FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 10 November 2015 10:55

Monument in Roombeek

Monument in Roombeek Tekst: Willem van der Meiden

Willem van der Meiden bezoekt voor Volzin oude en nieuwe 'heilige plaatsen' in de twaalf Nederlandse povincies. Vandaag voert zijn rondgang hem naar het monument voor de slachtoffers van de vuurwerkramp in de Enschedese wijk Roombeek.

Een steen in de kade, de boom die alles zag, het verdwenen huis tussen hemel en aarde… poëzie over rampen. De steen: de buskruitramp van Leiden, 12 januari 1807. 151 mensen kwamen om het leven, koning Lodewijk Napoleon veroverde de harten van het volk door zeer persoonlijk aanwezig te zijn bij het rouwproces. De boom: de Bijlmerramp van 4 oktober 1992. Het El Al vliegtuig dat zich in twee flats in de Bijlmermeer boorde. Waarschijnlijk 43 doden. Het verdwenen huis: de vuurwerkramp in Enschede, een serie gigantische ontploffingen, 23 doden.

Zaterdagmiddag 13 mei 2000 werd ik door mijn vader gebeld. Hij leek in paniek – had ik nooit meegemaakt. Hij stotterde over een gigantische bom in Enschede, 30 kilometer bij hem vandaan. Ik zette de televisie aan en zag de enorme explosies. Ik wist meteen wat hem onderuithaalde: oud zeer. Enschede werd in de oorlog 61 keer gebombardeerd. Het ligt bij de Duitse grens en de geallieerde bommenwerpers wisten niet altijd precies waar ze waren. Vliegveld Twenthe was een doelwit en als je achtervolgd werd door Duitse stuka’s liet je je bommen vallen. Het ergste bombardement was op 10 oktober 1943, een mooie zondagmiddag, een voetbalwedstrijd was net afgelopen. In de bomen hingen brokstukken van dode supporters. Mijn vader, 14 jaar oud, had het van nabij gezien. 151 doden. Zelf moest hij een half jaar later vluchten uit zijn brandende kostershuis naast de kerk, dinsdag 22 februari 1944. Het gezin verloor have en goed. De kerk ging verloren. Er vielen die dag 40 doden, overal brand in de straten. Dat kwam bij hem boven op die middag in 2000. Maar er was meer. Zijn zus, mijn tante, woonde in Roombeek, de getroffen wijk. Hij kon haar niet te pakken krijgen, niemand wist waar ze was. Pas uren later meldde ze zich, overstuur, ze was een dagje uit geweest naar de Achterhoek met een vriendin en had niets gemerkt. Toen ze in de stad terugkeerde, was haar huis weg met alles wat ze verder had. Zoals de mooie poppen die ze maakte, nog toen ze ver over de tachtig was.

71 jaar na het bombardement en 15 jaar na die andere ramp wandelde ik met mijn vader en broer, even over uit Canada, in het lege hart van het nieuwe Roombeek. De oude volkswijk, waar Turkse bewoners met zwaar Twents accent destijds commentaar gaven op wat gebeurd was, is enigszins ‘veryupt’, dat is te zien. De lege driehoek waar wij staan, is een van de vele lieux de mémoire in Nederland die herinneren aan een ramp. Het lijstje rampen in Nederland van de laatste tweehonderd jaar is lang: scheepvaartongelukken, autobotsingen, branden, overstromingen, ontploffingen, treinongelukken, vliegtuigcrashes. Wat doe je als je zo’n lieu moet ontwerpen? Je laat hem leeg, dachten ze in Enschede, je legt er stenen neer, evenveel als er dodelijke slachtoffers waren. Hun namen op die stenen? Geen goed idee, vonden nabestaanden. Honden doen er hun plas over. Dus de namen op een aparte steen. Plus de tekst: het verdwenen huis tussen hemel en aarde.

Het monument is simpel, mist pompeuze uitstraling, het is zo Twents als ‘doe maar gewoon’. We staan er even stil op die middag in september. Een paar andere mensen ook, merk ik. Onze hele familie komt uit Enschede, al hebben mijn broer en ik er nooit gewoond. Mijn vaders moeder, mijn oma, is in Roombeek geboren. Hij staat er nu zelf en in zijn hoofd ziet hij beelden die ik niet kan meebeleven, die van zijn eigen trauma uit 1944. Op dit compost van de geschiedenis groeit uitbundig het gras.

 

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda