FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
dinsdag, 21 april 2015 12:05

Maria Sterre der Zee

Hij grijnst je vanuit alle schappen van de kiosk aan, het nieuwe gelikte Sanomatoetje Jezus!. Een braaf, weeïg, all white geheel: zie de mens. Het baardwatje op de cover is nog zijiger dan de Jezus uit de film Jesus Christ Superstar. Een paar jaar geleden kreeg zijn moeder Maria al haar eigen glossy. Ook daar dampte de fondantgeur uit op. Maria was een lieverdje, als je de teksten mocht geloven, een hartsvriendin. Het hele blad stond vol met hartjes.
Steile protestanten en klei-agnosten kunnen daar maar moeilijk bij, bij al deze zachtheid, maar als je er iets van wilt begrijpen moet je naar Maastricht. Op de resten van een Romeins castellum is daar 1600 jaar geleden een kerk gebouwd, nu de basiliek van Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming geheten. De bouw van de huidige kerk ging ongeveer 900 jaar geleden van start. Bij deze kerk, in de aanpalende kapel, woont Maria Sterre der Zee. En zij voelt zich er thuis, al is er in de verre omtrek geen zee te bekennen. Daar – in de door Pierre Cuypers heringerichte kapel – staat ze met prachtige mantel en kroon, met het eveneens gekroonde kindje Jezus op haar arm. Ze kijkt liefdevol naar haar zoon, maar schuins ook naar de honderden bezoekers die haar hier dagelijks komen groeten. Het vijftiende-eeuwse beeld stond eerder bij de franciscanen, maar sinds 1904 staat het hier. Vorig jaar kreeg Maria een nieuwe mantel.
Ik ga er altijd langs als ik in Maastricht ben en brand als het even kan een kaarsje. Voor iets of iemand, niet meer, maar ook niet minder. Onze Lieve Vrouwe: die naam draagt Maria hier niet voor niets. Ze is een vrouw, natuurlijk, maar ze is zeker ook lief en ze is van ons, vinden de Maastrichtenaren. Ik heb mensen geïnterviewd die even in de kapel gingen zitten. Wat me in het bijzonder opviel was de gemeenzame toon waarop mensen over Maria praatten. Een vrouw, die vlakbij op een kantoor werkte, zei dat ze hier altijd tussen de middag kwam zitten, ‘om mijn vriendin te groeten’. Want Maria wil gegroet wezen en bij je zijn. Een nogal dominante man, strak in het pak, parkeerde zijn auto alle regelgeving overtredend zo’n beetje voor de ingang van de kapel en ging er even zitten zwijgen. Ik vroeg hem daarna waarom hij dat deed. Hij was eerst bang dat ik een stille was, maar zei toen dat hij voor een lastige zakelijke beslissing stond en even goede raad wilde. Ik vroeg hem – dom, dom, dom – of hij die ook gekregen had. Hij keek me niet begrijpend aan. Een wat oudere vrouw wilde wel wat langer praten. Bij de koffie op het terras bij de kapel vertelde ze zomaar, aan een wildvreemde, in grote lijnen haar levensgeschiedenis en dat ze op beslissende momenten in de Slevrouwe van de Sterre der Zee een duwtje in de goede richting had gekregen. Verder kwam ze nooit in de kerk, want die had haar lelijk laten zitten. Slevrouwe – zo noemen ze de basiliek van Maria in Maastricht liefkozend. Twee keer per jaar wordt het beeld van Maria en haar kind rondgedragen in een processie. Ook Slevrouwe kreeg vorig jaar, na de restauratie van de basiliek, een eigen glossy!
Het is een oase, deze kapel met haar voorname bewoonster, en het weeïge gevoel dat ik bij het lezen van haar glossy had, heb ik hier totaal niet tussen de kaarsen en al die mensen die Maria komen groeten. Geen glossy kan deze lieve schat kerkeren. En met Pasen zal ook haar zoon zich uit zijn glossy bevrijden.

Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige plaatsen' in Nederland.

dinsdag, 07 april 2015 10:00

Televisie

Sinds Idols niet meer op tv is, reken ik mijzelf tot de groep mensen die ‘niet aan televisie doet’ en dit tevens als een cultureel verantwoorde en zelfs moreel superieure keuze ziet. Tot ruim een jaar geleden, toen ik mijn huidige huisgenoten leerde kennen. Mopperend en tegenstribbelend heb ik de afgelopen maanden vrijwel alle afleveringen van Expeditie Robinson, Wie is de mol? en Boer zoekt vrouw gezien. Daarnaast heb ik eveneens volledig onvrijwillig een paar avonden dubbel gelegen om springende poolvossen bij EO’s Life Story en Aziaten die proberen varkensvlees Australië in te smokkelen omdat ze geloven dat je dat daar niet kunt krijgen. Ergens fluistert nog steeds dat stemmetje iets over oppervlakkigheid en brainwashing, maar die kan niet voorkomen dat ik een paar keer per week onderuitgezakt voor de buis hang.
En waarom eigenlijk ook niet? Zaten de jager-verzamelaars niet ook 's avonds met z'n allen om het kampvuur te luisteren naar de wildste verhalen over angstaanjagende monsters en heldhaftige vangsten? Dromde men in de Middeleeuwen niet samen om de reizende handelaar met zijn verhalen over verre landen en vreemde volken? Wat is de tv anders dan een geavanceerde verteller? Met z’n allen zitten we om hem heen om de verhalen aan te horen. We lachen, verbazen ons, leveren luidkeels commentaar en pakken er nog een biertje bij.
Het hoogtepunt van deze vertelkunst is voor mij Boer zoekt vrouw. Ik probeerde origineel te zijn en het er niet over te hebben, maar helaas, mislukt. Terwijl Wie is de mol? trots 3,4 miljoen kijkers bereikte tijdens de finale, keek ik in dezelfde week samen met 4,3 miljoen Nederlanders glimlachend toe hoe boer Geert als een verliefde tiener besloot dat hij Hetty nu de liefde moest verklaren en kromden wij gezamenlijk onze tenen bij Bertie’s ongemakkelijke gesprekken.
Het is niet cultureel verantwoord en dat is nu precies de kracht ervan: Boer zoekt vrouw is het verhaal van gewone mensen die op zoek zijn naar liefde. Geen gelikte auteurs en vloeiende dialogen, maar ongeëmancipeerde boeren en door katten geobsedeerde meisjes die niet langer alleen willen zijn. Dat is breekbaar, dat is makkelijk belachelijk te maken, dat is onwennig en grappig. Dat is een verhaal waar zelfs de grootste cultuurconnaisseur zichzelf stiekem in herkent.

dinsdag, 31 maart 2015 15:08

U mag het maar één keer zeggen

Mijn galblaas werd in de zomer van 2014 verwijderd. Tegenwoordig een relatief simpele ingreep, maar ik moest voor de zekerheid een nachtje logeren in het ziekenhuis. In het bed naast die van mij lag een bijzonder oude man. Hij had ouderdomsvlekken over zijn hele gezicht, hals en armen. Zijn haar was wit en zijn ademhaling schuurde. Ik schatte hem ver in de tachtig, zo niet ouder. Hij observeerde mij aandachtig terwijl ik mijn spullen uitpakte.
“En? Heeft u er zin in?” grapte hij.
“Jazeker,” zei ik, “ik laat me straks graag in de watten leggen door de zusters!”
Hij heette Binjamin en het spreken kostte hem duidelijk moeite. Ik vond dat hij bijzonder droevige ogen had. Ogen, die waarschijnlijk te veel ellende hebben gezien tijdens het leven. We raakten aan de praat.
“Bent u geopereerd?” vroeg ik.
“Nee, alleen een klein kwaaltje. Ach, dat hoort er op mijn leeftijd gewoon bij,” zei hij rustig.
Ik klom met mijn ziekenhuisoverall op bed en vroeg geïntrigeerd naar waar zijn wieg gestaan heeft.
Binjamin uit Almelo verloor op twaalfjarige leeftijd, als enig kind, zijn ouders. Daarna is hij bij veel mensen thuis geweest, met wisselend succes. Hij overleefde de oorlog. Als volwassene vloog hij de hele wereld over, maar uiteindelijk landde hij toch weer in zijn geboortestreek. Binjamin trouwde niet en nam ook geen kinderen. Kinderen zouden hem alleen maar opzadelen met gevoelens van zorg, angst en pijn. Na het vroege verlies van zijn ouders had hij nog maar één wens: met hen herenigd worden. Binjamin verlangde vurig naar de schaterlach van zijn vader en naar de heerlijke geur van zijn moeder. Echte vrienden had hij niet meer.
“Ik heb iedereen in ouderdom verslagen,” merkte hij droogjes op. “Uiteindelijk heb ik in mijn leven nooit echt iemand liefgehad. Mijn moeder zei namelijk dat ik maar één keer in mijn leven ‘ik houd van je’ tegen iemand mocht zeggen. Dat moest een heel speciaal persoon zijn. Na haar dood bewaarde ik die woorden voor mijn ouders alleen. Maar ze drukken inmiddels hevig op mijn borst, begrijpt u?”
Ik knikte. Ik vertelde dat mijn vader op 56-jarige leeftijd overleed en dat er geen enkele dag voorbij gaat zonder dat ik hem wil vertellen hoezeer ik hem mis.
“Maar u heeft troost gevonden in uw geloof.” Binjamin zweeg even om te zien of zijn aanname dat ik moslim was klopte. Ik glimlachte.
“Ja. Op de een of andere manier was de Koran een troost. Opeens kregen woorden een andere betekenis. Ik kan het niet verklaren.” Binjamin keek naar het plafond. Ik nam aan dat hij ook gelovig was. Op dat moment kwamen twee zusters binnen. Operatietijd.
Toen ik mijn ogen een paar uur later weer opende was Binjamin weg. Op het kastje naast mijn bed lagen een beker water, twee pilletjes en een gevouwen briefje. Van Binjamin. Mijn mond was kurkdroog en mijn buik deed pijn. Ik drukte op het rode knopje. De zuster legde de pilletjes op mijn tong en ik nam met onvaste handen een paar slokken water. Ze vertelde dat mijn operatie goed was verlopen en dat ik morgenochtend alweer naar huis mocht. Ik vroeg haar naar Binjamin.
“O, die zit weer thuis. Hij is hersteld van zijn longontsteking, maar hij zal niet lang meer leven,” zei ze, zonder enige emotie.
“Is hij terminaal ziek?”
“Hij heeft gekozen voor euthanasie. Tja, hoort bij het leven, toch?” Toen de zuster eindelijk weg was, las ik geconcentreerd de brief van Binjamin. Deze passage liet mij niet los.

“Ik heb in mijn leven altijd één zekerheid gehad: dat er na dit leven een volgend leven is. Maar ik weet het niet meer zeker. Ik weet ook niet meer zeker of ik mijn ouders zal zien. Hopelijk denkt u aan mij in uw gebeden. Ik dank u met hart en ziel.”

Bij elk bezoek aan het ziekenhuis denk ik aan kleine Binjamin, die hoog in de hemel met zijn vader schaterlacht en liefdevol over zijn bol wordt geaaid door zijn heerlijk ruikende moeder. En toch, na elk gebed stel ik mijzelf de vraag: hoe zeker ben ik eigenlijk nog van het hiernamaals?

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam. Volg hem op Twitter: @Humanislam

Doorzoek de website

 

 

Agenda