FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
dinsdag, 19 september 2017 09:47

De gelukssigaret

'Het leven heeft maar één einddoel en dat is de dood. Dus vanwaar alle haast?' Ik krabbelde deze woorden een jaar of tien geleden neer in de veronderstelling dat het een bijzonder originele filosofische gedachte was. Inmiddels ben ik die pretentie kwijtgeraakt, maar het idee is gebleven. Het is net of we met z'n allen in een continue wedloop verwikkeld zijn. Iedereen is bang om achter te lopen of iets te missen, maar bijna niemand lijkt te weten waar hij naartoe rent. En stiekem vinden we dat nog prettig ook. Zolang je maar hard genoeg rechtdoor blijft gaan, word je tenminste niet met allerlei lastige vragen geconfronteerd.

Toen ik nog regelmatiger de kerk bezocht, stond ik op zondag vaak min of meer gedwongen stil. Rennen is onmogelijk op berijmingen uit het jaar 1773 en zelfs een beetje doorlopen zat er met het tempo van onze dominee niet echt in. Al dan niet geïnspireerd door de preek overdacht ik in de harde kerkbanken de richting van mijn leven en liep daarna vaak met nieuwe inzichten de kerk uit. Ik probeer het nog weleens, maar het werkt niet echt meer. De afstand tussen mijn leven en de boodschap van de kerk is te groot geworden.

Toen ik deze zomer in Amerika de erste sigaret uit een nieuw pakje wilde opsteken, hield de jongen naast mij me tegen. Vragend keek ik hem aan. "Dit is je gelukssigaret," legde hij uit. "Als je een nieuw pakje opent, haal je altijd de derde sigaret op de voorste rij eruit en die stop je er ondersteboven weer in terug. Deze sigaret is heilig. Alleen jij mag 'm roken en áls je dat gaat doen, zoek je eerst even een rustig plekje op waar je niet gestoord kunt worden. Deze tien minuten zijn helemaal van jou, een kans om even na te denken over het leven. Ben je tevreden met je leven? Welke doelen wil je bereiken? Ben je daarvoor op de goede weg?
Hoe Amerikaans ook, het idee sprak me aan. Roken als gedwongen stilstaan, een sigaret als vervanging van de kerkdienst. De uitvoering vereiste overigens wel wat oefening - ik vond aan het einde van de vakantie overal verfrommelde pakjes met gelukssigaretten die nog op 'het juiste moment' wachtten - maar het hoeft ook niet per se een sigaret te zijn. Waarom niet het derde biertje, of voor mijn part de derde mandarijn of het derde theezakje? Alles kan een kerkdienst zijn, voor wie af en toe durft stil te staan.

donderdag, 07 september 2017 12:14

Vlees eten

Wordt het niet tijd dat christelijke partijen in actie komen tegen dierenleed en dat christenen stoppen met vlees eten, vroeg een mevrouw zich af in het dagblad Trouw. Een lezer reageert en zegt dat we niet zo snel God en de Bijbel moeten aanhalen om ons gelijk te versterken. Daarmee ben ik het zeer eens. Alleen wijst dezelfde schrijver ook op de diversiteit in darmkanalen. Die zou bewijzen dat sommige schepselen, zoals mensen, zijn ingericht op het eten van vlees. “God had ons ook als planteneters kunnen scheppen, maar deed dit niet.” Toch een beroep op God dus. Is er eigenlijk een zinnige manier om God ter sprake te brengen in dit gesprek?

Mijn moeder vertelt graag het verhaal over de dag dat we werklui over de vloer hadden. Tussen de middag zette zij hen gebraden karbonaadjes voor. Het was woensdag, ik was een jaar of zeven en kwam thuis van school toen de borden al leeg waren. Daarop lagen de restanten, met nog veel vlees eraan, want ze hadden netjes met mes en vork gegeten. Daar begreep ik niet van: karbonaadjes moet je kluiven. Dat deed ik dus alsnog.
Het tekent zowel mijn liefde voor vlees als mijn afkeer van verspilling van (lekker) eten. Evengoed kondigde ik rond mijn vijftiende ik aan dat ik vegetariër wilde worden. Mijn moeder vond het geen goed idee voor een kind in de groei. Als compromis at ik drie keer per week een stukje biologisch vlees. Stiekem vond ik het ideaal. Zo’n slappe-hap-vegetariër, inmiddels nepveganist, ben ik gebleven. Soms iets strikter, soms iets minder, altijd nieuwsgierig naar wat op andermens’ bord ligt.

Voor mij ligt het voor de hand om als christen geen dieren te eten. Niet omdat God ons zo geschapen zou hebben of omdat de Bijbel ons dat voorschrijft. Met dergelijke argumentaties verzandt je in welles-nietes discussies. Het doorslaggevende argument voor mij om minder, zo min mogelijk of geen dierlijke producten te eten is simpelweg respect voor het leven. Respect voor dieren als levende wezens, die niet bestaan enkel om door ons gefokt, gemolken en geconsumeerd te worden. Voor de aarde, die de schaal van onze consumptie niet aan kan. Voor ons eigen lichaam, om serieus te nemen waarmee we het voeden.
Precies, omdat ik God ter sprake wil brengen als de Levende.

Janneke Stegeman is Theoloog des Vaderlands en werkt bij debatcentrum De Nieuwe Liefde.

dinsdag, 05 september 2017 09:00

De bruggenbouwer moet vooral niet naïef zijn

Het woord ‘bruggenbouwer’ vond ik vroeger een adequate omschrijving van wat ik probeer te doen met mijn bescheiden bijdrage aan wat zo mooi de ‘interreligieuze dialoog’ heet. Tijdens lezingen in een kerk, in een bibliotheek, of voor een groep cursisten, probeer ik veel tijd te reserveren voor alle vragen van mijn toehoorders. Is de islam gewelddadig? Hebben vrouwen gelijke rechten? Zijn moslims antisemitisch? En hoe zit dat met afvalligheid? Homoseksualiteit? Scheiding tussen kerk en staat? Sharia? En radicale jongeren dan? Boerka’s? Terrorisme? De lijst vragen is eindeloos lang, maar meestal zijn dit wel de kapstokvragen. Soms schrijf ik er op deze plek over. Lange tijd heb ik geloofd dat het me zou lukken om de zorgen van Jan en Annie weg te nemen. Maar de mens is geprogrammeerd om zich zorgen te maken – het is een overlevingsinstinct. Ik weet nu zeker dat het me niet zal lukken om zorgen van mensen ten aanzien van de islam weg te nemen. Het zal niemand lukken. Daarom begint de laatste tijd het woord ‘bruggenbouwer’ mij steeds meer tegen te staan. Dat heeft te maken met het simpele gegeven dat een brug op twee pijlers rust. Je hebt voor verbinding twee mensen nodig die op hun eigen manier bijdragen aan de standvastigheid van de brug. De brug is dan een symbool voor een prettige, vrije samenleving. De vraag die ik wil onderzoeken: waarom moet de bruggenbouwer, al dan niet moslim, eigenlijk andermans zorgen wegnemen?

Laten we die zorgenmakers eens beschrijven. De eerste categorie zorgenmaker leest vooral de opiniepagina’s van de krant en wordt gevoed met woorden die hem doen twijfelen aan zijn islamitische collega, met wie hij normaal gesproken altijd door een deur kan. Hij leest steeds weer nieuwe columns en volgt op televisie alle debatprogramma’s, maar onderzoekt niet echt of hetgeen hij hoort wel klopt. De tweede categorie zorgenmaker vindt dat zijn eigen geloof beter is dan alle andere geloven. Normaal gesproken houdt hij dat voor zich. Maar gesteunde door de tijdgeest, en door wat hij tijdens verjaardagsfeestjes en bij zijn geloofsgenoten hoort, gaat hij openlijk vragen stellen over de kwaliteit van het islamitische geloof. Hij durft nu openlijk te zeggen dat ‘onze’ religie of cultuur echt beter is en hij blijft in de groep mensen bewegen die precies denkt zoals hij. De derde categorie zorgenmaker maakt handig gebruik van de sentimenten in de samenleving om de eigen politieke (religieuze?) agenda te promoten. Hij zit op invloedrijke posities in de media en zit op schoot bij invloedrijke bestuurders, om die angsten voor eigen gewin te verzilveren. Hij verdient er nog geld mee ook! De laatste categorie zorgenmaker vindt dat hij niet meer aan kan haken bij alle ontwikkelingen in de wereld. Hij heeft niet het vermogen om in alle rust na te denken en leeft vooral op emoties die hij maar moeilijk kan duiden. Hij heeft vele vragen die onbeantwoord blijven, maar wil eigenlijk getroost worden door zijn islamitische medemens, zonder kwade bijbedoeling.

Terug naar het woord ‘bruggenbouwer’. Ik dank de Heer, of Allah, dat ik het vermogen heb ontwikkeld om de verschillende categorieën zorgenmakers te herkennen. Het zorgt voor een rustig gemoed. Ik zet mij tegenwoordig dus vooral in om de laatste categorie zorgenmaker te bereiken. Die persoon, man of vrouw, jong of oud, heeft het hart op de juiste plek zitten. De overige zorgenmakers krijgen geen linker wang, maar een spiegel voorgehouden. Om die spiegel te kunnen polijsten heb ik mij moeten verdiepen in hoe media werken door bij de media te werken. Ik heb moeten leren hoe andersgelovigen denken door met hen samen op te trekken. Ik heb moeten leren hoe de politiek handig onzekerheid bij burgers gebruikt voor het eigen gewin door zelf een tijdje politiek te bedrijven. Het zijn ervaringen waarvoor ik dankbaar ben. Ik ben helaas mijn naïviteit kwijt. Maar misschien heeft juist dat er wel voor gezorgd dat oude en nieuw gebouwde bruggen van zeer goede kwaliteit zijn. Dat hoop ik. ●

Doorzoek de website

 

 

Agenda