FacebookTwitterLinkedIn
Columns
dinsdag, 23 september 2014 15:12

Economie is een kwestie van kiezen

“De economische dimensie van onze samenleving is er, opdat de goederen die de samenleving nodig heeft geproduceerd en gedistribueerd worden. Het economisch systeem is dus een systeem dat de mens moet dienen, niet andersom. Als waardevolle zaken, waar mensen aan groeien en meer mens van worden, aan de economie geofferd worden, moet daar protest tegen worden aangetekend.” Aldus de Groningse bisschop Gerard de Korte in de twee weken geleden verschenen notitie Hebben wij iets met elkaar? De Korte, die binnen de r.-k. bisschoppenconferentie de portefeuille ‘kerk en samenleving’ behartigt, ontvouwt in deze notitie ‘gedachten over samenhang en isolement in onze samenleving’. “Nadruk op participatie mag (…) geen motief zijn voor bezuinigingen op uitkeringen. Wij benadrukken het belang van sociale cohesie en solidariteit van mensen in de samenleving”, schrijft de bisschop.

De Korte komt tot zijn standpunt op basis van de katholieke sociale leer, maar ook wie deze visie op de maatschappij niet deelt, kan het met hem eens zijn. De humanistische sociologe Evelien Tonkens bijvoorbeeld. Zij betoogt dat het door het kabinet-Rutte gepropageerde ideaal van de participatiemaatschappij juist vraagt om een activerende en niet om een terugtrekkende overheid. Ook het maatschappelijke ideaal van het onafhankelijke individu kan op haar kritische bejegening rekenen: “Het idee is dat je onafhankelijk zou moeten zijn, dus schamen mensen zich voor hun afhankelijkheid. (...) We zijn allemaal afhankelijk van alles en nog wat.” Bisschop De Korte zal dat helemaal met haar eens zijn. Ook de katholieke visie benadrukt immers het verband tussen de individuele persoon, de gemeenschappen waarvan deze deel uitmaakt (‘het middenveld’) en de overheid.

Wat denkers als De Korte en Tonkens ons duidelijk maken, is dat samenleven – en dus ook politiek en economie – gebaseerd is op waarden. Het ergste wat men van onze politici of economen zou kunnen zeggen is dat ‘ze weliswaar van alles de prijs kennen, maar van niets de waarde’. Toch is dit vaak het beeld dat in de media oprijst. Men discussieert tot achter de komma, maar vergeet de concrete mensen om wie het in beleid en economie toch moet gaan. Medemensen worden gereduceerd tot dossiers en nummers.
Economie is geen natuurwetenschap of wiskunde, zo maakt Eelke de Jong, zelf econoom, duidelijk in het essay dat deel uitmaakt van de special in deze aflevering van Volzin. De special laat mensen aan het woord die duidelijk maken dat economie een kwestie van waarden is, en dus ook een kwestie van kiezen. Dat deze pleitbezorgers van een nieuwe, menselijke economie behoren tot de jongere generatie, mag zonder meer hoopvol heten. Dat dergelijke geluiden zowel opklinken vanuit gevestigde instituties (De Nederlandsche Bank) als vanuit de alternatieve hoek van de ‘deeleconomie’, is evenzeer opmerkelijk en verheugend.

De special geeft mij de gedachte in dat we voor een duurzame samenleving waarschijnlijk meer te verwachten hebben van de jonge garde in de economische en financiële sector dan van menig politicus. Dat is natuurlijk een gevaarlijke gedachte. Ze zou ons namelijk ertoe kunnen verleiden de politiek, en daarmee ook de democratie, af te schrijven. Of ze verleidt tot naïeve protesten die even romantisch als politiek ineffectief zijn. De Occupy-beweging, drie jaar geleden op haar hoogtepunt, is even snel verdampt als ze was opgekomen. Dat mag allen die uitzien naar een meer rechtvaardige samenleving, te denken geven. ‘Kleine alternatieven’ dragen meer bij dan alomvattende ‘systeemkritiek’. De reportage in de special over de beweging Sant’Egidio laat zien dat we onszelf daarbij niet buiten schot kunnen houden. En Damaris Matthijsen zegt: “Je kunt niet gaan janken als je naar het Journaal lijkt en tegelijkertijd niets doen door die [= foute, JvH] producten te kopen.” Werk aan de winkel dus, voor mij en voor u.

PS Graag uw aandacht voor twee bijzondere aanbiedingen: de conferentie, 7 november, van Oikos, Samenleven in de ‘superkerk’ en het bijbels leerhuis, 19 oktober, van De Nieuwe Liefde, dat gratis toegankelijk is voor abonnees van Volzin.

dinsdag, 23 september 2014 13:40

Is er dan geen smid in 't land?

In een rooms-katholiek kinderbijbeltje uit 1928 wacht Jozef, de man van Maria en ‘stiefvader’ van Jezus, op zijn dood. De schrijver houdt het simpel. “Er was niets, waarover hij verdriet had. Er was niets, waarom hij bang was. Het enige, wat hem een beetje speet, was, dat de hemel nog niet open was. Jesus was nog niet gestorven, dus de hemel was nog dicht, en hij zou naar het voorgeborchte gaan. En daar waren Maria en Jesus niet! Dat was jammer. Maar het was God’s wil, dus was het goed.”

Dat voorgeborchte werd ooit bedacht om al diegenen die vóór Jezus leefden of nooit van hem hadden kunnen horen en het er toch aardig van hadden afgebracht een prettige plek te bezorgen na hun dood, al was het niet de hemel zelf. Die zat toen namelijk nog op slot en ging pas open toen Jezus stierf. Nog bij zijn leven, schrijft de evangelist Matteüs (16, 19), gaf Jezus de sleutels van het koninkrijk der hemelen aan zijn leerling Petrus. Hij werd de eerste bisschop van Rome en dé sleutelfiguur van de christelijke traditie. Die heeft van hem een bebaarde man gemaakt met sleutels in zijn hand – ook een sleutel heeft een baard – die aan de hemelpoort staat en de gestorvenen wel of niet toelaat in de hemel. Slechts bij twijfel raadpleegt hij zijn superieuren. In een oude blues vraagt een wanhopige mijnwerker Petrus om respijt. Omdat hij van zijn karige loon alleen bij de dure mijnwinkel zijn levensmiddelen mag kopen, werkt hij zich alleen maar dieper in de schulden. Hij zingt: ‘Saint-Peter, don’t you call me ‘cos I can’t go – I owe my soul to the company’s store.’

Een sleutel biedt toegang, opent, ontsluit wat gesloten is. Prins Carnaval krijgt voor enkele dagen de sleutels van de stad. Hij is even de baas. Een huwelijk wordt ‘gesloten’. Daar mag niets of niemand meer tussenkomen. Ook verdragen en contracten worden gesloten. Een bericht wordt versleuteld, gecodeerd zodat vreemde ogen er geen wijs uit kunnen worden. Voor de decodering is een sleutel nodig. Een kuisheidsgordel zette – hardnekkig fabeltje – in de Middeleeuwen een vrouw op slot. De heer des huizes nam de sleutel mee de oorlog in, zodat de vrouw zich niet kon aanbieden aan anderen c.q. zich veilig mocht voelen tegenover die anderen. Stierf de ridder en verloor hij de sleutel, dan had de vrouw pech zonder slijptol.

Muziek wordt genoteerd in een sleutel, in een key. Muzikale alleskunner Stevie Wonder gaf zijn beroemdste album de memorabele titel mee: Songs in the key of life.Liefdesliedjes smeken om een key to your heart. Maar is het hart eenmaal veroverd, dan gaat de relatie op slot. Tegenwoordig ook letterlijk. Op menige Europese brug of hek brengen geliefden hangslotjes aan, doen die op slot en gooien de sleutel weg. Zo is er in Parijs een brug over de Seine met duizenden van die slotjes. Een fraai gezicht: al die vastgeklonken liefdes, al die gesloten verbindingen zonder sleutel. De gemeente vindt het minder leuk.

Als jongetje, wellicht luisterend naar de Leidse Sleuteltjes, had ik een oud bijbeltje in mijn handen dat in ons huis in de boekenkast stond. Het was klein, had zilverbeslag en het zat op slot. Er was geen sleuteltje van. Alsof het een allergeheimst dagboek was, zo tartte dit boekje degene die het waagde het te openen en zich zo toegang te verschaffen tot de naar verluidt verlossende woorden. Is er dan geen smid in ’t land?

woensdag, 27 augustus 2014 16:02

'Brandende kinderen kijken ons aan'

Het neerstorten van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne heeft Nederland in diepe rouw gestort. Sinds de Tweede Wereldoorlog verloren niet eerder in één fatale klap zoveel landgenoten het leven. Dat het onderzoek naar de ramp ooit tot definitieve conclusies zal leiden, moet helaas betwijfeld worden. Dat het vliegtuig neerstortte ten gevolge van een raketaanval door pro-Russische separatisten, lijkt echter wel vast te staan. Ten overstaan van de slachtoffers past ons, overlevenden, stilte en luisteren, schrijft Ruben van Zwieten in deze aflevering van Volzin (nr 8, blz. 23). Indachtig de titel van zijn rubriek – Met bijbelse ogen – voegt hij daaraan toe: “Laten wij tot slot één ding goed onthouden: niet 196 Nederlanders zijn ons ontvallen, maar 298 medemensen.”

Terwijl Nederland treurde over het verlies van zoveel onschuldige mensenlevens, verloren in brandhaarden elders ter wereld duizenden mensen hun huis, goed en leven. Terreurbeweging ISIS riep in door haar veroverde gebieden in Syrië en Irak een islamitisch kalifaat uit. Dat gaat gepaard met ongekende wreedheid: onthoofding, verkrachting, moord, verdrijving van huis en haard en het opblazen van eeuwenoude heilige plaatsen van andersgelovigen. Slachtoffer zijn niet alleen religieuze minderheden zoals christenen en yezidi’s maar ook sjiitische moslims, de erfvijanden van de extremistisch-soennitische ISIS. In feite zijn dus niet alleen ‘minderheden’ slachtoffer maar is de hele bevolking dat, uitgezonderd de criminelen die zich achter kalief Ibrahim en de zijnen scharen. Een extremistische minderheid terroriseert de meerderheid.
Terreurorganisatie ISIS rechtvaardigt haar misdaden met een beroep op de islam. Is daarmee de conclusie gerechtvaardigd dat ‘de islam’ hier weer eens haar inherent gewelddadige karakter – ‘het ware karakter van de islam’ – openbaart? Politici en ‘deskundigen’ met een islamofobische agenda, willen ons dat doen geloven. Zij veronachtzamen daarbij het feit dat het juist ook moslims zelf zijn die het eerste doelwit zijn van deze terreur. Zij gaan ook voorbij aan het feit dat de overgrote meerderheid van de moslims ISIS verafschuwt. Hoeveel vrome gedachten de aanvoerders van het kalifaat er ook op na mogen houden, hun belangrijkste misvatting is toch dat zij een rein-utopisch project najagen. In hun visie is letterlijk alles geoorloofd, ja zelfs geboden, om de vermeende islamitische heilstaat te vestigen. Evenals Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn zij aanhangers van een totalitaire politiek waarin tegenover tegenstanders morele overwegingen niet tellen. Het trieste feit is dat beschaafde en democratische krachten van buiten tegenover een terreurorganisatie als ISIS vrijwel machteloos staan. De oplossing kan alleen van binnenuit komen. In Syrië blijken Assad en Obama nu ineens in hetzelfde schuitje te zitten. Wat Irak betreft heeft het Westen terecht druk uitgeoefend om de incompetente premier Al-Maliki te vervangen door een politicus die wél bereid is om de rol van verzoener tussen de verschillende bevolkingsgroepen op zich te nemen.

In Irak en Syrië staat het Westen vrijwel machteloos. Anders is dat in de oorlog die Israël momenteel voert tegen Hamas in Gaza. Israël doet het voorkomen dat het hier gaat om een vorm van zelfverdediging. Nog geen 100 Israëliërs zijn in de jongste Gaza-oorlog gesneuveld, voornamelijk militairen. Ten gevolge van de aanhoudende bombardementen zijn meer dan 2.000 Gazanen omgekomen, voor twee derde burgers, voor een kwart kinderen. Ook ziekenhuizen en scholen van de Verenigde Naties zijn het doelwit van de bombardementen door Israël. Maar al voor de oorlog was de situatie voor de Gazanen uitzichtloos: 1,8 miljoen inwoners leven op een gebied zo groot als Texel in een door Israël gecreëerde openluchtgevangenis. De ‘brandende kinderen’ van Gaza kijken ons aan, schreef eind juli de Palestijnse bevrijdingstheoloog Naim Ateek. “Niets kan, moreel noch wettelijk, het lukraak doden van een opgesloten burgerbevolking legitimeren.” Meer dan tweeduizend medemensen zijn ons in deze oorlog ontvallen. Een ten hemel schreiend feit. Wordt het niet de hoogste tijd om ook eens werkelijk naar déze slachtoffers te luisteren en daaraan politieke en economische maatregelen tegen premier Netanjahoe en de zijnen te verbinden? .

Pagina 10 van 10

Doorzoek de website

 

 

Agenda