FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 23 November 2016 09:15

Eerbied voor alle leven en geweldloos weerbaar

Eerbied voor alle leven en geweldloos weerbaar Tekst: Willem van der Meiden

Hij is de geestelijke vader van het moderne pacifisme, van burgerlijke ongehoorzaamheid en van de hongerstaking. Hij bezielde tientallen miljoenen Indiërs, niet met angst en drift als wapen, zoals de genadeloze dictator Mao Zedong in China, maar met vrijheidsdrang, vredeswil en verdraagzaamheid. Hij stierf een messiaanse dood, vermoord door een fanaat, levensbron voor velen na hem. Bij Mohandas Karachand Gandhi (1869-1948), die eretitels als Bapu (vader) en Mahatma (grote ziel) droeg, passen slechts superlatieven. De herinnering aan zijn leven als grensverlegger wordt na bijna zeventig jaar vrijwel weggedrukt door de kracht van zijn legende. Het is moeilijk om hem als mens nog uit de uienrokken van zijn verering weg te pellen.

Het is ook niet weinig wat deze Indiër heeft teweeggebracht. Afkomstig uit de betere standen wordt hij in koloniaal Engeland opgeleid tot jurist: in het land van de eigenaar en uitzuiger van de Jewel in the Crown, zoals India daar heet. Daarna is hij advocaat in Zuid-Afrika van de belangen van Indiërs, gaat terug naar zijn thuisland en dompelt zich als spirituele leider onder in de politieke beweging voor zelfstandigheid. Het bloedbad van Amritsar in 1919: Engelse soldaten prijsschieten op een ongewapende menigte in een voornaam hindoeheiligdom, met misschien wel duizend slachtoffers. Gandhi wordt een militant strijder voor onafhankelijkheid, maar een bijzondere soort van militant. Waar Mao in China de wapens opneemt en de bergen intrekt, put Gandhi als hindoe uit zijn religieuze bronnen: ahimsa – eerbied voor alle leven. Hij ontwikkelt een concept voor geweldloze weerbaarheid en burgerlijke ongehoorzaamheid: satyagraha.
Filmregisseur Richard Attenborough maakte een romantische en behoorlijk verheerlijkende film over Gandhi’s leven. Daarin komt een scène voor van deze geweldloze weerbaarheid van Gandhi. Een immense stoet van in het wit geklede, ongewapende Indiërs trotseert een gewapende eenheid van eveneens Indische soldaten in Britse dienst. Die knuppelen elke rij neer, de slachtoffers worden afgevoerd om hun wonden te laten verbinden, waarna de volgende rij aantreedt om hetzelfde lot te ondergaan. De soldaten raken na uren knuppelen mataglap en staken hun geweld. Ik zat vlak na de première in 1982 in de bioscoop en tientallen bezoekers verlieten hun stoelen toen ze dit zagen, omdat ze het niet konden aanzien. Ze waren rustig blijven zitten bij de bloederige scènes van de slachting van Amritsar…

 

 

Gandhi inspireerde tallozen, met als meest gerenommeerde volgers Albert Schweitzer en Martin Luther King. Ook de alweer bijna vergeten Eli Stanley Jones, een Amerikaanse methodist en zendeling, in de eerste helft van de twintigste eeuw auteur van geliefde boeken over de contextualisering van het mondiale christendom en in zijn eigen context pleitbezorger van een Indiaas christendom. Hij trok veel op met Gandhi, schreef kort na diens dood al in 1948 een hagiografisch boekje over hem, dat Martin Luther King beïnvloedde om pacifist te worden.
Er kwamen ook barsten in het beeld van Gandhi’s heldendom. Hij zou zich in Zuid-Afrika negatief over zwarten hebben uitgelaten, hij zou het hindoese kastenstelsel wel in principe, maar niet in de praktijk hebben verworpen en hij zou zijn principiële pacifisme in het heetst van de onafhankelijkheidsstrijd, toen er duizenden doden vielen, hebben afgezwakt. Vaststaat dat hij de dalit – de kastelozen, ‘onaanraakbaren’, 70 procent van de Indiase bevolking – ‘kinderen van god’ noemde; dat was onder de Indiase elite ongehoord.

Mij boeit nog altijd het authentieke verhaal, uitvergroot in de film, dat er tijdens de gruwelijke strijd tussen moslims en hindoes in de aanloop naar de onafhankelijkheid (1946-1947: één miljoen doden) een gek geworden hindoe naar Gandhi komt. Hij heeft in zijn fanatisme de vader en moeder van een jong moslimkind vermoord en wordt verscheurd door wroeging. “Wat kan ik doen?”, vraagt hij Gandhi wanhopig. “Adopteer het kind en voed hem op als een moslim”, zegt Gandhi.
Veel christenen noemen Gandhi hun voorbeeld, de mormonen hebben hem in 1996 schandelijk omgedoopt tot christen/mormoon, maar voor mij schuimen deze woorden van Gandhi in een wolk van weldadige Verlichting.

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlgeden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol venieuwden.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda