FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
Columns
donderdag, 24 november 2016 09:12

Jeroen Fierens ontmoet Jannie

“Maar ja, het blijft een buitenlander hè!” zegt Jannie met haar rauwe zestigjarige rokersstem. Jannie en ik zien elkaar elk jaar op de verjaardag van haar neefje en kletsen dan gezellig even bij. Ze blijft even stil in afwachting van een bevestiging van mijn kant, maar die blijft uit. Van alle woorden die ze gezegd heeft, is het die laatste ‘hè’ die me het meest boos maakt. De ‘hè’ verandert wat tot nu toe niet meer dan een persoonlijke mening was in een gezamenlijke mening, een vanzelfsprekendheid, een natuurfeit. De ‘hè’ verdeelt de wereld in twee groepen: de mensen die het met Jannie eens zijn en de mensen die dat niet zijn. De ‘hè’ geeft me de keuze tussen instemmen of oprotten. Ik heb in beide geen zin en kies voor de veilige middenweg: ik haal twee nieuwe biertjes voor ons.

Onderweg naar de tap woedt in mij de hevige strijd die altijd de kop opsteekt in dit soort situaties. Ik moet iets doen, maar wat? Precies dit soort polariserende uitspraken is er volgens mij de oorzaak van dat de samenleving steeds meer verdeeld raakt. Kunstmatige grenzen creëren om vervolgens de mensen aan de andere kant van de grens zwart te maken. Waarom zeg ik dat niet gewoon tegen haar? Ben ik bang om in de groep ‘mensen die het niet met Jannie eens zijn’ geplaatst te worden? Verloochen ik wat ik belangrijk vind omwille van de gezelligheid?

Pas als ik veel later die nacht weer op de fiets naar huis zit, besef ik wat er precies gebeurd is. Jannie’s opmerkingen riepen zoveel irritatie bij me op dat ik meteen in aanvalshouding schoot. Nog voordat Jannie dat kon doen had ik de wereld zélf al in twee groepen verdeeld en ons lijnrecht tegenover elkaar geplaatst. Dan zijn de enige twee mogelijkheden inderdaad confronteren of negeren. Maar is dat niet precies het polariserende soort denken waar ik haar om veroordeelde? Had ik, als ik op mijn strepen was gaan staan, zelf niet evengoed bijgedragen aan de verdeling in de samenleving?
Ik had haar bijvoorbeeld kunnen vragen wat haar dan zo dwars zit aan ‘die buitenlanders’, of waarom ze het zo belangrijk vindt om er altijd maar weer over te beginnen. Wie weet was het wel een heel ander gesprek geworden. Nu heb ik niet eens geprobeerd naar haar verhaal te luisteren.
Volgend jaar is haar neefje weer jarig, dan proberen we het gewoon nog een keer.

woensdag, 23 november 2016 09:15

Eerbied voor alle leven en geweldloos weerbaar

Hij is de geestelijke vader van het moderne pacifisme, van burgerlijke ongehoorzaamheid en van de hongerstaking. Hij bezielde tientallen miljoenen Indiërs, niet met angst en drift als wapen, zoals de genadeloze dictator Mao Zedong in China, maar met vrijheidsdrang, vredeswil en verdraagzaamheid. Hij stierf een messiaanse dood, vermoord door een fanaat, levensbron voor velen na hem. Bij Mohandas Karachand Gandhi (1869-1948), die eretitels als Bapu (vader) en Mahatma (grote ziel) droeg, passen slechts superlatieven. De herinnering aan zijn leven als grensverlegger wordt na bijna zeventig jaar vrijwel weggedrukt door de kracht van zijn legende. Het is moeilijk om hem als mens nog uit de uienrokken van zijn verering weg te pellen.

Het is ook niet weinig wat deze Indiër heeft teweeggebracht. Afkomstig uit de betere standen wordt hij in koloniaal Engeland opgeleid tot jurist: in het land van de eigenaar en uitzuiger van de Jewel in the Crown, zoals India daar heet. Daarna is hij advocaat in Zuid-Afrika van de belangen van Indiërs, gaat terug naar zijn thuisland en dompelt zich als spirituele leider onder in de politieke beweging voor zelfstandigheid. Het bloedbad van Amritsar in 1919: Engelse soldaten prijsschieten op een ongewapende menigte in een voornaam hindoeheiligdom, met misschien wel duizend slachtoffers. Gandhi wordt een militant strijder voor onafhankelijkheid, maar een bijzondere soort van militant. Waar Mao in China de wapens opneemt en de bergen intrekt, put Gandhi als hindoe uit zijn religieuze bronnen: ahimsa – eerbied voor alle leven. Hij ontwikkelt een concept voor geweldloze weerbaarheid en burgerlijke ongehoorzaamheid: satyagraha.
Filmregisseur Richard Attenborough maakte een romantische en behoorlijk verheerlijkende film over Gandhi’s leven. Daarin komt een scène voor van deze geweldloze weerbaarheid van Gandhi. Een immense stoet van in het wit geklede, ongewapende Indiërs trotseert een gewapende eenheid van eveneens Indische soldaten in Britse dienst. Die knuppelen elke rij neer, de slachtoffers worden afgevoerd om hun wonden te laten verbinden, waarna de volgende rij aantreedt om hetzelfde lot te ondergaan. De soldaten raken na uren knuppelen mataglap en staken hun geweld. Ik zat vlak na de première in 1982 in de bioscoop en tientallen bezoekers verlieten hun stoelen toen ze dit zagen, omdat ze het niet konden aanzien. Ze waren rustig blijven zitten bij de bloederige scènes van de slachting van Amritsar…

 

dinsdag, 01 november 2016 12:08

Eenmaal gastarbeider, altijd gastarbeider

Mijn vader is alweer veertien jaar geleden overleden. De arts vertelde dat hartaanvallen ‘gewoon’ kunnen voorkomen bij jonge ouderen. Mijn vader was slechts 56 jaar oud, sterk als een os en altijd goed gemutst. Van enige stress of fysiek ongemak was niet echt sprake, evalueerden wij als familie. Later bedachten we dat we al die jaren misschien niet alert genoeg zijn geweest. Hij werkte namelijk in een fabriek waar plastic werd verwerkt tot allerlei consumentenartikelen. Het verwerken van dat plastic gebeurde door speciale machines en bij zeer hoge temperaturen. Tijdens het persen kwamen er grote walmen stof en water vrij, die zich dan frank en vrij in die machineruimtes verspreidden. Hij vertelde nooit over deze arbeidsomstandigheden en wij waren te jong om ernaar te vragen. Maar hij rook wel altijd naar plastic wanneer hij thuiskwam. Mijn vader is waarschijnlijk overleden aan het jarenlang inhaleren van fijnstof, maar we kunnen het niet meer bewijzen. Zo eindigde hoogstwaarschijnlijk het leven van mijn vader, een van vele anonieme gastarbeiders.
Het woord gastarbeider was in de context van de jaren zestig en zeventig goed gevonden. Mijn vader dacht namelijk zelf ook dat hij tijdelijk in Nederland zou werken. Maar hij ging, net als vele anderen, niet meer weg. Hij zei altijd: “Nederland is een gastvrij land.” Hij bedoelde: er werd naar hem omgekeken. Was hij ziek, dan hoefde hij niet gelijk een gezonde koe te verkopen om de rekening te betalen zoals dat in Turkije het geval was. Hier had je een ziekenfonds, uitkeringen, rechten. De Nederlandse overheid vroeg alleen maar dat hij hard werkte om de industrie weer een handje op weg te helpen, samen met talloze andere gastarbeiders uit Turkije (en Marokko). De Nederlandse overheid was niet geïnteresseerd in zijn talenten, in zijn filosofische overwegingen of in zijn visie op werk, zorg en onderwijs. Nee, hij werd geworven om zijn spierkracht en om zijn uithoudingsvermogen. Ook in de jaren zeventig had je een inburgeringstoets, zoals nu, maar de opzet van die toets was een andere. Mijn vader werd namelijk niet gevraagd naar mensenrechten en Willem van Oranje. Zijn ‘inburgeringstoets’ bestond uit de vraag: leg in twee stukken touw zo snel mogelijk een dubbele knoop. Nu bond mijn vader in Turkije mening ezel en geit aan een boom, omdat hij op het platteland werkte, dus reken maar dat er binnen no-time een stevige dubbele knoop werd gelegd. Hij slaagde met vlag en wimpel en kreeg een stempel in zijn paspoort: geschikt.
Het duurde meer dan tien jaar voordat hij, en wij als familie, in de gaten hadden dat onze toekomst toch echt in Nederland zou liggen. Puur omdat de blik op leven en maatschappij een andere was. Ikzelf werd als het ware met tien jaar achterstand de samenleving in geslingerd, omdat ik altijd als een Turk in Nederland leefde en niet als een burger van dit land met toevalligerwijs een andere achtergrond. Weer vele jaren later ontdekte ik iets van de christelijke wortels van Nederland. En daarna pas iets over de normen en waarden. Een klein deel van de gastarbeiders lukte het om, ondanks deze achterstand, een belangrijke positie in de samenleving te krijgen. Maar zeer veel gastarbeiders lukte dat niet. Eerste generatie gastarbeiders zijn in de regel laaggeschoold en dragen daarom vooral hun cultuur met zich mee als kompas in hun leven. Inmiddels zijn we toe aan de derde en zelfs vierde generatie kinderen van die gastarbeiders. We schijnen intussen te leven in een samenleving met parallelle structuren. Een samenleving die op afstand wordt bestuurd door Ankara. Dat alles laat zien dat de integratie mislukt is. Dan worden er werkloosheidscijfers, criminaliteitscijfers en vele andere cijfers bijgehaald ter onderbouwing. Die cijfers kloppen vast en zeker, maar uiteindelijk zeggen ze niet zoveel. Achter het cijfer gaat een verhaal schuil. We moeten altijd op zoek naar dat verhaal, zodat ook kille cijfers tot leven komen.

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam. Reageren kan per mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Doorzoek de website

 

 

Agenda