FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 12 February 2016 10:33

Hadewijch, mystica op liefdespad

Actrice Julie Sokolowski speelt Hadewijch in de gelijknamige film van Bruno Dumont. Actrice Julie Sokolowski speelt Hadewijch in de gelijknamige film van Bruno Dumont.

Het was in enen sondaghe ter octaven van Pentecosten
dat men mi Onsen Here heymelike te minen bedde brochte.
Wanneer mensen anno 2016 dergelijke woorden lezen of horen, betreden zij een wereld waarin ze zich wat ongemakkelijk voelen. Die andere wereld wordt veelvuldig betreden door degene die deze woorden opschreef, de Brabantse mystica Hadewijch, in tal van opzichten een grensverlegger.
Zo overstijgt zij om te beginnen de grens van haar fysieke bestaan. Over haar leven is immers niets met zekerheid bekend. Er zijn enkele waarschijnlijkheden en wellichten: een geletterde vrouw uit de dertiende eeuw, Brabants in de ruime betekenis van dat woord, misschien uit Antwerpen, geen kloosterlinge, maar wellicht een begijn. Vast staat dat ze indringend en stilistisch fraai schrijft en dat ze de eerste vrouw in ons taalgebied is van wie tal van teksten zijn overgeleverd: liefst 14 visioenen, 45 strofische gedichten of liederen, 31 brieven en 16 brieven op rijm. De beginzin is de aanhef van haar eerste visioen en klinkt in onze oren meteen al dubbelzinnig. Dat is hij niet, maar in een ander, strikter opzicht ook weer wel. Het ligt eraan wat men dubbelzinnig noemt.Hadewijch is de dichteres van de ‘minne’: Die minne es al, schrijft ze in haar 25ste brief. Ook met haar liefdeslyriek overschrijdt ze menige grens. Niet zozeer de grens van het betamelijke – het is onder vrouwelijke mystica’s in haar tijd niet ongebruikelijk dat de innige verhouding tot Jezus in erotisch klinkende woorden en beelden wordt beschreven. De dichteres krijgt op die eerste zondag na Pinksteren niet Jezus aan haar bed, mocht u dat denken, maar ze ontvangt, ietwat ongebruikelijk, de geconsecreerde hostie in haar slaapkamer: hoc est enim corpus Meumwant dit is Mijn lichaam wordt haar toegefluisterd. Zo wordt ze lichamelijk verenigd met de Heer. Daarna beschrijft ze in geuren en kleuren haar visioen, dat voor de bijbelse visioenen van Daniël, Zacharias en Johannes niet onderdoet.
Mooi voorbeeld van deze unio mystica vormt het slot van haar zevende visioen. Als ze heeft beschreven hoe zij in haar visioen de communie – ‘gemeenschap’ – aangereikt heeft gekregen van een jongeman, vervolgt ze: Daarna kwam hij zelf bij me en hij nam me helemaal in zijn armen en trok me tegen zich aan. En al mijn leden voelden zijn leden op een volmaakt bevredigende manier, zoals mijn hart begeerde, zoals ik als mens nodig had. Toen werd de honger van mijn lichaam gestild tot ik totaal verzadigd was.
Dit zijn geen ongewone beelden in de mystiek van middeleeuwse vrouwen. Maar bij de meesten van hen gaat het dan ook echt om beelden, om overdrachtelijke taal. Bij Hadewijch wordt deze afgrenzing overschreden. Zij verbindt, in haar gedichten bijvoorbeeld, de liefde voor Christus met die tussen mensen, de mystieke liefde met de hoofse liefde. “Mystiek en hoofsheid zoeken allebei vervulling in dit leven via de liefde. (…) Hadewych is niet slechts de metaforische bruid van Christus, maar Zijn daadwerkelijke geliefde, de fysieke dimensie inbegrepen.” Aldus neerlandicus Frits van Oostrom, die haar ruim baan biedt in zijn geschiedschrijving van de oudste Nederlandse literatuur.
De Minne houdt zich bij Hadewijch niet aan de in haar tijd aan vrouwen gestelde grenzen. Ook Hadewijch zelf doet dat niet. Zo beperkt ze zich niet tot haar innige ontmoetingen met Jezus en liefdesgedichten, maar waagt zich ook in het aan mannen voorbehouden terrein van de theologie. Dat doet ze vooral in haar brieven waarin ze zich ontpopt als een geestelijke gids voor andere vrouwen.
Geeft, Minne dat ic u Minne bekinne:
Dat es rijcheit boven alle ghewinne.

Hadewijch heeft bij haar meest mannelijke recensenten en onder de theologen in de loop van de eeuwen niet altijd in een goede reuk gestaan. Maar de laatste decennia is haar literaire grootheid niet meer omstreden en heeft ook de theologie, die meer ruimte heeft gevonden voor de subjectiviteit van geloven, haar in de armen gesloten. Hadewijch is een veelzijdige schrijfster en met haar prachtige taal ondanks haar waarschijnlijk celibataire staat een passende oermoeder van vrouwen die in het Nederlands poëzie en proza schrijven. Zij sluit haar brieven steevast af met: Vaert wel ende levet scone: voor haar vele literaire dochters – en niet alleen voor hen – een mooi motto.

Willem van der Meiden portretteert in de jaargang 2016 in de rubriek Grensverleggers mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda