FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 17 February 2017 10:12

Een universele kunsttaal als cement voor wereldvrede

Een universele kunsttaal als cement voor wereldvrede Tekst: Willem van der Meiden

‘Patro nia, kiu estas en la ĉielo, Via nomo estu sanktigita. Venu Via regno, plenomiĝu Via volo, kiel en la ĉielo, tiel ankaŭ sur la tero.” Zo begint het Onze Vader in La Nova Testamento. De bijbelvertaling in het Esperanto verscheen in 1926. Het is anno 2017 een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog een knik veroorzaakte in de grote populariteit van het Esperanto. Het is nauwelijks meer te bevatten hoe groot die populariteit tussen 1886 en 1914 en ook in de jaren dertig geweest is. Toch zijn er nog altijd twee miljoen mensen op de wereld die Esperanto spreken en er zijn zelfs mensen die Esperanto als moedertaal hebben. Verenigingen van esperantisten zijn er in meer dan 100 landen. Er is jaarlijks een internationaal congres.

De bedenker van deze kunsttaal was de Litouws/Pools/joodse oogarts en polyglot (Ludvik) Lejzer Zamenhof (1859-1917), die er als student al de eerste aanzetten toe gaf (Lingwe Uniwersala), maar zijn project pas in 1887 publiceerde onder het pseudoniem Dr. Esperanto. Kunsttalen mochten zich vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw in een grote belangstelling verheugen. Gebrekkige onderlinge communicatie was de oorsprong van alle ellende in de wereld, vonden veel mensen. Een taal die alle mensen spraken en konden verstaan zou een dam opwerpen tegen de verdeeldheid van volken, religies en culturen en zelfs een eind maken aan oorlogen. Zo zou de ene taal het cement van de wereldvrede worden.
De eerste poging om zo’n taal uit verschillende andere samen te stellen was het Volapük uit 1880, dat na aanvankelijk succes – 200.000 sprekers – zo’n tien jaar later strandde op een te ingewikkelde grammatica en te ‘gezochte’ nieuwe woordvormen. Na een aarzelende start profiteerde het Esperanto van het verval van het Volapük en groeide als kool. Voordelen waren: eenvoudige grammatica, beperkte woordenschat uit de veel gesproken Romaanse en Germaanse talen. In correspondentie met aanhangers werd de taal verder ontwikkeld, maar spannend werd het pas toen het Esperanto in de praktijk werd getoetst. In 1905 vond in het Noord-Franse Boulogne het eerste grote Esperantocongres plaats met 700 deelnemers uit 20 landen. Groot was de opwinding, ja ontroering, toen nog voordat het congres begon de deelnemers door de stad zwermden en met elkaar naar hartenlust de nieuwe taal spraken. Eén taal – één wereld. Geen tolken meer nodig.

Daarna nam het Esperanto een hoge vlucht. Zamenhof zelf hield zich ook bezig met ideeën over een nieuwe kunstmatige wereldreligie, gebaseerd op respect en tolerantie, het homaranismo (of hillelisme). Zijn volgelingen stichtten in 1908 hun hoofdkwartier Amikejo (vriendschap) in het neutrale Moresnet, een taartpuntje onder Vaals, dat door de aanwezigheid van een zinkmijn speelbal was tussen de grote mogendheden en tussen 1815 en 1919 een neutrale status had. Een prima plek om vandaaruit de wereldvrede met behulp van de wereldtaal tot stand te brengen.
Amikejo én veel ander idealisme werden onder de voet gelopen toen in augustus 1914 Duitse troepen België binnenvielen en de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Zamenhof zelf maakte het einde daarvan niet meer mee, maar zijn project bleek vitaal, tot de dag van vandaag. De Hongaars/Nederlandse priester András Cseh ontwierp een eenvoudige leermethode voor het Esperanto en bedacht na de volgende oorlog, in 1945, mondiaal Esperanto-geld, de stelo, in de vorm van een bankbiljet en een bronzen munt.

Het idealisme is niet gedoofd, maar de taal had niet de kracht en de ruimte om een volkstaal te worden. Er wordt nu vooral in gecorrespondeerd door politici en wetenschappers, als spreektaal gebruiken mensen het vooral als tweede taal. Er zijn 25.000 boeken in het Esperanto geschreven en vertaald. In Nederland en veel andere West-Europese landen heeft het Engels de schepping van Zamenhof grotendeels verdrongen.
De nazi’s hadden weinig op met het esperantisme. Het internationalisme van Zamenhof en zijn volgelingen verdroeg zich niet met de door Hitler gepredikte rassensuperioriteit. In 1936 werd het Esperanto door rassenveredelaar Heinrich Himmler verboden. De drie kinderen van Zamenhof werden als joden in de Tweede Wereldoorlog vermoord. Wrang, dit einde voor de nazaten van de hemelbestormer die de wereldvrede wilde stichten door de toren van Babel (Babelturo) af te bouwen.

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda