FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
maandag, 28 juli 2014 02:00

Doen zoals Jezus deed?

Stel, je zou je leven nog eens over kunnen doen, hoe zou je dat dan aanpakken? Op die vraag heb ik wel een aantal antwoorden paraat. Ik zou zeker een aantal dingen anders doen – misschien was ik wel jurist geworden of  wie weet zelfs burgemeester – maar ik realiseer me meteen de betrekkelijkheid van mijn antwoorden. Want je kunt als mens je leven nu eenmaal niet overdoen. Wat wél kan – en volgens mij eigenlijk ook moet - is: je leven aanvaarden zoals het nu is en op de plaats waar je nu eenmaal gesteld bent, het beste voor jezelf en voor anderen ervan maken. Met vallen en opstaan, dat spreekt vanzelf.

 

Als we nog eens helemaal opnieuw konden beginnen met het christendom, wat zouden we dan uit het verleden meenemen en wat achter ons laten? Ook dat lijkt me een onmogelijke vraag. Toch was dit precies de vraag die afgelopen maanden centraal stond tijdens het project 7keer7. Otto Kamsteeg, Herman Wegter, Reinier Sonneveld en Karel Smouter legden op zes plaatsen in het land deze kwestie voor aan telkens zeven denkers, doeners en kunstenaars, waarna telkens zeventig toehoorders met de sprekers in debat gingen. De vier jonge initiatiefnemers zijn zelf belijdende christenen – met de nodige lijntjes naar EO, ChristenUnie en de evangelische beweging – maar zeker niet eenkennig. Onder de door hen uitgenodigde sprekers waren gelovigen van uiteenlopende snit, maar ook ex-gelovigen en ‘andersgelovigen’. (Hun bijdragen zijn terug te zien op www.7keer7.nl).
Op de zevende avond van 7keer7 presenteerden de initiatiefnemers de resultaten van hun roadtrip naar een toekomstbestendig christendom. Journalist Karel Smouter – ook bekend vanwege zijn activiteiten voor de Vluchtkerk – vatte de resultaten bovendien samen in een artikel op online-krant De Correspondent (nu na te lezen op de site www.debezieling.nl). Onder de titel ‘Zeven richtingwijzers voor een nieuw soort christendom’ geeft hij zeven don’ts en do’s:  1.  Stop met geloven - en dus ook met het verdelen van de mensheid in gelovigen en ongelovigen – maar word liever een leerling; 2. Stop met gastvrijheid, maar durf zelf een gast van anderen te zijn; 3. Stop met de kerk – met alsmaar energie te steken in ‘het instituut’ – , maar zet in op ontmoeting; 4. Stop (als gelovigen en kerk) met marketing, word liever radicaal eerlijk; 5. Stop de show (al die fantastische liturgieën en events als The Passion), maar word eens stil; 6. Stop met de hemel, begin liever hier op aarde (“Geloof is geen ticket naar een hemel ver weg, maar een opleiding voor de hemel hier”); 7. Stop met bluffen, omarm liever onze postmoderne tijd (want niemand heeft de waarheid in pacht).

 

Het artikel van Smouter werd afgelopen weken op de sociale media druk besproken. Zijn pleidooi voor een praktisch, tolerant en onpretentieus christendom  ondervond  veel bijval. Smouter  staat een christendom voor dat gekenmerkt wordt door ‘doen, dienen en delen’.  Die gedachte is ook mij sympathiek. Maar anders dan hij suggereert, geloof ik niet dat we ‘terug kunnen naar het begin’ of dat we ‘eenvoudigweg weer moeten doen zoals Jezus deed’. Dat is een rijkelijk romantische gedachte die voorbijgaat aan het feit dat we ten aanzien van Jezus over bar weinig historische gegevens beschikken. Als gelovige leef ik niet van historische feiten, maar leef ik met verhalen. Die verhalen – evenzovele interpretaties van de figuur van Jezus van Nazareth – zijn niet alleen terug te vinden in het Nieuwe Testament en bij de Vroege Kerk maar evenzeer in de twintig eeuwen christelijke traditie die daarna volgden. Elke tijd en plaats opnieuw hebben christenen hun eigen antwoord gegeven op de vraag die Jezus in het Evangelie aan zijn leerlingen stelt: “Wie zeggen jullie dat ik ben?”.  De grote variëteit aan kerken,  christelijke genootschappen, theologische benaderingen en spirituele vormgevingen bewijst dat een definitief en volledig antwoord op die vraag vooralsnog niet gevonden is. Daarachter terug kunnen we zomaar niet en we zouden dat ook niet moeten willen. Vruchtbaarder is het de verschillen als rijkdom te zien en van elkaar te leren. En vooral: elkaar verhalen te blijven vertellen, over Jezus, over het goddelijke, over onze eigen diepste drijfveren. Ook Volzin is trouwens elke keer weer boordevol gevuld met zulke verhalen.

 

maandag, 26 mei 2014 10:16

Beter christen dankzij Boeddha

Wat is blijvend terwijl alles in transitie is? Deze vraag werpt Ruben van Zwieten op in zijn column (Volzin mei, blz. 15). Zijn antwoord luidt: ‘de joods-christelijke wortels van onze samenleving’. “Je wortels moet je kennen en je wortels moet je onderhouden en zo mogelijk dieper laten groeien”, vindt de jonge predikant Van Zwieten. Terug naar de Bijbel dus. Boeddhist Henk Barendregt denkt daar toch een slagje anders over: “Boeddha zegt: ‘geloof niet wat in de boeken staat, wat leraren zeggen, zelfs niet wat ik je zeg, maar ga af op je ervaring’.” (blz. 39).

Geloven binnen en buiten verband luidt de titel van de recente publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de veranderingen die zich afgelopen decennia hebben voorgedaan in de levensbeschouwelijke opvattingen en kerkelijke betrokkenheid van de Nederlanders. Het rapport bevestigt nog eens wat we eigenlijk al weten: de kerken worden allengs ‘kleiner en fijner’, kerk wordt voor steeds meer mensen ‘iets van opa en oma’. “Voor veel Nederlanders lijken de kerken als een soort openbare nutsbedrijven te fungeren: niet bedoeld om je activiteiten voortdurend op af stemmen, maar om er gebruik van te maken als dat nodig is, bij huwelijk of begrafenis bijvoorbeeld, bij nationale gebeurtenissen of collectieve rouwverwerking.”

Het valt niet te bestrijden: wat de kerken betreft leven we in een tijdperk van ‘de-institutionalisering’. Toch, zo maakt godsdienstsocioloog Joep de Hart, ons duidelijk, is dit maar het halve verhaal. Want teruggang in kerkelijkheid betekent niet automatisch ook een teruggang in religieuze en/of spirituele belangstelling. Dertig procent van de Nederlanders beschouwt zich als kerklid, maar tegelijkertijd blijkt veertig procent van de buitenkerkelijken te geloven “in God of zoiets als een hogere macht”. Niet de kerk of haar leer blijkt de Nederlanders te binden, maar de hang naar ‘zelfspiritualiteit’. “De mening dat je de zin van het leven moet vinden in je unieke ervaring en het ontwikkelen van je eigen vermogens is wijdverbreid. Bijna negen op de tien Nederlanders is het daarmee op zijn minst enigszins, meer dan vier op tien zelfs in hoge mate eens.”

Een belangrijke conclusie van het SCP-rapport is dat ‘religieuzen’ en ‘spirituelen’ in onze samenleving deels dezelfde mensen zijn. Een groot deel van de huidige kerkgangers omschrijft zichzelf als ‘beslist een spiritueel mens’. Dat brengt ons terug bij de dominee en de boeddhist. Mensen die zichzelf als kerkelijk én spiritueel beschouwen – ikzelf reken me ook tot die groep – beleven beider standpunt niet als elkaar uitsluitend, maar eerder als een noodzakelijke aanvulling. Terugkeer naar de Schrift? Ik ben persoonlijk altijd weer verrast door de zeggingskracht van de bijbelse verhalen en visies. Maar je moet de Bijbel natuurlijk wél lezen in het licht van de maatschappelijke en culturele context waarbinnen wij nu leven. Alleen zo komt het bijbelse visioen opnieuw tot leven. Vanuit de Bijbel terug naar de ervaring dus. Maar ook omgekeerd! De ervaring waar de boeddhist zo hartstochtelijk en terecht voor pleit, is altijd ook een geïnterpreteerde ervaring. Wat ik ervaar en voel, ook ‘diep in mijn binnenste’, weet ik pas wanneer ik die ervaring kan verbinden met de ervaring van anderen, met culturele en religieuze tradities. Traditie en ervaring, ze staan altijd in wisselwerking met elkaar. Bijbel en Boeddha, we hebben ze om zo te zeggen allebei nodig. Dit is niet noodzakelijk een pleidooi voor het ‘flexibele geloof’ waarvan Anja Meulenbelt elders in deze Volzin blijk geeft. Maar wel een pleidooi om traditie en ervaring bij elkaar te houden.

Een aantal jaren geleden overhandigde een tuinman in een boeddhistisch heiligdom in India mij met de grootst mogelijke eerbied twee bladeren van een boom waaronder eens de Boeddha gezeten zou hebben. Ik heb ze ingelijst in mijn keuken hangen, samen met de woorden van het Edele Achtvoudige Pad dat Boeddha aan de mensheid nagelaten heeft: ‘leg je toe op het juiste begrip, de juiste motieven, het juiste spreken, het juiste handelen, het juiste werk, de juiste inspanning, de juiste concentratie, de juiste meditatie’. De christen die zich daaraan houdt – nog een hele opgave trouwens – wordt vast een betere christen. Met dank aan Boeddha.

donderdag, 15 mei 2014 10:47

Schrijn

Zijn het niet eigenlijk schrijntjes, die damesportemonnees met fotootjes van dierbaren? Wat doen die oude portretten in de Senaatszaal van de Utrechtse universiteit? Als je daar staat te promoveren, word je dan zenuwachtig van al die illusteren? Of schaar je je blij in een traditie? Daar vlakbij, achter in de Domkerk, is een gedachteniskapel, met een kunstwerk, aangestoken kaarsen en informatie over de bijzondere mens die op dat moment in de aandacht staat. Meer middeleeuwse protestantse kerken hebben zo’n kapel, naar het katholieke voorbeeld van de vroegere eigenaars.

De mensen van wie de nalatenschap in de protestantse kerken wordt ‘gedacht’ vormen doorgaans een bonter gezelschap dan de vererenswaardigen van de katholieke kerken, waar het toch vooral gaat om Maria en andere volbloed heiligen. Leuk is dat het woord ‘kapel’ in het latijn verwijst naar een jas. De beroemde soldatenjas van Sint-Maarten, uitvinder van de mantelzorg, ging in diens verering samenvallen met de plek waar delen van die jas en van Martinus van Tours zelf tot ver na zijn dood werden bewaard. ‘Kapel’ werd zo een aanduiding van een plaats van gedachtenis en gebed zelf.

Nu het woordje ‘schrijn’. Een schrijn is een bewaarplaats, bijvoorbeeld van relikwieën of andere ‘gewijde’ voorwerpen, vaak kunstig in of uit hout gesneden. Schrijnen zijn ‘in’, in religieuze en in seculiere zin. Een paar huizen bij ons vandaan woont een wat ouder hindoestaans stel. Hun huis gunt je in het voorbijgaan een gulle blik op een huisaltaartje. Ik durf het zelden te bestuderen – het heeft een aureool van intimiteit – maar tersluiks ontwaar ik bekende afbeeldingen van Shiwa, Krishna, Ganesh en enkele andere fantasierijk weergegeven goddelijke wezens en emanaties.

Die afbeeldingen hangen overigens ook uitbundig profaan te wezen bij de roti-afhaal enkele huizen verderop en als ik daar iets afhaal word ik altijd overrompeld door dit seculier-religieuze behang. Maar in het huisaltaartje staan ook foto’s van mensen – vrienden? familieleden? – en attributen die niet zo snel thuis te brengen zijn, maar zo op het oog niet religieus, maar zeker dierbaar geladen zijn. Het is een potpourri van beelden, kleuren, geuren – er staan altijd wierookstaafjes – en religie wordt er overtuigend gemengd met menselijke nagedachtenis.

Huisaltaren en schrijnen – als je er oog voor hebt, kom je ze vaker tegen. Op bezoek bij een negentig-plusser zag ik vorig jaar een tafeltje met tientallen, veelal kleine en niet al te professionele fotootjes, soms pasfoto’s, in mooie, vaak zilveren lijstjes. Ik vroeg ernaar – het gesprek had een pastorale sfeer, dus dat kon. De oude vrouw vertelde dat zij zo probeerde alle overleden mensen die voor haar belangrijk waren geweest, te herdenken en in ere te houden. Ik vroeg haar of zij dit tafeltje met rituelen omgaf, of het voor haar ‘bidprentjes’ waren bijvoorbeeld.

Nee, zei zij met het aplomb van de steile protestant, maar deze zo private ‘schrijn’ gaf haar te denken. Een mooie uitleg vond ik dat. Ik vroeg haar of bij zo veel verlies vooral weemoed en verdriet bij haar de boventoon voerden. Zij zei: ‘Nee, dankbaarheid.’ Twee weken later overleed ze. Ik hoop dat een fotootje van haar ergens op een tafeltje staat. En dat mag dan best met een wolkje wierook zijn naast een afbeelding van Ganesh met zijn olifantenkop of de veerman Charon. Want gedachtenis is niet eenkennig.

Pagina 10 van 10

Doorzoek de website

 

 

Agenda