FacebookTwitterLinkedIn
Columns
dinsdag, 12 mei 2015 09:45

Faraodag

Ik was niet in Nederland toen het Koningslied uitkwam. De eerste keer dat ik het hoorde was pas weken later, toen een overenthousiast duo het met overdreven uithalen aan mij voordroeg. De W van Willem. Het was verschrikkelijk. En ik realiseerde me met een brok in m’n keel hoe jammer ik het vond dat ik alle gekte rondom de troonswisseling gemist had.
Vorige maand kroonde Arjen Lubach zichzelf in zijn show tot Farao der Nederlanden en lanceerde een burgerinitiatief om hiervoor officiële erkenning te krijgen. In dat initiatief pleit hij onder meer voor het invoeren van zijn verjaardag als nationale feestdag en het neerleggen van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de farao bij Sven Kockelmann.

De actie deed me denken aan de satirische brief van Bobby Henderson aan de staat Kansas in 2005. De staat had zojuist besloten dat scholen voortaan ook intelligent design moesten onderwijzen en Henderson pleitte in zijn brief voor het toevoegen van het Vliegend Spaghettimonster aan het lesprogramma. In de semiwetenschappelijke stijl van de creationisten beschrijft hij hoe de wereldwijde afname in piraten samenhangt met een toename in natuurrampen en hoe het opperwezen wetenschappelijke resultaten beïnvloedt om niet ontdekt te worden. Wie de brief nooit heeft gelezen raad ik ‘m zeker aan, hij is hilarisch.
Farao Lubach en pastapastoor Henderson houden de samenleving een spiegel voor. Ze nemen een vanzelfsprekend gebruik/idee, vervangen de essentiële onderdelen door iets belachelijks, en zetten de werkelijkheid zo in een nieuw perspectief.
De kracht en tegelijkertijd beperking van deze spiegels is dat ze een complex fenomeen reduceren tot de logica ervan. En omdat religie en het koningshuis niet logisch zijn, worden ze vervolgens al snel in hun geheel afgedaan als onzin. Dat is jammer, want zin heeft helemaal niet zoveel te maken met logica. Oud en Nieuw wordt ook niet meteen minder waard omdat onze kalender ‘maar’ een romeins verzinsel is.
In de oorlog waren de toespraken van de majesteit een baken van hoop, vandaag zijn ze een reden om met uitgeveegde schmink op onze wangen en bier in onze magen door Utrecht te slenteren en ons diep van binnen een heel klein beetje trots Nederlander te voelen. Daar is weinig rationeels aan, maar ik zou het voor geen faraodag willen missen.

Jeroen Fierens (25) studeert humanistiek en schrijft op www.eenpadvinder.nl

Wat is de toekomst van de interreligieuze dialoog? Ik nam deel aan een symposium, georganiseerd door een samenwerkingsverband van christenen en joden, waarin deze vraag werd behandeld. Het is een helse vraag, want definities, beelden en ervaringen tuimelen over elkaar heen als je hem probeert te beantwoorden. Toch is de vraag relevant, want religie is meer dan ooit onderwerp van gesprek. Ontkerkelijking? Individualisering? Zeker. Maar al gaat er niemand meer naar de kerk, synagoge of moskee, de mens is en blijft een inherent spiritueel wezen. We zullen geïntrigeerd blijven door de vraag wat onze relatie is met het onzichtbare, of de vraag wat onze plek is in de kosmos. De media hebben het ook nog eens voortdurend over religie, zij het dan vooral over rituele excessen. In de ochtend een debat over de paus, in de middag een panelgesprek over IS en in de avond diverse praatprogramma’s over, ik doe een greep, kindermisbruik, besnijdenis, en jihad in de straat. God is hot. Dag in, dag uit.
Ik mocht tijdens het symposium een workshop leiden. Vooraf werd ik kort geïnterviewd door iemand van de Joodse Omroep. Of ik de lunch wel halal genoeg vond? Wat ik van Saoedi-Arabië vond, waar niet-moslims de toegang tot Mekka wordt geweigerd? Wat ik van Charlie Hebdo vond en het islamitische probleem met de vrijheid van meningsuiting? Waarom er zo weinig dialooggezinde moslims aanwezig waren in de zaal? Je kunt geïrriteerd raken en de vragensteller met evenzovele misstanden uit zijn eigen traditie om de oren slaan, maar is dat handig? Nee. Ook al zijn de vragen een beetje dom en suggestief, ze moeten altijd gesteld kunnen worden.
De meeste deelnemers aan mijn workshop waren dialoogprofessionals. Goed getraind in het herkennen en benoemen van religieuze overeenkomsten, verschillen, en alle bijbehorende communicatievalkuilen. Een getrainde dialoog is geen dialoog. Dat Abraham stamvader is van de drie wereldgodsdiensten weten we nu wel, nietwaar? Ramadan, Kerstmis, Jom Kipoer, idem dito. Misschien moeten we daarom eens afstappen van de puur theologische dialoog en er meer een maatschappelijke dialoog van maken.
Hoe bereiken we het gezin in de huiskamer? Jongeren? De man of vrouw die maar één werkelijkheid kent, namelijk de mediawerkelijkheid? En de sociale media? Op Twitter en Facebook gaan alle remmen los. Tijdens de recente bombardementen op Gaza werden de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen meer dan ooit op scherp gezet. De meest verschrikkelijke beelden gingen vergezeld met de meest verschrikkelijke verwensingen. De voortdurende wandaden van IS jegens minderheden leiden tot een evenzo fel debat, wederom vergezeld met verschrikkelijke beelden en verwensingen. De reikwijdte van media, oud en nieuw, is enorm. Daar valt eenvoudigweg niet tegenop te dialogiseren, zo lijkt het.
Wat is dan de toekomst van de interreligieuze dialoog? Mijn antwoord is simpel: bestuurders, politici, dialoogprofessionals en mediafiguren moeten opnieuw leren om een gesprek te voeren. Ook u en ik, als individu, moeten opnieuw leren hoe we een normaal gesprek voeren. Een goed gesprek gaat zelden over bijbelse en koranische dogmatiek, maar gaat meestal over ons welzijn. Over onze angsten en dromen, onze talenten, onze kinderen. Iedereen kan hierover meespreken en zichzelf in de ander herkennen, ongeacht opleiding, functie, klederdracht, haargroei of heilig boek.
Raak elkaar weer aan. Van hart tot hart. Deel elkaars verhalen, proef elkaars tranen en wees een troost voor anderen. Zet je humor en zachtmoedigheid in voor andermans welzijn. De politiek is niet ons referentiepunt, wij zijn haar referentiepunt. De media vertellen ons niets over de ander, zij verkopen ons een beeld van de ander. Religieuze mensen zijn geen wandelende korans of bijbels, maar wandelende vaders en moeders, dochters en zonen. Ooms, tantes, neven en nichten. Dromers en reizigers in het leven. Is het echt zo simpel? Jawel, het is zo simpel.

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam. Volg hem op Twitter: @Humanislam

woensdag, 22 april 2015 09:33

Nederland viert zijn Goede Week

Drie weken terug, op de avond van Goede Vrijdag, fietste ik door mijn woonplaats. Gewoontegetrouw hadden we eerder die avond van Goede Vrijdag met onze kleine basisgroep het lijdensverhaal overwogen en bloemen neergelegd bij het kruis, teken van ultieme verguizing, opoffering en verlossing. Onderweg naar huis stelde ik vast dat niets in het straatbeeld verwees naar het bijzondere karakter van deze dag. In mijn herinnering was het vroeger op de middag en avond van Goede Vrijdag stil in de stad. Nu zag ik alle horecazaken die ik passeerde, vol zitten met vrolijk drinkende en etende mensen. Gelukkig ontbraken dit jaar de schreeuwerige billboards waarop een plaatselijke megadiscotheek onder het motto It’s Good Friday het danslustige publiek uitnodigde om op de avond van Goede Vrijdag weer eens goed los te gaan. (Die discotheek is inmiddels niet meer. Dus toch gerechtigheid).

Christenen spreken over de week voor Pasen als Stille of Goede Week. Als Nederlanders kennen we een eigen seculiere variant daarvan. Het staatshoofd gaat gedurende deze week als opperpriester der natie zijn volk voor in rituelen die uitdrukking en bekrachtiging zijn van onze nationale identiteit. Koningsdag, de Dodenherdenking op 4 mei en de bevrijdingsfestivals op 5 mei brengen massaal volk op de been. Dorpen en steden gaan in oranje gehuld, de nationale driekleur wappert alom en zo waar, wat op Goede Vrijdag niet lukt, lukt wel op 4 mei: gedurende twee minuten is Nederland gehuld in een plechtige stilte.
Oranje en de Tweede Wereldoorlog vormen de twee bindende elementen in de seculiere Goede Week. Met Oranje zit het vooralsnog wel snor, de Tweede Wereldoorlog vormt een moeilijker gegeven. Journalist Tom van Moll schrijft daarover in een lezenswaardig artikel in deze aflevering van Volzin. “Zeventig jaar na de bevrijding zijn er steeds minder mensen die hun persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog kunnen navertellen. Tegelijkertijd valt de geschiedenis van steeds meer nieuwe Nederlanders niet langer samen met het ‘nationale’ verleden. Dat betekent dat ook de jaarlijkse herdenking en viering op 4 en 5 mei, geleidelijk maar onherroepelijk van karakter veranderen.

De Bijbel spreekt over christenen als ‘vreemdelingen en bijwoners’ op aarde, mensen die uitzien naar ‘een ander vaderland dan dit’. Daaruit spreekt een voorbehoud tegenover zoiets als een ‘nationale identiteit’. Als gelovige kan ik me daar maar moeilijk geheel mee vereenzelvigen. Bovendien, ik stam uit Brabant, ben opgegroeid in een dorp aan de grens waar Vlaanderen vaak dichterbij leek dan Nederland en maak deel uit van een bevolkingsgroep die eeuwenlang de status van tweederangsburgers had, omdat zij eerder loyaal heette te zijn aan de Paus in Rome dan aan de wetten van de protestantse natie. Neem me niet kwalijk dat ik dus ook op grond van mijn biografie wat aarzelend sta tegenover de uitbundige viering van mijn Nederlanderschap. Maar er is meer. Rituelen zeggen niet alleen wie er bij een groep hoort, ze zeggen ook wie daar niet bij horen. De nationale rituelen lopen het gevaar voeding te geven aan nationale arrogantie en opdeborstklopperij. We vieren de overwinning op nazi-Duitsland – terecht natuurlijk – maar we vieren niet het feit dat Duitsland zich in de zeventig jaren die achter ons liggen, ontwikkeld heeft tot een vreedzame en democratische samenleving. We vieren Nederland, maar niet de Europese Unie, het belangrijkste vredesproject van onze naoorlogse geschiedenis. We herdenken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, onze joodse landgenoten op de eerste plaats – wederom: zeer terecht – maar sluiten de ogen voor de slachtoffers die Nederland meteen na de Tweede Wereldoorlog maakte in de koloniale oorlog tegen de republiek Indonesië. We vieren uitbundig de overwinning van de democratie op de dictatuur, maar zwijgen over de schande dat tijdens de laatste verkiezingen slechts de helft van de kiezers gebruikmaakte van zijn democratische rechten.
 
Hoe het verder moet met de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, zo vraagt het Nationaal Comité 4 en 5 mei zich af. Het antwoord weet ik niet, maar 5 mei als Dag van de Democratie zou geen gek idee zijn. Waarbij Democratie dan ook staat voor Diversiteit. Want we zijn niet alleen oranje, rood-wit-en-blauw maar vooral ook veelkleurig.

Doorzoek de website

 

 

Agenda