FacebookTwitterLinkedIn
Columns

De voorbije zomervakantie heb ik in mijn eentje doorgebracht. Vrouw en kinderen vonden mijn aanwezigheid in hun leven overbodig en besloten daarom hun vrije tijd door te brengen in het moederland, Turkije. Veel zon, lekker eten, vrienden en familie, ik begrijp het wel. Ik daarentegen sleet de dagen en avonden met eenzaamheid als mijn beste vriend. Ja, deze moslim leefde een tijdje als een kloosterling in zijn eigen huis. Ik merk dat in die stilte je gedachten best luid kunnen worden. Alsof er een deksel van je hersenpan wordt gelicht en opeens alle ideeën en gedachten in een elkaar versterkend geheel naar buiten knallen. Herrie in je hoofd, maar dan zonder het geluid erbij.
Een van de interessante thema’s waarover ik heb gelezen betreft de snaartheorie (Engels: string theory). Het is een theorie die veel verder gaat dan die van Einstein (die onder andere bewees dat de tijd niet voor iedereen even snel verloopt). De snaartheorie stelt dat alles in het universum op de een of andere manier werkt als elastiekjes. Heel zwart-wit gesteld: als dat elastiekje trilt, ontstaan er na enige interactie atomen, moleculen, planeten, sterren en zelfs zwarte gaten. Energie, massa, krachten. Trillingen veroorzaken lichtgolven, radiogolven, geluidsgolven en nog veel meer variaties.

Dat is interessant. Iedereen heeft gehoord van de Big Bang, de oerknal van waaruit al het leven is ontstaan. Hoe bewijs je zo’n oerknal? Eenvoudig, door de ‘echo’ van die knal op te sporen. Dankzij de bijzonder hoge gevoeligheid van de moderne meetapparatuur hebben satellieten in de ruimte die radiogolven ontdekt. Als er een begin is geweest, dijt het heelal dan steeds verder en verder uit? Ook relatief eenvoudig te onderzoeken: je kijkt naar het kleurenspectrum (lichtgolven) van sterren. Licht dat op je afkomt, wordt blauw, en licht dat van je af beweegt, kleurt rood. De kleur van de verre ster verraadt dus zijn beweging.
Wetenschappers hebben op die manier het zichtbare heelal in kaart gebracht en wat blijkt: de sterren bewegen zich voornamelijk van elkaar af, omdat de meeste sterren een rood spectrum hebben. Vergelijk het met een ballon waarop stippen getekend zijn. Als je de ballon opblaast bewegen de stippen zich van elkaar af. Nu vraagt u zich af, waarom moet ik dit weten? Welnu, mijn interesse ligt natuurlijk in het religieuze. Deze wetenschappelijke kennis heeft altijd een relatie met ons geloof in God. Als wij zeggen dat God hemel en aarde geschapen heeft, dan is dat volgens een bepaald idee (theologie) en een bepaalde methode (wetenschap) gegaan. Wie niet in de wetenschap gelooft, is een atheïst.

In de basis zijn wij dus ook trillende wezens. Ons lichaam bestaat voor 97 procent uit hetzelfde materiaal dat in ons melkwegstelsel te vinden is. Wij reageren daarom op alle soorten energiegolven buiten ons lichaam, omdat we dezelfde elementen delen. Wetenschappelijk gezien is de stelling dat we ‘God in het gelaat van de ander zien’, bijzonder accuraat. ‘God is in alles’ klopt ook.
Het universum spreekt tot ons en met ons via letterlijk miljarden en miljarden trillingen en bijbehorende licht-, energie- en geluidsgolven. Het is geen spraak zoals wij dat kennen, maar het is de taal die alles in perfecte harmonie bij elkaar houdt. Het is de taal van de schepping en als je gelovig bent noem je het de taal van de Schepper. Elk mens harmonieert dus op zijn eigen unieke manier met de schepping en heeft een unieke relatie met de ‘oergolven’ daarboven. Ik zou het universum daarom willen vergelijken met een kosmische radio waarop we op onze eigen manier kunnen afstemmen. Het is vervolgens aan ons om te bepalen welke frequentie we oppikken; de islamitische, de christelijke, de boeddhistische. En als je niet van het geloven bent, dan zijn er nog de vele vormen van filosofische, metafysische en wetenschappelijke frequenties om op af te stemmen. Hoe dan ook, je zult verwonderd raken. Die verwondering noem ik graag God. Ondertussen trilt Gods universum gewoon door, en wij trillen mee, ongeacht de labels die wij bedenken. 

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam en te volgen op www.enisodaci.nl.

vrijdag, 07 september 2018 14:00

Creatief

Om naast het studeren ook praktisch bezig te zijn, sloot ik mij aan bij een groep studenten die kunstexposities op de universiteit organiseert. Een logische keuze, ik heb zelf een periode aan de kunstacademie gestudeerd voordat ik op de universiteit begon. Het organiseren van exposities beviel beter dan het maken van kunst. Afgelopen vrijdag was het jaar voorbij: ik richtte ‘mijn’ laatste expositie in. Omvangrijke schilderijen van indringende, kleurrijke portretten.

Om meerdere redenen was deze expositie voor mij speciaal. Het was niet alleen mijn laatste expositie, ook had ik een band met de kunstenares. Ze was een oud-klasgenoot, van mijn tijd aan de academie. Ik kon niet anders dan terugdenken aan vroeger. Dat had ik kunnen zijn, schoot door mijn hoofd, toen mijn klasgenoot de hoek om kwam. De metershoge werken vervoerde ze in een knalrood busje van Bo-rent.

Ik heb geen spijt van het vroegtijdig afbreken van mijn carrière als kunstenaar. De eerste weken op de universiteit herinner ik mij nog goed. Het voelde alsof ik de volwassenwereld in stapte. Want hier aan de universiteit werd ik in mails aangesproken met ‘geachte’, gingen de docenten niet mee naar de kroeg en was er geen vaste klas om je te helpen. Hier moest je dingen zelf doen en dat ging mij goed af. Ik vond snel mijn eigen weg, combineerde het vrije van de kunstwereld met de opdrachten die ik hier kreeg. Aan een van de projecten heb ik mooie herinneringen: in plaats van een film te analyseren, maakte ik zelf een korte film.

In de vier jaar dat ik op de universiteit rondliep, leerde ik hoe je met het minimale werk een maximaal cijfer kunt behalen. Mijn rooster werd zo druk, dat er geen ruimte was voor creatieve en tijdrovende projecten. Als er dus iets is waar ik aan terug moet denken, is het niet mijn verloren kunstenaarschap, maar mijn verloren creativiteit. Want met het behalen van mijn universitair diploma heeft mijn creatieve houding moeten wijken voor efficiëntie en pragmatisme. Tijd om deze weer terug te vinden. Een uitdaging voor als ik binnenkort de échte volwassenwereld betreed.

Jasmijn Olk studeerde Theologie en Religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is stagiaire bij Volzin.

woensdag, 05 september 2018 10:30

Weerzin tegen misbruik is te weinig

Een unicum én dieptepunt in de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk: Theodore McCarrick (88), gewezen aartsbisschop van Washington, heeft afgelopen maand na onthullingen over door hem gepleegd seksueel misbruik, op last van het Vaticaan zijn kardinaalstitel moeten inleveren.
Intussen moet in Australië een andere kardinaal, George Pell, zich binnenkort voor de rechter verantwoorden op beschuldiging van misbruik. Pikante bijzonderheid: Pell bekleedde tot voor kort een toppositie in het Vaticaan en is een van de negen kardinalen die de paus advies geven over de hervorming van het Vaticaanse bestuursapparaat. Pells landgenoot Philip Wilson, aartsbisschop van Adelaide, werd vorige maand door de rechter tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij een priester die misbruik pleegde, de hand boven het hoofd gehouden heeft. Hij heeft onder druk van de publieke opinie en van premier Malcolm Turnbull ontslag genomen als bisschop.

Ruim dertig jaar geleden doken, in de Verenigde Staten, de eerste meldingen van seksueel misbruik door r.-k. priesters op. Wereldwijd zijn intussen rapporten verschenen van onderzoekscommissies – in Nederland was er het rapport van de commissie-Deetman. Tienduizenden blijken binnen de kerk slachtoffer te zijn geworden van misbruik door priesters en religieuzen. Hun levens zijn er blijvend door getekend en niet zelden door verwoest. Wat is de reactie van de kerk?
In reactie op een recent rapport over massaal misbruik in de staat Pennsylvania richtte paus Franciscus zich twee weken geleden met een open brief tot ‘het volk van God’. “Met schaamte en berouw erkennen we dat we als een kerkelijke gemeenschap dat we niet waren wat we moesten zijn, dat we niet tijdig hebben gehandeld en ons bewust waren van de omvang en de ernst van de schade die aan zoveel levens werd toegebracht. We toonden geen zorg voor de kleinen; we lieten ze in de steek”, schrijft Franciscus. En ook: “We beseffen dat deze wonden nooit verdwijnen en dat ze ons dwingen deze gruweldaden te veroordelen en met vereende krachten deze cultuur van de dood te ontwortelen.” Ook tijdens zijn recente pastorale bezoek aan Ierland putte de paus zich uit in spijtbetuigingen.
Maar wie na al deze woorden de aankondiging van concrete maatregelen verwachtte, kwam helaas bedrogen uit. Franciscus laat het in zijn brief bij een spirituele oproep tot vasten en gebed. De brief heeft dan ook een lauwe ontvangst gekregen.

De r.-k. kerk profileert zich onder leiding van paus Franciscus tegenover de wereld als een krachtige pleitbezorger voor sociale gerechtigheid. Aan Franciscus’ weerzin tegen seksueel misbruik hoeft niemand te twijfelen, maar wel aan diens vermogen om ook binnenkerkelijk de daad bij het woord te voegen. Waar het binnen de r.-k. kerk op de eerste plaats aan ontbreekt, zijn heldere en openbare juridische procedures tegen verdachten en hun medeplichtigen. De Amerikaanse bisschop die onlangs voorstelde, om hiervoor een alleen uit leken bestaande instantie in het leven te roepen, heeft zeker een punt. Ook volledige samenwerking van de kerk met de burgerlijke justitie – inclusief een aangifteplicht – is geboden. Maar er is meer: het toelatingsbeleid tot seminaries bijvoorbeeld en de psychosociale en spirituele begeleiding van priesters. Tachtig procent van de slachtoffers zijn (jonge) jongens. Is er een verband met het hoge aantal homoseksuelen onder de priesters – heimelijke homo’s die niet met hun seksualiteit in het reine zijn gekomen? Maar hoe zullen zij ooit daarmee in het reine komen wanneer hun kerk de homoseksuele bestaanswijze niet als een voluit christelijke optie erkent?

“Nee zeggen tegen misbruik, is ook nadrukkelijk nee zeggen tegen alle vormen van klerikalisme”, schrijft Franciscus terecht. Maar zou de strijd tegen het klerikalisme niet ontzettend ermee geholpen zijn wanneer het priesterambt ook openstond voor niet-celibatairen, mannen én vrouwen?
Paus Franciscus ziet de kerk graag als ‘een veldhospitaal’ voor gewonde zielen. In haar zelfbeeld en theologie is de r.-k. kerk daar nog ver van verwijderd. Weerzin tegen misbruik is te weinig. Om werkelijk ‘kerk van Christus’ te worden zijn concrete maatregelen nodig.

Doorzoek de website

 

 

Agenda