FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 23 June 2015 12:00

Oostvaardersplassen

‘Natuur is voor tevredenen of legen.’ Dichter J.C. Bloem liep liever domweg gelukkig in de Dapperstraat. Maar ik liep tevreden en leeg door ‘de natuur’. Het was zo’n mooie lentezondag waarop half Nederland zich naar buiten begeeft om fietsend of lopend ‘de natuur’ in te gaan. We wandelden een route door het voor bezoekers toegankelijke deel van de Oostvaardersplassen, tussen Almere en Lelystad. De bosgedeelten lagen bezaaid met vergane, onder mos bedolven bomen. De natte partijen glansden groen door de wuivende blonde rietkuiven. Konikpaarden, wellustig gakkende ganzen en domweg gelukkige meerkoeten boden een zekere afglans van wat natuur zou kunnen zijn. Want levensgroot doemde de volgende regel uit Bloems gedicht op: ‘En dan: wat is natuur nog in dit land?’
Je loopt hier door een phony landscape. Zoals elk stukje Nederland door mensenhanden is gevormd en hervormd, zo is ook dit stukje door mensen bedacht en mogelijk gemaakt. De vereniging die dit natuurgebied beheert, werd in 1905 door Jac. P. Thijsse ‘natuurmonumenten’ gedoopt. Een monument kan immers behalve een overblijfsel van iets ouds ook het symbool daarvan zijn. Want van de ‘oorspronkelijke’ natuur in Nederland is niets over. Deze monumenten zijn dus geschapen. Dit natuurgebied is een monument zoals Kasteel de Haar van Cuypers of de oude Efteling van Pieck dat zijn: romantische restyling van het oude voor mensen van nu. Je zou het ook kitsch kunnen noemen, maar dat is flauw. Want wat is er tegen al deze inspanningen om iets moois te creëren dat toeristische en educatieve waarde heeft en bovendien tal van planten en dieren een plezier doet?
Hoewel… Toen Zuidelijk Flevoland in 1968 was drooggemalen, mocht dit gebied zich vanaf 1974 ‘tijdelijk natuurgebied’ noemen, een betere benaming dan ‘natuurmonument’. Het was eerst vooral het domein van – soms al uit ons land verdwenen – watervogels. Zo’n kwart eeuw geleden werden runderen, paarden en herten uitgezet. Daarna werd er ‘gestuurd op niets doen’. ‘De natuur is zoals het is’, meldt een promofilmpje. Laissez faire dus. Niet alleen oude bomen, maar ook gestorven grote grazers bleven liggen, niet tot ieders genoegen. Want als er massale sterfte is omdat het steenkoud is of door besmettelijke ziekten, of als ganzen zich ongans eten ten koste van andere vogels, ziet die natuur er toch knap beroerd uit en is het maar de vraag wat ervan overblijft. Ook laten wetlands en droge gronden zich niet zomaar in de gewenste mallen drukken en houden zij zich zelden netjes aan de planologie. Kortom de natuur is zoals het is, maar kan best geholpen worden door de mens, toch ook onderdeel van de natuur.
Nee, ‘alles is veel voor wie niet veel verwacht’, om opnieuw Bloem aan te halen. Als natuurbeleving een religieuze ervaring is – en menige gelovige heeft zich gelaafd aan de natuur als vindplaats van het hogere – dan vormen de Oostvaardersplassen een mooie grond van spiritualiteit, al zijn ze evenals de provincie waarin ze liggen menselijke projectie. Bij Almere ligt de Groene Kathedraal: 178 populieren vormen in gelid één grote bomenkerk: landschapskunst en als alle natuur en alle stenen kathedralen – vindplaatsen van het heilige – mensenwerk. Deze provincie ademt de religie van de maakbaarheid.

Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige plaatsen' in Nederlands twaalf provincies. Ditmaal: Flevoland.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda