FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 25 May 2016 10:57

Zwarte atleet stapte over de grens van het racisme

Zwarte atleet stapte over de grens van het racisme Tekst: Willem van der Meiden

1936: Adolf Hitler schudde op de eerste dag van de Olympische Spelen in Berlijn de hand van Duitse en Finse winnaars. Toen hem gevraagd werd om voortaan iedere winnaar van een gouden medaille te feliciteren, koos hij ervoor om dan maar niemand te feliciteren. Zo ontliep hij de handdruk van Jesse Owens.

De zwarte hardloper en verspringer Jesse Owens (1913-1980) kwam uit een straatarm gezin met elf kinderen. Zijn grootouders waren nog slaven geweest. Ondanks al zijn sportieve talent deelde hij het lot van de zwarte bevolking in de jaren twintig en dertig. Faciliteiten als atleet had hij nauwelijks, als begaafde leerling mocht hij wel studeren, maar niet op de campus wonen. Een beurs kreeg hij niet. Toch verlegde hij tal van grenzen. Zijn wereldrecord verspringen uit 1935 (8.13 meter) bleef 25 jaar lang staan, even lang als het huidige record van Mike Powell (1991, 8.95 meter). Owens’ 10,2 op de 100 meter uit 1936 was een sensatie.
Hij won op de ‘nazispelen’ van 1936 viermaal goud, knarsetandend gadegeslagen door het duizendkoppige Duitse publiek. Zo heet het althans in het collectieve geheugen. Dat mag wel een onsje minder zijn. Owens zelf zei dat het Duitse publiek hem tijdens zijn races hartstochtelijk toejuichte en dat er geen sprake was van discriminatie. De Führer had zelfs even naar hem gezwaaid. Owens had tijdens zijn verblijf in Berlijn ook niets gemerkt van maatschappelijke ongelijkheid, zei hij bij thuiskomst. In tegenstelling tot wat hij in de Verenigde Staten meemaakte, voegde hij daaraan toe. Zelfs cineaste Leni Riefenstahl, die de propagandafilm Olympia schoot, vol verheerlijking van Arische lichamen, kon niet om Owens heen. Ze bracht de finale van de 100 meter fraai in beeld. Zij nam tijdens de verspringfinale toevallig net een pauze, maar ze registreerde nog wel een vette knipoog van winnaar Owens. Vanwege haar focus op Germaanse Körperkultur leek het wel alsof ze zeggen wilde: het zijn net mensen, die zwarten. De zilveren verspringmedaille ging naar Luz Long, in alle opzichten de ideale Ariër. Hij bracht als alle Duitse medaillewinnaars bij de prijsuitreiking de Hitlergroet en sneuvelde in 1943 bij de geallieerde landing op Sicilië. Owens heeft altijd beweerd dat hij dikke vrienden was met Luz, die hem hartelijk omarmde na zijn overwinning. Owens schreef in zijn mémoires: “Al mijn medailles en bekers vallen in het niet bij de 24-karaats vriendschap die ik op dat moment voor Luz voelde. Hitler moet gek geworden zijn bij het zien van onze omhelzing.” Luz Long zelf heeft hier nooit aan gerefereerd. Owens stond erom bekend wel eens een loopje te nemen met de feiten. Ook een andere ‘edelgermaan’ legde het af tegen het zwarte sprintwonder. ‘Onze eigen’ Tinus Osendarp won in de Kampf der Farben (Riefenstahl) brons op de 100 en 200 meter. Ook hij bracht de Hitlergroet. Hij werd thuis onthaald als ‘de snelste blanke’. In de oorlog sloot hij zich aan bij de NSB en de Germaansche SS.
Van Hitler kreeg Jesse Owens geen hand, van zijn eigen president Roosevelt ook niet. Held of niet, hij mocht thuisgekomen weer gewoon plaatsnemen in de raciale pikorde. Hij kreeg wel een ticker parade en een galadiner in het New Yorkse hotel Waldorf Astoria, maar moest daar met de goederenlift naar boven. En hij kon ook weer gewoon achter in de bus plaatsnemen. Dat hoefde hij in Nazi-Duitsland niet, schimpte Owens. Tijdens de Spelen was de aandacht voor de zwarte medaillewinnaars in de witte Amerikaanse pers vaak summier. The Chicago Tribune noemde de succesvolle zwarte hoogspringers Cornelius Johnson en David Albritton “gekleurde springers op kangoeroepoten”.  
Jesse Owens was niet de eerste zwarte winnaar van een Olympische gouden medaille. Dat was de Amerikaanse estafetteloper John Taylor tijdens de Olympische Spelen van 1908 in Londen. Maar Owens is wel degene geweest die de ban gebroken heeft en tot op de dag van vandaag van enorme betekenis is voor het zwarte zelfbewustzijn en een inspiratiebron voor vrijwel alle zwarte atleten, in welke tak van sport dan ook. Naar Jesse Owens werd een straat vernoemd in West-Berlijn, een allee zelfs, bij het Olympisch Stadion, in 1984. Hij was met zijn sportieve zegetocht een speelbal van ideologische propaganda, maar grenzen verlegde hij zelf.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda