FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
dinsdag, 03 november 2015 10:49

Red een vluchteling, red je ziel

Soms denk ik: de tijd voor een revolutie is daar. Wees gerust, ik roep niet op tot rellen, geweld, of ander ondemocratisch gedrag. Toch is het wel degelijk tijd voor een soort van revolutie. Graag zo fel en zo lang mogelijk. Totdat we bereiken wat we moeten bereiken, namelijk: vrijheid. Drie vragen: wat is de aanleiding voor deze oproep? Wie moet het vuurtje dan aansteken? En: wie moet er eigenlijk bevrijd worden?

De eerste vraag: waarom een revolutie? Wie de actualiteit volgt, kan niet missen dat het ‘maatschappelijke debat’ over vluchtelingen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten groteske vormen aanneemt. Als we ons, met een bak chips op schoot, weer eens laten ‘informeren’ via talloze debatprogramma’s, nieuwsberichten, sociale media en politieke statements, lijkt er maar een conclusie mogelijk. Het prachtige Nederland wordt overspoeld door baneninpikkers, testosteronbommen, radicale jihadisten en kinderlokkers. Als onze gekozen volksvertegenwoordigers ook nog eens veranderen in volksmenners, ontstaat er een dermate gespannen sfeer, dat de stap naar geweld nog maar een kleine is. Ach, hoe naïef is de gedachte dat vluchtelingen huis en haard verlaten vanwege de angst voor dood en geweld! Daarom: tijd voor een nieuw denken.

De tweede vraag: wie moet het vuurtje aansteken? Elke samenleving drijft op een gedeelde identiteit, maatschappelijke solidariteit en onderling respect, uiteraard ingekaderd door een goed functionerend systeem van wetten en voorzieningen. In zo’n samenleving hebben we aandacht, houvast, vertrouwen en waardering nodig. Dat zijn bij uitstek religieuze waarden. Zeker, de economie is belangrijk, onze hypotheek ook, maar onze portemonnee kan alleen gevuld worden als we gebruik maken van elkaars kracht, elkaars diversiteit. Zodra mensen worden gereduceerd tot eendimensionale kostenposten komen er onmenselijke elementen in het spel. Het zijn vooral religieuze instellingen die voor de morele rode lijn zorgen, die nimmer gepasseerd mag worden. Denk aan de geweldige actie van kerken een tijdje terug, met de kreet ‘Bed, Bad en Brood voor elk mens’ als prachtig statement. Het is de hoogste tijd dat álle religieuze instituten het voortouw nemen om de menselijke maat in de samenleving, en daarmee de politiek, in ere te herstellen. Daarom: tijd voor een nieuw denken.

De derde vraag: wie moet er bevrijd worden? Ik geloof dat vooral de gelovigen zelf bevrijd moeten worden. Eerder schreef ik op deze plaats al dat christenen weer moeten ontdekken wat het christendom in essentie inhoudt. En dat geldt in alle nederigheid ook voor moslims. Wat maakt mij nog moslim en u nog christen? Het lezen van de Koran, de Bijbel? Laten we dat weer doen en de daad bij het woord voegen. Laten we de hongerige eindelijk te eten geven, de dorstige eindelijk te drinken, de vreemdeling eindelijk herbergen, de naakte eindelijk kleden! Laten we de zieke eindelijk bezoeken en laten we de gevangene bevrijden. De moslim, de jood, de boeddhist en de hindoe mogen zich op al deze punten aangesproken voelen. Ook de atheïst, de agnost en de ‘ietsist’, laat hem aangesproken zijn. De meerderheid van mensen gelooft in het goede en het goede is de onvermijdelijke barst in de betonnen muur van het kwade. Niet de vluchteling is verloren! Hij is slechts op reis naar een samenleving, een gezin, een persoon, die zich verlost heeft van de angst. Als wij niet bevrijd worden van onze angsten, trekt de vluchteling verder. Hij zal een ander land zoeken, en vinden, waar hij met zijn geliefden kan leven in een stabiele omgeving. Als we denken dat we daarmee ‘succesvol beleid’ hebben uitgevoerd, is dat op economische en politieke gronden best te verdedigen. Maar we hebben gelijktijdig iets ingeleverd dat niet vervangbaar is: onze ziel. Een ziel, die ons ter koestering en ter ontwikkeling gegeven is door De Ene, die de grond is onder onze voeten. Daarom: tijd voor een nieuwe denken. Tijd voor een revolutie van de geest.

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam. Reageren kan per mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

donderdag, 29 oktober 2015 12:10

PKN TERUG NAAR 'BASICS'. HULDE!

“Iedereen kan door de heilige Geest worden geroepen om in wat wij doorgaans waarnemen als problemen, de kiemen te zien van de toekomst die God bezig is ons te geven. Het is dit charisma, deze gave van de heilige Geest die de kerk in de huidige impasse vóór alles nodig heeft.” Citaat uit het morgen te verschijnen boek Waar blijft de kerk? waarin theoloog Erik Borgman zijn gedachten ontvouwt over kerkopbouw ‘in tijden van afbraak’ (zie voor een bespreking blz. 20 in Volzin nr. 10). Borgman is intussen op zijn wenken bediend, niet door zijn eigen rooms-katholieke kerk maar door de Protestantse Kerk in Nederland.

De PKN is met het oog op de toekomst toe aan een ingrijpende verbouwing, zo wordt gesteld in de nota Kerk 2025. De kerk lijdt onder overorganisatie en regeldruk, ze is een ‘besturenkerk’ geworden. “De huidige organisatie wordt meer en meer een keurslijf.” In de nieuwe opzet worden de 74 kerkdistricten (‘classes’) vervangen door acht regionale verbanden. De voorzitters van deze verbanden – predikanten, dat weer wél – worden uitgerust met verregaande bevoegdheden. De nota duidt hen aan als ‘pastor pastorum’ (‘herder van herders’); het woord ‘bisschop’ wordt angstvallig vermeden. De PKN laat de fictie varen dat zij een ‘volkskerk’ is die ‘overal in het land’ aanwezig is. Mede daardoor krijgen de plaatselijke gemeenten meer ruimte om zich naar eigen inzicht te ontplooien. Predikanten krijgen in de nota op meelevende maar niet mis te verstane wijze te horen dat zij zich ‘een cultuur van mobiliteit’ eigen moeten maken. Na acht jaar dezelfde gemeente wordt het voor hen tijd om aan verkassen te denken. Twaalf jaar is in de regel hun maximale houdbaarheid op één plek.

De nota Kerk 2025 heeft intussen her en der in de PKN al warme instemming gevonden. Jonge predikanten zijn zelfs een petitie gestart ter ondersteuning. Toch doet de synode die de nota volgende maand gaat bespreken, er goed aan om de borst nat te maken. Kerk 2025 schopt heel wat protestantse heilige huisjes omver. De bewoners van die huisjes zullen ongetwijfeld proberen om hun (machts)positie, functies, banen en geld veilig te stellen. Hoe zit het trouwens met de centrale positie van de synode zelf? Kerk 2025 zwijgt daarover in alle talen. Uit strategische overwegingen?

De r.-k. kerk zal in 2030 op een gemiddelde zondag nog maar 60.000 kerkgangers tellen, zo becijferde onlangs het onderzoeksbureau Kaski. Dat betekent de sluiting van 1200 van de nu nog 1500 in dienst zijnde kerkgebouwen. Met de PKN staat het er niet veel beter voor. Ook daar vergrijzing, afnemende aantallen gelovigen en minder geld. De PKN komt lof toe dat zich, anders dan in de meeste r.-k. bisdommen het geval is, bij haar nadenken over de toekomst niet op de eerste plaats laat leiden door de kerkkrimp. Natuurlijk, de beschikbaarheid van minder middelen en menskracht speelt ook bij de PKN een rol, maar, aldus de nota, maar dat “is niet de belangrijkste reden. Die ligt eerder in het verlangen een kerk te zijn waar de basics in oplichten.” Kerk 2025 zet deze basics in heldere taal uiteen. Het zijn er drie. Ten eerste: in de kerk “hoor ik woorden die ik nergens anders hoor” (het evangelie, geloof). Ten tweede: In de kerk ervaar je dat je elkaar gegeven bent (gemeenschap). Ten derde: “De kerk helpt me om te begrijpen wat ‘goed leven’ is. Voor mijzelf, maar ook voor de samenleving” (zending, diaconie). Zie daar de drie criteria waaraan men de kwaliteit van het kerkelijk leven kan afmeten. Uiterst simpel eigenlijk maar daarom niet minder waardevol voor wie op zoek is naar de kerk die weliswaar kleiner wordt maar wint aan betekenis voor haar leden en de samenleving.

(Redactioneel Volzin 2015 nr. 10, Jan van Hooydonk)

dinsdag, 13 oktober 2015 08:53

'Even helemaal niets'

"Lekker hè, die vakantie. Even helemaal niets." Ik hoor het m'n moeder zo zeggen tegen de langslopende buurvrouw terwijl ze ondertussen de was ophangt, m'n broertje aanspoort om nu eindelijk de hond eens uit te laten én die ochtend al een heel boek heeft uitgelezen. Zelf verzucht ik soms 's avonds tegen mijn huisgenoten: "Ik heb vandaag echt helemaal níéts gedaan!" Daarmee bedoel ik dan over het algemeen: drie afleveringen van een serie gekeken, geluncht met een vriendin, koffie gedronken met een studiegenoot, boodschappen gedaan en een halve middag gelezen. 'Niets' blijkt nog een boel te kunnen betekenen.

Nietsdoen lijkt dan ook niet zozeer te duiden op het ontbreken van activiteit, maar op een gebrek aan nut van die activiteit. Je tijd van leven is beperkt en verspilde tijd is het verlies van levensmogelijkheid. Zonde. En dus voelen we ons schuldig als een protestants jongetje dat stiekem zijn pornoboekje openslaat wanneer we die vierde aflevering Orange is the new black aanklikken. Met uitzondering van de vakantie dus, waarin we 'even helemaal niets' hoeven. Dat lijkt in eerste instantie een tegenreactie op het nuttigheidsdenken van onze samenleving, maar houdt beheerst nietsdoen het systeem bij nader inzien niet juist in stand? Drie weken lapzwansen om de overige 49 weken een nuttige burger te kunnen zijn. Mijn zomervakantie was daarop geen uitzondering. Maar liefst twee maanden deed ik helemaal niets ('nuttigs') en inderdaad: eind augustus stond mijn dadendrang in volle erectie. Ik had genoeg stilgestaan, wilde weer vooruit: studeren, nuttig zijn, aan m'n toekomst werken.

Jack uit De kunst van het wachten, een van de mooiste boeken die ik tijdens het nietsdoen las, trekt dit 'vooruit willen' in twijfel en verheft het nietsdoen tot een kunst op zich, een stil protest tegen een samenleving die altijd maar vooruit rent zonder ooit eens écht stil te staan en zich af te vragen waarheen hij eigenlijk op weg is. Jacks zoektocht intrigeert me: waar ren ik zelf eigenlijk zo hard naartoe (of van weg)? Sinds ik het boek uit heb, doe ik elke avond even niets, écht niets, zoals de wachtenden in David Nolens' verhaal, zoals oude mannen in het park, niets dan op m'n balkon zitten en voor me uit staren naar alle mensen die langskomen en die zo druk bezig zijn met iets.

Jeroen Fierens (25) studeert humanistiek en schrijft op www.eenpadvinder.nl.

Doorzoek de website

 

 

Agenda