FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 26 May 2015 13:28

Westerbork

"Ik ben geboren in een concentratiekamp", zei een 59-jarige Molukse vrouw vorig jaar tegen me. Toen ik bevreemd opkeek, vertelde ze over ‘concentratiekamp Schattenberg’, het voormalige doorgangskamp Westerbork in Drenthe. “Het kamp was nog compleet. Het was omheind en er stonden soldaten op wachttorens omheen. Het bordje met Eingang stond er nog steeds.”

Westerbork, nu een gewoon Drents dorp, zal nog wel even last houden van de met deze naam verbonden zwarte geschiedenis. Doorgangskamp voor joodse Nederlanders in de jaren 1942-1944: 93 transporten naar de vernietigingskampen in Polen, 100.000 weggevoerde mensen, van 0 tot 102 jaar oud, voor het overgrote deel Joden. De meesten wisten niet wat hun te wachten stond. Zoals een toen nog onbekende dichter in april 1941 in het kamp opschreef: Waar wij ook gaan, daar zal het vreemd / en dor ons zijn als een woestijn. Geen weligheid van wei of beemd / zal ons vergeten doen, hoe vreemd, / hoe ver en hoe verdwaald wij zijn. Deze man was Jacques Presser, na de oorlog geschiedschrijver van de vernietiging van de Nederlandse joden.
Honderdduizend werden er uit dit kamp getransporteerd, vijfduizend keerden terug. Kille cijfers die een harde werkelijkheid vertellen. Een andere overlevende sprak later over Westerbork cynisch van een joodse stad van 100.000 inwoners met een merkwaardig snel fluctuerende bevolking.
Het verhaal van de Molukse vrouw laat zien dat Westerbork verschillende geschiedenissen heeft: opvangkamp voor Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland, van 1942-1945 doorgangskamp, daarna interneringskamp voor NSB’ers en andere ‘foute’ Nederlanders, toen nog een jaar opvangkamp voor gerepatrieerde Indonesiërs en vanaf 1951 voor Molukse gezinnen, vaak van KNIL-militairen. Molukse mensen bleven er tot 1972 wonen. Toen werd het kamp eindelijk opgedoekt. Vijf groepen bewoners: sommige groepen woonden er zelfs samen…

Het is er bedrieglijk idyllisch, op het voormalige kampterrein. Dertig jaar geleden werd het terrein, dat toen braak lag, ingericht als herinneringscentrum en dat is bijzonder ‘mooi’ gedaan. Het is inmiddels de meest indrukwekkende plek waar een recente verdwenen laag van de Nederlandse geschiedenis weer boven de grond komt. Iconisch zijn het Amsterdamse Achterhuis, het spuuglelijke monument op de Dam en de Waalsdorpervlakte, maar hier grijpt de leegte van het landschap je aan. De informatievoorziening is voortreffelijk, lopen over de treinrails die doodlopen is aangrijpend. Waar de ijzers omhoog steken voel je aan den lijve wat nazi’s als Himmler bedoelden toen ze aangaven dat de joden onder hun bewind Luftmensch zouden worden. Ik vertaal het maar niet.
Het meest ontroerend vind ik het monument op de voormalige appelplaats: 102.000 stenen, gesierd met een davidsster, voor elke vermoorde jood één. Stenen: hét symbool van rouw en ook van hoop. Stenen leggen joden op een graf en als er voor je geliefden geen graf is – een drama te meer voor de joodse overlevenden van de Sjoa – dan leg je stenen neer om dat graf alsnog te markeren. Veel herdenkingsplaatsen hebben dan ook stenenvelden, zoals bij het vernietigingskamp Treblinka in Polen. Maar ook het Berlijnse monument van Libeskind verwijst daarnaar.
Op het kampterrein van Westerbork loop je in leegte, in afwezigheid, in puur gemis. Goddank dat de rails hier nu wel ophouden.

Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige plaatsen' in Nederlands twaalf provincies.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda