden genoemd, tal van zijn fanatieke bewonderaars hebben menige grens verlegd.

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Doorzoek de website

 

 

Agenda