FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 12 July 2017 10:36

Romantische historicus bediende alle zintuigen

‘De Renaissance komt eerst wanneer de levenstoon verandert, wanneer het getij van dodelijke levensverzaking kentert en er een bolle frisse wind gaat blazen; wanneer het blijde besef rijpt dat men al de heerlijkheid der oude mensheid, waaraan men zich al zo lang gespiegeld had, zal kunnen terugwinnen.” In 1919 werden deze romantische woorden wereldkundig gemaakt door de historicus
Johan Huizinga. Het boek waarvan dit de slotregels zijn, Herfsttij der Middeleeuwen, werd een internationale beststeller en bezorgde Huizinga wereldfaam. Johan Huizinga (1872-1945), geboren in Groningen, studeerde eerst vergelijkende taalkunde en Sanskriet. Later werd hij leraar geschiedenis, docent aan de Universiteit van Groningen en hoogleraar in Leiden. Huizinga werd de ‘uitvinder’ van de cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis in een tijd waarin zakelijke en materialistische geschiedschrijving de boventoon voerden. In Cultuurhistorische verkenningen uit 1929 gaf hij een definitie van geschiedenis: “Geschiedenis is de geestelijke vorm waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden.” Opvallende woorden daarin zijn ‘geestelijk’, ‘cultuur’ en ‘rekenschap’ – ze zijn moeiteloos aan te leggen tegen de slotwoorden van Herfsttij.

Huizinga’s romantische taalgebruik is terug te voeren op zijn voorliefde voor de Tachtigers, van wie hij overnam dat in de taal, ook die van de geschiedschrijving, alle zintuigen van de lezer bediend zouden moeten worden. Zo kun je in zijn historische werk de geuren van Erasmus’ werkkamer ruiken, de kleuren van de renaissance zien en het rumoer horen van een middeleeuwse stad.
Huizinga maakte school. Vooral Jan en Annie Romein-Verschoor erfden Huizinga’s cultuurhistorische benadering en verbonden die aan hun marxistische benadering van de geschiedenis.
Johan Huizinga onderscheidde zich ook door zich buiten de strikte grenzen van zijn vakgebied te treden en historie te verbinden met actualiteit. Befaamd is zijn profetische essay uit 1935 In de schaduwen van morgen met de daverende beginzinnen: “Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.” Tien jaar later was niet alleen de geest, maar ook het leven geweken van vijftig miljoen slachtoffers van de oorlog.

Reden om in deze aflevering van Volzin aandacht aan deze grensverlegger te besteden, is een andere zijstap in Huizinga’s loopbaan als historicus: het grote essay Homo ludens uit 1938. Met bijvoorbeeld zinnen als: “Wij spelen, en weten dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.” In een breed opgezet betoog over het spelelement in de menselijke beschaving beweert Huizinga in dit essay zelfs dat het spel een noodzakelijke voorwaarde zou zijn voor het voortbrengen van cultuur.
Het boek maakt streng onderscheid tussen kinderachtige speelsheid en de ernst in het spel van politiek en cultuur. Toen de provo’s van Amsterdam in de jaren zestig begonnen met hun ‘ludieke’ acties, zou dat voor Huizinga spel mogen heten, maar dan in de eerste betekenis van het woord. Huizinga’s beschouwingen waaieren uit over het spelkarakter van kunst, wetenschap, sport, politiek en zelfs over de oorlog als spel en antispel. Hij trekt de volgende conclusie: “Echte cultuur kan zonder zeker spelgehalte niet bestaan, want cultuur veronderstelt zekere zelfbeperking en zelfbeheersing, zekere vatbaarheid om in haar eigen strekkingen niet het uiterste en het hoogste te zien, doch zich besloten te zien binnen zekere vrijwillig aanvaarde grenzen.” Hij plaatst daar wel een kanttekening bij. Het is immers 1938: “De hedendaagse propaganda, die elk levensveld in beslag wil nemen, werkt met de middelen tot hysterische massareacties, en is daarom, ook waar zij spelvormen aanneemt, niet als een moderne uiting van de spelgeest te aanvaarden, maar slechts als de vervalsing daarvan.” Want volgens Huizinga is er fair play, maar er is ook vals spel.
Over het leven van Johan Huizinga schreef Willem Otterspeer in 2006 een fraaie biografie. ●

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda